KordiEÉc organiseerde zuivering in Centraal-Bosnië

Tien Kroaten die verantwoordelijk worden gehouden voor bloedige etnische zuivering in Centraal-Bosnië in 1993 zijn gisteren in Den Haag aangekomen. Zij zullen zo spoedig mogelijk worden berecht door het tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië.

ROTTERDAM, 7 OKT. Op het vliegveld van Split beklemtoonde de Bosnisch-Kroatische Dario KordiEÉc manhaftig dat hij uit vrije wil naar Den Haag vertrok om “voor God en het Kroatische volk” zijn onschuld te bewijzen. Gistermiddag kwam hij met negen Kroatische medeverdachten aan op vliegveld Valkenburg en werd het gezelschap in twee geblindeerde busjes naar de gevangenis van de VN in Scheveningen afgevoerd.

Dario KordiEÉc woonde sinds hij in november 1995 door het tribunaal in Den Haag in staat van beschuldiging was gesteld, in een regeringsflat in Zagreb. Bij sportwedstrijden werd hij vaak op de eretribune gesignaleerd, nooit ver van president Tudjman. Deze zomer werd hij niet meer in het openbaar gezien, wat tot geruchten leidde - hij zou plastische chirurgie hebben ondergaan en met een vals paspoort naar Australië zijn geëmigreerd. Terzelfdertijd overleed Mate Boban, de politieke leider van de Bosnische Kroaten, onder onopgehelderde omstandigheden.

Waarvan worden de tien Bosnische Kroaten beschuldigd? Voormalig journalist Dario KordiEÉc was in 1993 vice-president van de Bosnisch-Kroatische nationalistische partij HDZ. In dat jaar hadden de Serviërs hun etnische zuiveringen in Bosnië vrijwel voltooid. Op tafel lag het zogeheten 'Vance-Owen plan', dat Bosnië in tien kantons verdeelde. De Kroaten waren enthousiast: het gaf maar liefst drie kantons aan de numeriek zwakke Kroaten.

Vanaf eind 1992 liepen de spanningen tussen Kroaten en moslims op en waren er sporadische schermutselingen. In april 1993 besloten de Kroaten het Vance-Owenplan - althans hun interpretatie daarvan - eigenhandig uit te voeren. In de kantons waar zij volgens het plan de macht zouden krijgen, opende het Bosnisch-Kroatische leger (HVO) de aanval op moslimdorpjes. Het ging met name om de Lašva-vallei in Centraal-Bosnië. Het patroon was overal gelijk: in de ochtendschemering werden de dorpjes met mortiers bestookt, waarna HVO-eenheden de dorpen binnentrokken. Er werd gemoord, gemolesteerd, verkracht, geplunderd en gebrandschat. De overlevenden werden daarna gevangen gezet in bioscopen, kampen of scholen in de omgeving. Daar werden zij uitgehongerd of gemarteld, ingezet bij het graven van loopgraven of als menselijk schild. Met name in het dorpje Ahmici werd bloedig huisgehouden. Hier verloren ten minste 103 moslims het leven - 33 van hen vrouwen en kinderen - en werden 140 huizen, een school en twee moskeeën vernield.

In totaal zijn in de Lašva-vallei enkele honderden moslims vermoord. De Kroaten bereikten hun doel: moslims vluchtten massaal naar het omliggende moslimgebied. In het hart van Bosnië ontstonden twee Kroatische enclaves rond de stadjes Vitez en Kiseljak. Hoewel die 'pockets' nu deel uitmaken van de federatie van moslims en Kroaten, wappert overal de Kroatische vlag en kan men er met Kroatische kuna's betalen.

De tien Bosnische Kroaten die nu naar Den Haag zijn gereisd, hebben allen een rol gespeeld bij de etnische zuiveringen in het Lašva-dal. Volgens de dagvaardingen van het Haagse tribunaal dragen Dario KordiEÉc en generaal - toen kolonel - Tihomir BlaškiEÉc de grootste verantwoordelijkheid voor de etnische zuiveringen. BlaškiEÉc, in 1993 bevelhebber van de HVO in Centraal-Bosnië, vertrok enkele maanden geleden al naar Den Haag. KordiEÉc, in 1993 vice-president van de HDZ, wordt ervan verdacht de eerste viool te hebben gespeeld bij het plannen van de zuiveringen. Hij was kolonel van de HVO en had zijn militaire hoofdkwartier in het dorp Busovaca.

Mario Cerkez leidde de Viteska-brigade van de HVO, die deelnam aan de slachtpartijen rond Vitez. Ivan SantiEÉc was in die tijd burgemeester van Vitez, Pero Skopljak het hoofd van politie. Zlatko Aleksovski was verantwoordelijk voor de detentie van moslims bij het dorp Kaonik.

Als commandanten zijn zij volgens de regels van het tribunaal verantwoordelijk voor de daden van hun ondergeschikten - tenzij ze kunnen aantonen alles in het werk te hebben gesteld om misdaden te voorkomen. KordiEÉc en de zijnen zullen dezelfde verdediging voeren als BlaškiEÉc tot dusver: de chaos was in de lente van 1993 compleet, van planning was geen sprake, 'ongeregelde Kroatische extremisten' waren verantwoordelijk voor de wreedheden. De raadsman van BlaškiEÉc beweerde onlangs dat zijn cliënt tijdens de aanval op Ahmici de hele dag onder zijn bureau school voor inslaande mortiergranaten.

De overige gedagvaarden zouden als HVO-militairen daadwerkelijk deel hebben genomen aan de moordpartijen in Ahmici en andere moslimdorpen.