Economisch groeien met milieubehoud

Het paarse kabinet ziet geen relatie tussen het milieubeleid en investeringen in de bestaande economische structuur van Nederland, zo bleek gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer.

DEN HAAG, 7 OKT. De spanning tussen milieu en economie wordt niet opgelost als het kabinet de komende jaren bewust zou gaan investeren in een andere economische structuur. Het kabinet kiest er voor de bestaande Nederlandse economische structuur, waarin de 'mainports' Rotterdam en Schiphol een belangrijke rol spelen, “duurzaam” te ontwikkelen.

Dat zei minister Wijers (Economische Zaken) gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer over de nota Milieu en Economie. In deze nota, die enkele maanden geleden uitkwam, geeft het kabinet aan hoe economische groei en het terugdringen van de milieuvervuiling de komende jaren met elkaar verzoend kunnen worden. Naast Wijers traden de ministers De Boer (Milieu), Jorritsma (Verkeer en Waterstaat), Van Aartsen (Landbouw) en staatssecretaris Vermeend (Financiën) aan om de nota te verdedigen.

Het kabinet wil de komende jaren het accent leggen op afspraken met het bedrijfsleven: meer milieuconvenanten, verhandelbare vervuilingsrechten en het zogenoemde benchmarking, waarbij het Nederlandse bedrijfsleven qua milieuprestaties tot het beste van de wereld wil behoren. Ook 'vergroening' van het belastingstelsel en investeringen in schone technologie zijn belangrijke onderdelen van het toekomstige milieubeleid. Over al deze onderwerpen kan het kabinet rekenen op steun van een ruime meerderheid van de Tweede Kamer.

De Tweede-Kamerleden bleken minder tevreden over het feit dat het kabinet in de nota niet ingaat op de vraag hoe een 'duurzame' economische ontwikkeling zich verhoudt tot de grote infrastructurele investeringen van de komende jaren, zoals een tweede nationale luchthaven en de tweede Maasvlakte.

Ten Hoopen (CDA) noemde het “onzin” dat economie en milieu altijd samen kunnen gaan. “Technologie kan niet altijd alle problemen oplossen - die sfeer ademt deze nota uit.” Hij wees erop dat de meest ingrijpende keuzes door het kabinet “buiten de nota” zijn gehouden. Het CDA vraagt zich af in hoeverre Nederland zich vast moet houden aan het 'mainport-concept', waarbij een sterk accent ligt op overslag van goederen. Vos (GroenLinks) noemde de nota in dat verband een “gemiste kans” en ook Crone (Pvda) vond een “macro-economische en macro-ecologische” analyse ontbreken.

Het kabinet werpt die kritiek ver van zich af. Wijers: “We hebben een bepaalde economische structuur in Nederland en kennis en ervaring die we in honderden jaren hebben opgebouwd. Dat is niet iets wat de overheid rechtstreeks kan beïnvloeden.” Bovendien, zo zei Wijers, is dat ook helemaal niet nodig. “Nederlandse economie zal er over tien jaar totaal anders uitzien. We ontwikkelen ons veel sneller dan andere landen tot een diensteneconomie.”

Verscheidene Kamerleden wezen er op dat de nota de rol van de consument in de aanpak van het milieuprobleem onderbelicht. Uit recente studies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat de winst die de afgelopen jaren is geboekt bij het bedrijfsleven, voor een deel teniet is gedaan doordat de consument het milieu meer heeft belast. De stijging vanhet elektriciteit- en aardgasgebruik (en daarmee de uitstoot van CO2) zet door, evenals de productie van afval. Ook is de mobiliteit de laatste jaren toegenomen, vooral het vliegverkeer.

De consument kan volgens de paarse fracties meer worden aangespoord tot milieuvriendelijker gedrag. Maar het kabinet vindt dat het gedrag van de consument vooral moet worden beïnvloed met fiscale maatregelen, zoals een hogere accijns op brandstofkosten, zei Minister De Boer. “Ik voel er niet veel voor tegen de consument te zeggen: U mag maar één koelkast per leefeenheid.”

Desondanks is een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer én het kabinet het erover eens dat milieubehoud en economische groei toch samengaan. Milieu-econonoom prof. dr. W. Hafkamp, voorzitter van de werkgroep die de nota Milieu en Economie opstelde, riep het kabinet onlangs nog op van dat geloof af te vallen. Crone (PvdA) voorspelde dat bij een lage economische groei “te weinig geïnvesteerd” zou worden in milieutechnologie, waardoor produktieprocessen vervuilend blijven. Wijers noemde het “een raadsel hoe wij zorg, de toekomstige financiering van de AOW en infrastructuur kunnen realiseren zonder drie procent groei”.