HARVARD BUSINESS REVIEW

Niet technologie maar cultuur staat op de voorgrond in de ideeënwereld van de vijf managementdenkers die hun visie op de toekomst toevertrouwden aan de Harvard Business Review, ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van het blad. Het gaat om het gedachtegoed van onder meer Peter Senge van het Massachussets Institute of Technology; Charles Handy, voormalig oliebaron, nu sociaal-filosoof; Esther Dyson, gerenommeerd auteur over technologie; en Peter Drucker, leraar en adviseur van opeenvolgende generaties managers.

Het blad vroeg hun niet naar de verre toekomst maar naar veranderingen die ze nu zien gebeuren en de gevolgen daarvan. Volgens Peter Senge is het in het bedrijfsleven gedaan met het uitdelen van bevelen, omdat dit leidt tot inschikkelijkheid en onderdanigheid in plaats van betrokkenheid en creativiteit. Het leiderschap in de onderneming van de toekomst zal niet bij een persoon berusten maar verdeeld zijn over verschillende personen en groepen, inclusief mensen die formeel geen leidinggevende functie hebben maar die zich gemakkelijk bewegen op alle niveaus van de organisatie.

Charles Handy meent dat woorden als bezit en eigendom niet meer goed beschrijven wat een onderneming is en doet. Sterker nog, het Angelsaksische idee van de onderneming als het eigendom van aandeelhouders is verwarrend, en beledigend voor de mensen die er werken. Zij zijn nu eenmaal niet het eigendom van de aandeelhouders. Een publieke onderneming is een gemeenschap. En niemand kan een gemeenschap bezitten.

Ondernemingen en hun producten zijn in de wereld van de netwerken doorzichtig geworden, meent Esther Dyson. Het wordt steeds moeilijker om feiten, cijfers over de onderneming geheim te houden om zodoende de meningsvorming bij het publiek te beïnvloeden. De leiding van elke onderneming zal moeten leren dat het publiek een onderneming beoordeelt op wat het ziet, en dat het geen boodschap heeft aan het gewenste imago van de onderneming.

Peter Drucker tenslotte schrijft over de toekomst die al gebeurd is. Volgens de goeroe aller goeroes gaat het in de toekomst niet om technologie maar om demografie. Het probleem is niet de overbevolking van de wereld, maar de groeiende onderbevolking van het ontwikkelde deel van de wereld. Want de burgers van de ontwikkelde landen zijn niet in staat om de zwaarder wordende last van de zorg voor ouderen te combineren met de zorg voor kinderen. Daarom zullen ze minder kinderen krijgen. En die ontwikkeling is in volle gang. Volgens cijfers van de Europese Unie zal de bevolking in Italië in 50 jaar verminderen van 60 tot 40 miljoen mensen. In Japan wordt voor de komende eeuw meer dan een halvering van de bevolking verwacht, van 125 miljoen tot 55 miljoen mensen.

Een van de gevolgen zal zijn dat de pensioengerechtigde leeftijd in de ontwikkelde landen omhoog gaat tot 75 jaar. Economische groei zal niet meer kunnen voortkomen uit het inzetten van meer mensen, of groeiende vraag van de consument, maar alleen uit groei van de productiviteit. Het enige pluspunt dat de ontwikkelde landen rest, is dat ze veel meer kenniswerkers hebben dan andere landen. Dat zullen geen werknemers in vaste dienst zijn, maar zelfstandige experts en consultants met verschillende opdrachtgevers. Ook zal het geen zin meer hebben om voor een onderneming de juiste organisatievorm na te streven, omdat die niet meer bestaat. Het zal niet meer alleen gaan om het organiseren van de productie van dingen, maar ook en vooral om het bedenken van nieuwe ideeën, concepten en processen voor het managen van kennisbronnen, met name ten behoeve van het onderwijs op alle niveaus.

Het Amerikaanse blad Harvard Business Review verschijnt eens per twee maanden en is verkrijgbaar in de kiosk. http://www.hbsp.harvard.edu