Experts

Hebt u dat ook? Ik bedoel de behoefte om de experts af en toe tegen te spreken. Het gaat nu even over de eindstrijd om de Fed Cup in tennis tussen Nederland en Frankrijk, afgelopen weekeinde in Den Bosch. Ik vroeg na de teleurstellende nederlaag van Miriam Oremans contra Sandrine Testud aan een oud-kampioene van Nederland of het zo verstandig was geweest van onze landgenote om verreweg de meeste opslagen naar de forehand van de Française te spelen - een forehand die gaandeweg sterker was geworden.

Het antwoord luidde dat Miriam vermoedelijk de return op haar forehand wilde krijgen. Ik heb respect voor de experts, maar dit antwoord bevredigde mij toch niet. Serveren op vijands sterkste kant brengt maar zelden voordeel. Wie weet had een serie opslagen naar de backhand-hoek van Testud meer scoringsmogelijkheden gebracht.

Een kennis van mij die een goede kijk op sport heeft, profeteerde in de familiekring dat Oremans zou verliezen “omdat ze de eerste set met 6-0 had gewonnen”. Nu is het waar dat gedachtespinsels hun eigen logica volgen, maar ik zou toch aanzienlijk liever de eerste set met 6-0 winnen, dan andersom. Testud moest daarna tegen de steile berg opklimmen en deed dat uitstekend, mede dankzij de inspirerende coaching van de boordevol charisma zittende Yannick Noah. Ik geloof niet dat Nederland nog had kunnen winnen na de 0-2 van de eerste dag. Daarvoor was de dubbel Bollegraf-Vis te zwak. Maar een 2-2 tussenstand was haalbaar geweest, als Oremans scherp was gebleven en vertrouwen had uitgestraald.

Ooit, in 1933, speelde het Nederlands voetbalelftal thuis tegen Oostenrijk. De Oostenrijkers bezaten een zogenaamd Wunderteam, met straffe hand geleid door een coach die een dominerende persoonlijkheid was. Hugo Meisl was zijn naam. Maar deze expert ging vreselijk de mist in door op de persconferentie voor de wedstrijd te voorspellen dat zijn ploeg, eenmaal met een nulletje of zeven aan de leiding, genadeloos door zou gaan tot de dubbele cijfers zouden zijn bereikt. Krasse taal en hevig in strijd met de latere feiten, want de Oostenrijkers bleven op 1-0 steken. Voor experts moet men achting hebben, maar geen ontzag.

Zo betoogde Johan Cruijff tijdens de eindronde van het wereldkampioenschap in 1974, nadat de Zweden ons op 0-0 hadden gehouden, dat Oranje op punten had gewonnen en dat doelpunten in zo'n geval niet erg belangrijk meer waren. Iedereen had immers kunnen zien dat zijn elftal de beste ploeg was geweest en dat moest voldoende zijn. Grotere onzin zal zelden verkocht zijn en ik ben boosaardig genoeg om me deze malle verklaring te binnen te doen schieten als ik de Cruijff van tegenwoordig soms zinnige dingen hoor zeggen op de beeldbuis. Aandacht voor de experts, maar vermijd blindelings geloof.

Terug naar tennis. In 1938 was de Amerikaan Donald Budge de sterkste speler ter wereld. Tijdens een Davis Cup-match joeg hij zijn non-playing captain de stuipen op het lijf door zijn aanvallen te concentreren op het sterkste punt van zijn tegenstander, diens forehand. Het werd een moeilijk set voor Budge en de captain begreep er niets van. Maar in een van de pauzes stelde hij zijn aanvoerder gerust: “Ik sloop zijn forehand. Dat kost tijd, maar als het eenmaal gebeurd is, zal ik geen kind meer aan hem hebben.” Zo gebeurde het. Je moet uiteraard wel een zeer zelfbewuste en vooral doelbewuste crack zijn om deze tactiek met succes te kunnen volgen. Dat was dus een geval van twee experts die het onderling niet helemaal eens waren.