De moeizame verhouding tussen staat en vrije markt

Hoewel de overheid zich verre probeert te houden van het uitoefenen van invloed in bedrijven vormt de verkoop van het belang in Roccade eerder het tegendeel

DEN HAAG, 7 OKT. De verkoop van de automatiseerder Roccade tekent de parodoxale verstandhouding van de overheid met de vrije markt. Enerzijds ziet de staat het invloed uitoefenen in bedrijven niet als overheidstaak. Anderzijds houdt de staat een dikke vinger in de pap bij de staatsdeelnemingen, ook bij de privatisering daarvan.

Het Nederlandse automatiseringsconcern Getronics is de enige overgebleven kandidaat voor de overname van Roccade, zo werd gisteren bekend gemaakt. IBM Nederland vist achter het net ondanks de voorjeur van de Roccade-werknemers voor deze dochter van het Amerikaanse IBM. De privatisering van Roccade is daarmee een Nederlands onderonsje geworden, nadat eerder Daimler-dochter Debis was afgehaakt.

De verkoop van het belang in Roccade, waarin het voormalige Rijks Computer Centrum (RCC) is opgegaan, is daarmee ook een aardig voorbeeld van het Nederlandse privatiseringsbeleid. De Nederlandse staat heeft in ongeveer veertig ondernemingen belangen, die op termijn verkocht zullen worden. Minister Zalm (Financiën), als eerste verantwoordelijk voor de privatisering, bevestigde onlangs de al jaren bestaande politieke consensus, dat de staat niet de ideale belegger is. Zo staat KPN voor een groot deel aan de beurs genoteerd en is het belang in DSM verkleind.

Roccade toont de onweerstaanbare behoefte van de politiek om zich desondanks te blijven bemoeien met de markt. Aan de onderhandelingstafel zitten de ministeries van Binnenlandse Zaken - broodheer van Roccade en ook in de toekomst een belangrijke klant - en Financiën, de beheerder van de schatkist. Onlangs is echter ook Economische Zaken aangeschoven, het departement dat zich in deze vooral bekommert om de versterking van de in Nederland betrekkelijk onderontwikkelde informatie-technologie-sector. Dit is een duidelijke poging om bij de privatisering ook een vorm van industriepolitiek te bedrijven.

Daarnaast heeft de staat twee commissarissen bij Roccade, W. Kuijken van Binnenlandse Zaken en J. Postma van Financiën. Het Tweede Kamerlid R. van der Ploeg (PvdA) heeft onlangs al zijn bevreemding uitgesproken over de dubbelrol van de overheidscommissarissen bij Roccade, die èn toezichthouden op het bedrijf èn de verkopende partij vertegenwoordigen. Volgens hem is het ook merkwaardig dat de staat èn meer concurrentie wil in allerlei sectoren en tegelijk door zich te laten vertegenwoordigen door de ambtenaar-commissaris een speciale band onderhoudt met één speler, in dit geval Roccade.

In het verkoopspel rond Roccade spelen de aandelenopties voor werknemers en bestuurders na het politieke kabaal dit voorjaar een bijzondere rol. Na de uitlatingen van premier-Kok over “exhibitionistische winsten” voor managers zijn inmiddels maatregelen aangekondigd om de optiewinsten te belasten. Tegelijkertijd streeft de Nederlandse overheid naar een verdere verbreiding van personeelopties onder gewone werknemers, die fiscaal gestimuleerd zullen worden.

De verkoop van staatsdeelnemingen biedt de overheid volgens sommige Kamerleden een uitgelezen mogelijkheid om deze vorm van 'werknemers-kapitalisme' te verspreiden. Bij een overleg van de Tweede Kamer met minister Zalm (Financiën) drongen enkele Kamerleden aan op een goed optieplan voor de werknemers van Roccade, die daar zelf ook om hadden gevraagd.

De Kamer constateerde daarbij ook dat bij de verkoop van (een deel van de) staatsdeelnemingen, zoals bij DSM en KPN, weinig terecht was gekomen van de werknemersparticipatie. Minister Zalm - een naar eigen zeggen “warme voorstander” - liet daarop weten, dat werknemersparticipatie “niet meer dan een factor” is. “Het is ook niet zo dat als we een obligatie vervroegd aflossen, dat dan de obligatie-afdeling op het ministerie daarvan meeprofiteert”, zei Zalm onlangs in deze krant.

De Centrale Ondernemings Raad (COR) van Roccade heeft in een eerste reactie gezegd bij Binnenlandse Zaken en Getronics aan te dringen op een verbetering van het nu geboden optieplan. Zalm vindt optieplannen uiteindelijk een zaak van de onderneming en niet van de verkopende overheid. En zo blijft de rolverdeling tussen staat en markt nog wel even een worsteling voor de Nederlandse overheid.