Een open samenleving kan de vastgelopen Europese Unie nieuwe inspiratie geven

Wat is er mis met de manier waarop de Europese Unie op dit moment georganiseerd is? Waarom is de werkelijkheid zoveel minder fraai dan wat er gepland was? George Soros pleit voor een organisatievorm, die meer open staat voor verandering en verbetering: de open samenleving.

Welk idee van Europa kan de komende generatie Europeanen mobiliseren om het werk van de afgelopen vijftig jaar voort te zetten? Hoewel ik overtuigd ben van de noodzaak van de Europese Unie, maak ik me zorgen over het verdwijnen van de drijvende kracht erachter. De maatschappelijke steun ervoor verdwijnt. Het idee van een unie was aantrekkelijk, maar de realisatie ervan - de manier waarop de Europese Unie werkt - is veel minder inspirerend.

Wat is er mis met de manier waarop de Europese Unie georganiseerd is? Het antwoord lijkt voor de hand te liggen: de unie is een associatie van staten, die hun eigen belang stellen boven het gemeenschappelijk belang. De uitvoerende macht berust voor het belangrijkste deel bij de Raad van Ministers, waaraan de Europese Commissie ondergeschikt is. Elke beslissing is daarom het resultaat van een koehandel over nationale belangen.

Dat betekent dat het ambtelijke apparaat niet afhankelijk is van één regering, maar van net zoveel regeringen als er lidstaten zijn. Dit vermenigvuldigt de gebreken met de factor 15. Geen wonder dat er kwaad gesproken wordt over de Brusselse bureaucraten, alhoewel - of juist omdat - de verantwoordelijkheid niet bij hen ligt.

Deze situatie is niet makkelijk recht te zetten. Een Europees bestuur, dat direct verantwoording schuldig is aan de bevolking zou de meest logische oplossing zijn. Het gezag van dat bestuur zou dan beperkt kunnen worden tot de gebieden waar de staten hun soevereiniteit hebben afgestaan. Dat komt neer op een soort federale structuur.

Zo'n structuur wordt echter vooralsnog onaanvaardbaar gevonden. Federalisme is tegenwoordig een vies woord, met name in Groot-Brittannië.

Een ander gebrek van de Europese Unie ligt minder voor de hand. De Unie wordt bestuurd via regelgeving. De beslissingen van de Raad van Ministers zijn vergelijkbaar met verdragen: ze worden moeilijk bereikt en zijn moeilijk aan te passen. Een bestuur dat steunt op regels klinkt misschien goed, omdat er wetten heersen, het impliceert doorzichtigheid en onpartijdigheid. Maar dat is niet het geval. Het proces waarin de regels gemaakt worden is verre van doorzichtig. De regels zelf zijn vaak te gedetailleerd en rigide, en ongeschikt voor veranderende omstandigheden. Het leven is veel te gecompliceerd en veranderlijk voor vaste regels.

Het Verdrag van Maastricht bepaalde bijvoorbeeld tot in detail de voorwaarden en het tijdschema voor de invoering van de gemeenschappelijke munt. Maar toen het verdrag werd opgesteld, kon niet worden voorzien dat Europa te maken zou krijgen met een langdurige periode van hoge werkloosheid. Het terugdraaien van de overheidsuitgaven is dan geen juist beleid. De nadruk op een algemene reductie van budgettekorten was daardoor misplaatst en dat heeft de recessie waarschijnlijk verlengd.

Ik ben een voorstander van de gemeenschappelijke Europese munt, maar ik denk dat de opzet ervan verkeerd is. Een onafhankelijke centrale bank die beslist over het gemeenschappelijke monetaire beleid en een stabiliteitspact dat rigide fiscale regels oplegt, zoiets ontneemt nationale regeringen het gereedschap voor macro-economisch beleid. Er zijn mensen die dergelijk beleid overbodig achten, omdat met een stabiele munt alles in orde komt. Maar Keynes mag, hoewel hij uit de mode is, niet vergeten worden.

