IJslander wint wedstrijd 'exergie'

De IJslander Jon Kristinsson geldt als een pionier op het terrein van exergie, ofwel het optimaal benutten van alle energiestromen die een pand binnenkomen. Gisteren won hij met zijn 'energiedak' een prijs.

WOLFHEZE, 7 OKT. Als twintigjarige matroos en leerling van de Zeevaartschool in Reykjavik deed Jon Kristinsson eind jaren vijftig min of meer bij toeval Rotterdam aan. De IJslander bleef, raakte verliefd, deed het Nederlandse staatsexamen gymnasium, ging techniek studeren en is nu alweer decennia hoogleraar 'milieutechnische ontwerpen' aan de Technische Universiteit van Delft.

Zoveel weet prof. ir. J. Kristinsson van energiezuinige bouwtechnieken dat hij gisteren met zijn ontwerp 'Het Energiedak' als winnaar uit de bus kwam in de Competitie Exergiewoning die was uitgeschreven door de Samenwerkende elektriciteits productiebedrijven, de Nederlandse onderneming voor energie en milieu Novem, de vereniging van distributiebedrijven EnergieNed en twee regionale energiebedrijven. In het sportpark Papendal bij Wolfheze werd de finale met een prijsuitreiking afgesloten.

Het begrip Exergie is enkele jaren geleden als een nieuw fenomeen opgedoken en betekent het zoveel mogelijk benutten van alle energiestromen die een woning, kantoor of bedrijfspand binnenkomen. Aan dat principe voldeden alle vijf finalisten in de wedloop die in totaal 45 inzendingen had opgeleverd. Maar het ontwerp van Kristinsson die ook een architecten- en ingenieursbureau in Deventer leidt, kreeg van de juryvoorzitter Paul Rosenmöller, fractieleider van GroenLinks in de Tweede Kamer, de hoogste waardering voor wooncomfort, gebruikersgemak en technische toepasbaarheid.

De Energie-prestatie coëfficiënt (EPC) van het ontwerp was 0,85, aanmerkelijk beter dan de 1,2 procent die de overheid nastreeft en dat leverde de aanwezige staatssecretaris van Volkshuisvesting D. Tommel meteen de bestraffende opmerking van Rosenmöller op dat hij te weinig ambitieus is.

Tommel verwacht veel van de nieuwe technieken voor duurzaam en energiezuinig bouwen, vooral voor de VINEX-nieuwbouwlocaties waar de komende jaren in hoog tempo meer dan een half miljoen woningen gebouwd zullen worden. Hij denkt dat het “ultieme doel” van “energie-neutrale” nieuwe stadswijken in het jaar 2010 zou moeten zijn: grote woningcomplexen die zelfvoorzienend zijn wat hun energieverbruik betreft. Maar volgens prof. Kristinsson kan dat al veel eerder als architecten, projectontwikkelaars en aannemers veel nauwer gaan samenwerken.

De technische mogelijkheden voor energiebesparing en duurzame energievoorziening zijn nog lang niet uitgeput, en ze worden snel betaalbaar en commercieel toepasbaar. Kristinsson had zich niet slechts beperkt tot bewezen technieken, maar houdt in zijn ontwerp alsvast rekening met toekomstige mogelijkheden. De bouwkosten van zijn Energiedak-woning, zo meldde hij niet zonder trots, blijven met 200.000 gulden betaalbaar voor de gemiddelde woningzoekende, en voor allerlei technische snufjes komt daar nog 50.000 gulden bij.

“De beste energiebesparing haal je uit de thermische massa in de ondergrond”, is zijn overtuiging. “Via holle heipalen haal je met hulp van een buizenstelsel op twee tot vier meter diepte water met een temperatuur van 10 graden Celcius naar boven dat 's winters met een warmtepomp op een hogere temperatuur wordt gebracht en 's zomers dienst doet als koelmiddel.

Kristinsson leidt het retourwater van het cv-systeem in de woning door een vloer- en wandverwarming en de restwarmte van het ventilatiesysteem en het afvalwater wordt teruggewonnen, waardoor veel minder aardgas wordt verbruikt. Een zonnecollector zorgt voor warm water om af te wassen en te baden, zonnecellen leveren elektrische stroom. Hij maakt gebruik van zonne-erkers en talloze kleine snufjes, zoals zonnespiegels op het dak en in de deksel van de zandbak, isolerende luiken voor de ramen. Spouwmuren waardoor verwarmde lucht wordt geblazen en de opvang van regenwater verhogen het zuinigheidseffect.

“Ons streven is om zo snel mogelijk tot een meterkastloze woning te komen”, zegt Kristansson. “Dat kan bij nieuwbouw, maar je zult zien dat het energieverbruik van de gemiddelde woning ook in de bestaande bouw drastisch omlaag kan. Een veel moeilijker opgave is om ook in het verkeer en vervoer een grote besparing door te voeren. Daar doen wij ook studies naar. Het zal zowel van de transportsector als van de overheid een forse aanpassing vergen. Je moet bijvoorbeeld naar een combinatie van passagiers- en vrachttransport, en een verplaatsing van goederentransport naar de daluren.”