Lichtbaken voor de wereld

ony Blairs toespraak tot het congres van de Labour Party is getypeerd als een visionaire blauwdruk voor een vernieuwde samenleving, en dat is het naar mijn overtuiging zeker, maar het is ook een belangwekkend ego-document. Belangwekkend omdat de Britse premier en Labourleider de wortels van zijn politieke idealisme erin blootlegt en meer van zijn eigen intellectuele geschiedenis en zijn geestelijke achtergrond prijsgeeft dan hij in enig verkiezingsdebat of interview sindsdien heeft gedaan.

Opmerkelijk is ook dat de toespraak voor het overgrote deel zijn eigen werk is (dus niet van spindoctors, partijadviseurs en andere inblazers) en dat hij er meer dan drie maanden, na zijn dagelijkse werk, op gezwoegd heeft om samenhang te brengen in zijn gedachten en denkbeelden. Het was geen opgepoetste toespraak tot het Labour-congres van vorig jaar noch een geactualiseerde versie van zijn verkiezingsmanifest.

Blairs Groot-Brittannië moet weer de welfarestate worden die het in de - 'economisch arme, maar gelukkige' - eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was. Een verzorgingsstaat waarin de inkomensverschillen kleiner zijn, de welvaart gelijker gespreid is, de rijken minder rijk zijn en de armen minder arm. Enerzijds meer onderwijs, meer gezondheidszorg, meer sociale voorzieningen, anderzijds 'hardere keuzen'. Ook Blair geeft een pond maar een keer uit. De werkenden moeten meer aan hun pensioenen en verzekeringen bijdragen om de niet-werkenden een fatsoenlijk bestaan te garanderen. Minder subsidies derhalve voor degenen die al genoeg hebben en zichzelf kunnen bedruipen. Een maatschappij gebaseerd op compassie, maar: erbarmen met een harde rand. “Want een sterke samenleving wordt niet gebouwd op basis van zachte keuzes.”

Dit alles zou even goed voor het socialisme van Kok kunnen doorgaan. Maar Blairs toegevoegde waarde zit in zijn evangelische opwekkingen: geven kweekt zelfvertrouwen. De Britten zijn gewend te geven. “The British are a giving nation.” De nieuwe geloofsbelijdenis die hij de Engelsen voorhoudt steunt op sociale offervaardigheid, solidariteit en 'verlichte vaderlandsliefde'. Blair vraagt ook immateriële offers, in de eerste plaats van de bovenlaag die de machtsstructuren beheerst. Als die laatste één stap opzij wil doen, zou de eerste zwarte rechter in de High Court kunnen worden benoemd, de eerste zwarte hoofdcommissaris van politie en de eerste zwarte generaal. Alleen met fundamentele vernieuwingen wordt Groot-Brittannië weer een baken voor de wereld. “A beacon to the world.”

Op zichzelf is geen van Blairs denkbeelden over de hervorming van de verzorgingsstaat en de versterking van de gemeenschap spiksplinternieuw of revolutionair, maar ze vereisten een stem met een krachtige overtuiging en een heilige beademing om de geestdrift van de Britten te raken. Dat Blair dat gelukt is hebben de jongste opiniepeilingen wel uitgewezen. Bijna heel het land (93 procent) loopt intussen warm voor hem - sommigen misschien minder voor zijn denkbeelden dan voor zijn optreden, maar bij zo'n hoog percentage steunbetuigingen zal de vonk ook voor de propaganda van die denkbeelden zijn werk wel hebben gedaan.

In de New Statesman is Blair afgeschilderd als een populist die munt slaat uit de emotionele behoefte van een onder Thatcher geestelijk verarmd land en die goedkope successen incasseert door oude vrouwtjes te helpen oversteken en schoolgaande kinderen over hun bol te aaien. In de kleinere linkse bladen zijn nog wel enkele Blair-haters over. 'Televisiedominee'. 'Leger des Heils-socialist' - een belediging voor William Booth.

In de verkiezingscampagne heeft Blair inderdaad schuimtaartjes uitgedeeld. Maar op de toespraak tot het Labour-congres was geen schuim te bekennen. In zijn eerbetoon aan zijn voorgangers maakte Blair niet alleen een grootmoedig gebaar naar partijgenoten, maar ook naar zijn tegenstanders. Alleen grote figuren doen dat. Blair onthulde dat zijn politieke helden uit alle politieke windstreken komen. Drie Labourleiders uit de eerste generatie van na de oorlog, Bevin, Bevan en Attlee (opmerkelijke afwezige: Gaitskell) en drie niet-socialisten, Keynes, Beveridge en Lloyd George. Op de laatste na waren dat toevallig ook de helden van J.M. den Uyl, wiens partij lang aan het misverstand leed dat Beveridge, de vader van de welfarestate, een socialist was.

Troelstra had ook zo'n aardig trekje. De SDAP-leider gaf in de commissie voor de onderwijspacificatie eerbewijzen aan zijn politieke tegenstander De Savornin Lohman, omdat deze hem gedwongen had zijn argumenten te scherpen. Maar Troelstra ging wel nog een stap verder, hij riep zijn aanhangers op waardering te hebben voor de conservatieve tegenstander, omdat men zich tegenover deze rekenschap moest geven van de waarde en de kracht van eigen gedachten.

Aan Blairs 'visionaire programma' hangen nog te veel krullen, maar er zit meer substantie in dan bij eerste lezing opvalt. Zijn 'beacon'-toon is hier en daar niet vrij van bombast, maar het is niet voor twijfel vatbaar dat de Labour-leider een 'oude ziel' bezit en teruggrijpt op inspiratiebronnen die hem wezenlijk motiveren. Blair is niet vergeten dat het Engeland van vóór 1940 een industriële macht en ook intellectueel een 'baken' voor de wereld was. In 1945 kwam Engeland economisch bankroet uit de oorlog tevoorschijn tengevolge van zijn militaire inspanningen waaraan wij onze bevrijding te danken hadden. Maar het bleef in één opzicht een baken. Ook in de nieuwe wereldorde van na de oorlog die hele continenten emancipeerde, was de Britse parlementaire democratie nog jarenlang het onbetwiste baken voor de nieuwe democratieën in de wereld.