Ik maak me de meeste zorgen over het ontbreken van een mechanisme om fouten te corrigeren. De Europese Unie is geconstrueerd met een beperkt doel en een stevig tijdsplan. Maar de gemeenschappelijke munt moet worden gevolgd door een gemeenschappelijke fiscale politiek. Hiervan zal een harmonisatie van de vermogensbelasting deel uitmaken, maar zoiets is verschrikkelijk impopulair. De Europese Unie is in werkelijkheid veel minder aantrekkelijk dan het idee.

Des te meer reden om de Europese Unie te inspireren. Daartoe zou ik de gedachte van een open samenleving willen voorstellen als inspiratiebron en organiserend principe.

Wat is de open samenleving? In oppervlakkige zin is het een manier om de positieve aspecten van de democratie te omschrijven: de grootste mate van vrijheid in combinatie met sociale rechtvaardigheid. Het idee wordt gekarakteriseerd door het bestaan van wetten, mensenrechten, democratie, door respect voor minderheden en minderheidsbelangen, en door een markteconomie. De principes van een open samenleving zijn bewonderenswaardig beschreven in de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. Die begint met de opmerking dat de opstellers deze waarden als vanzelfsprekend beschouwen, maar de principes van de open samenleving zijn allesbehalve vanzelfsprekend. Ze moeten worden gedragen door een wilsovereenstemming.

Een sterk argument voor de open samenleving is dat ons begrip nooit volmaakt is. De ultieme waarheid, het perfecte ontwerp voor een samenleving ligt buiten ons bereik. We moeten daarom tevreden zijn met het op één na beste: een vorm van maatschappelijke organisatie, die zich open stelt voor verandering en verbetering. Dàt is de open samenleving.

Helaas wordt deze redenering niet door iedereen gedeeld. Sterker nog, vaak weigert men er over na te denken. De meeste mensen zullen wel willen toegeven dat ons begrip onvolkomen is, maar wat dat betekent beseffen ze niet. Het impliceert bijvoorbeeld dat je een maatschappij niet alleen maar met regels kunt besturen, omdat het onmogelijk is te anticiperen op onvoorziene gebeurtenissen. De regels die in het Verdrag van Maastricht zijn vastgelegd voor de introductie van de gemeenschappelijke munt, bieden daarvan een goed voorbeeld. Wie kon er in 1989 voorzien dat Europa op de drempel stond van een periode met een hoge werkloosheid?

De Europese Unie is een cartesiaans product. Descartes verkondigde de superioriteit van de rede. Hoewel we twee eeuwen de tijd hebben gehad om te ontdekken dat ook de rede zijn beperkingen heeft, hebben we ons nog steeds niet verzoend met onze feilbaarheid.

Als ik spreek van een Europa als een open samenleving, denk ik aan een constructie die de beperkingen erkent van ons vermogen te begrijpen en te voorspellen. Hoe zal Europa er als een open samenleving uitzien? Er zal een Europese Unie zijn, met een gemeenschappelijk markt, een gemeenschappelijke munt en een gemeenschappelijk fiscaal beleid. Zodra we onze onvolkomenheden inzien, moeten we accepteren dat de Europese Unie niet bestuurd kan worden door verdragen en regels alleen. Het bestuur moet daarom verantwoording schuldig zijn aan de bevolking. De huidige regelingen zijn inadequaat. Het ondergeschikt maken van de Europese uitvoerende macht aan nationale regeringen heeft alle tekorten die ik hiervoor genoemd heb: rigiditeit, gebrek aan doorzichtigheid, gebrek aan aanpassingsvermogen.

Het systeem staat ook de uitbreiding van het lidmaatschap van de Unie in de weg. De huidige rigide structuur is tot het uiterste opgerekt door de uitbreiding van de lidstaten van zes naar vijftien; het kan niet meer voorzien in een verdere expansie. Toch moet de Unie open staan voor nieuwe leden - met name uit de vroegere communistische staten - als het zijn missie wil vervullen als instituut van een open samenleving.

Het probleem is inmiddels behandeld tijdens een Inter Gouvernementele Conferentie. Maar deze is er niet in geslaagd de kwestie op te lossen. Er is alleen wat geprutst met de bestaande structuur.

