Leger ook buiten NAVO-gebied

DEN HAAG, 7 OKT. Nederlandse en Duitse militairen kunnen in de toekomst samen optreden bij vredesacties buiten het NAVO-gebied. Prioriteit van het DuitsNederlandse legerkorps blijft echter de landsverdediging. Daartoe hebben de Nederlandse en Duitse ministers van Defensie maandagmiddag in Lohheide bij Bergen een overeenkomst gesloten.

Ook ondertekenden zij een nieuw verdrag waarbij de verantwoordelijkheden, de wijze van opereren en de principes van samenwerking en verdergaande integratie bij het gezamenlijke legerkorps worden vastgelegd. In het Duits-Nederlandse legerkorps werken 11.700 militairen. Het hoofdkwartier bevindt zich in Munster.

Op 22 april 1994 werd tot de Duits-Nederlandse samenwerking besloten, omdat de landmacht door bezuinigingen geen eigen legerkorps meer op de been kon brengen. Naast de activiteiten van een gezamenlijk legerkorps kwam ook een centrum voor luchtoperaties en coördinatie tot stand.

Zowel minister Voorhoeve als zijn Duitse collega Rühe toonde zich tevreden over de vooruitgang die wordt gemaakt bij trainingen, op het gezamenlijke hoofdkwartier en op logistiek terrein. Rühe onderstreepte na de ondertekening van de overeenkomst dat de bilaterale samenwerking vlotter verloopt dan die bij het Eurokorps, waarin Duitsland naast Frankrijk met nog drie andere landen samenwerkt.

Het Duits-Nederlandse legerkorps wordt nu naast de NAVO ook aan de West-Europese Unie (WEU, een politiek-militair samenwerkingsverband van tien Europese landen) aangeboden voor militaire operaties.

In juni 1992 besloten de WEU-landen om aan de WEU troepen ter beschikking te stellen voor humanitaire operaties, ook buiten Europa.

Op het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps wordt nagegaan welke onderdelen van het korps daarvoor in aanmerking komen. Daartoe wordt een trainingsprogramma opgesteld.