Geweld

De golf van geweld die we de laatste weken over ons heen hebben gekregen, doodsteken van een man in Tilburg, doodschoppen van een man in Groningen, doodgooien van een man in Amsterdam, om enkele recente eclatante feiten te noemen, heeft menigeen diep verontrust.

Echter niet Tweede-Kamerlid Poppe (NRC Handelsblad, 30 september). De heer Poppe heeft het bestaan om uitgerekend in de Kamer, waar hij vrij mag spreken zodat we daar het achterste van zijn tong kunnen zien, van zijn misnoegen over het standpunt van het CDA bij de behandeling van de Jachtwet doen blijken, door de wens te uiten dat alle CDA-leden maar moesten worden afgeschoten. Er zijn partijen in de Tweede Kamer waarvoor ik een dergelijke ontboezeming als symptomatisch zou kunnen kwalificeren, maar zelfs door die partij heb ik een zover gaande verzuchting nooit horen slaken. Als de door Poppe gebruikte woorden voor het afkeuren van het CDA-standpunt een superlatief beogen, waarom deze dan gezocht in de aanwending van ultimatief geweld al is het dan symbolisch bedoeld.