Dat hoeft niet te verbazen. De nationale regeringen vormen de basis van de huidige problemen. Het is onwaarschijnlijk dat zij hun macht afstaan om een oplossing te bereiken.

Maar het betekent wel dat de impuls van elders moet komen. De samenleving moet gemobiliseerd worden, wat erg moeilijk is met de huidige publieke opinie. De introductie van het concept van een open samenleving zou dan kunnen helpen. Het zou de rol van de overheid tot een minimum terugdringen en de rol van de burgerlijke maatschappij versterken.

Wat de bestuursvorm betreft is er geen mogelijkheid om te ontsnappen aan de noodzaak voor een federale structuur. Maar zoals eerder gezegd, federalisme is een vies woord geworden, met name in Groot-Brittannië. Om het meer aanvaardbaar te maken moet het daarom gecombineerd worden met subsidiariteit - een Britse uitvinding. De rechten van het individu moeten beschermd worden door een Bill of Rights en een onafhankelijke rechterlijke macht.

Hoe zal Europa als open samenleving omgaan met buitenlands beleid? Buitenlands beleid was bedoeld als de tweede pijler onder het Verdrag van Maastricht, maar die stortte ineen voordat hij was gebouwd. Het mag beeldenstormerig klinken, maar het opzetten van de tweede pijler moet volgens mij als een mislukking worden beschouwd en worden stopgezet. Dit zal ruimte creëren voor betere regelingen.

De EU heeft al een gemeenschappelijke externe politiek voor handel en hulpprogramma's, en als de euro niet mislukt, ook een gemeenschappelijke munt. Tegelijk zijn er vele economische kwesties waar nationale belangen bij zijn betrokken. Het zou ongepast zijn om deze zaken te behandelen op federaal niveau. Zowel Groot-Brittannië als Frankrijk willen bijvoorbeeld hun eigen banden met ASEAN onderhouden, en waarom ook niet?

Bij veiligheidskwesties is het gemeenschappelijk belang over het algemeen meer gediend dan de belangen van verschillende individuele landen. Het gemeeenschappelijke belang omvat echter niet alleen dat van de Europese Unie, maar dat van de open samenleving in het algemeen, en de Verenigde Staten in het bijzonder. Het conflict in Bosnië trof het nationale belang van geen enkel specifiek land; toch was en blijft het van vitaal belang, niet alleen voor Europa, maar voor alle open samenlevingen. Omdat het niet werd behandeld als een zaak voor de open samenleving, is er slecht met de kwestie omgegaan.

We bezitten een effectieve veiligheidsorganisatie, de NAVO, die wanhopig op zoek is naar een missie. Het concept van open samenleving kan dienen om die missie te definiëren. Nu de Koude Oorlog voorbij is, wordt onze veiligheid niet meer bedreigd door een supermacht, maar door would-be dictators, die pogen hun interne heerschappij te versterken door externe conflicten na te jagen. Milosevic en Tudjman zijn in dat opzicht partners in crime.

Door haar militaire macht te projecteren op aangrenzende gebieden, kan de NAVO uitgroeien tot een machtig instrument om conflicten te voorkomen. Het voorkomen van crises moet veel eerder op gang komen, want hoe eerder des te minder geweld het kost.

De creatie en het behoud van een open samenleving zouden erkend moeten worden als eerste doelen van buitenlands beleid. Door een nieuwe transatlantische alliantie te bouwen rond dit principe, kan de uitbreiding van de NAVO worden gelegitimeerd, en een nieuwe breuk in Europa worden voorkomen. Tegelijk kunnen we, door veiligheidskwesties buiten het terrein van een centrale Europese regering te houden en ze tot een transatlantisch belang te maken, aangeven dat Europa geen superstaat moet worden.

Deze ideeën moeten natuurlijk nog verder uitgewerkt worden. Het is niet aan mij om dit hier meteen tot in de details vast te leggen. Maar zoals de Europese Unie nu is opgebouwd zal ze steeds meer tekortschieten in het tegemoetkomen aan de noden en aspiraties van de bevolking.

Wat niet perfect is, kan verbeterd worden. Een open samenleving is een samenleving die open staat voor verbetering. Dat is het soort Europa waarnaar de Europese bevolking moet streven.