China breekt zich het hoofd over bevolkingsgroei

Chinese demografen houden de ideale bevolkingsomvang in het jaar 2140 op 650 miljoen, het niveau van 1965. Het aantal Chinezen is nu tweemaal zo groot en deskundigen lanceren koene voorstellen om het plan te halen.

PEKING, 7 OKT. Bowen Wang, een 32-jarige zakenman uit Peking, behoort tot de groeiende groep mensen in China die kiest voor een toekomst zonder kinderen. “Dat is niet gemakkelijk, want van oudsher geldt dat een echtpaar zonder kinderen geen respect toont voor het voorouderlijk geslacht. Maar mijn vrouw en ik zijn het erover eens geworden dat de huidige samenleving kinderen weinig goeds te bieden heeft”, zegt hij.

Wang, die evenals zijn vrouw heeft gestudeerd aan de prestigieuze Peking-universiteit en die nu in dienst is van een staatsonderneming, vindt de nadelen van een gezin met kinderen te groot. “Kinderen moeten in dit overbevolkte land leren omgaan met een ongenadige concurrentie, en dat gaat vaak mis. Ik heb het nu al druk genoeg met het bijbenen van de concurrentie die ik zelf ondervind. Om die reden studeer ik sinds enkele maanden rechten naast mijn werk, om mijn positie in de toekomst te verbeteren. Een kind kan ik daarbij niet gebruiken”, zegt Wang.

Volgens Yang Cihui, hoofd van het Instituut voor Bevolkingscontrole aan de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen in Peking, leveren mensen zoals Bowen Wang - stedelingen met een eigenzinnige opvatting over het krijgen van kinderen - een belangrijke bijdrage aan het oplossen van het huidige probleem van de overbevolking in China. Steeds meer deskundigen erkennen dat de eind jaren zeventig in China geïntroduceerde één-kindpolitiek niet werkt en dat het bevolkingsvraagstuk de komende tijd steeds zwaarder gaat wegen op de Chinese samenleving. Ondanks de van overheidswege ingevoerde gezinsplanning groeit de Chinese bevolking jaarlijks met 13 miljoen mensen, en volgens specialisten zal het nog tot het jaar 2040 duren voordat de groei zal afzwakken.

Deskundigen voorspellen dat de bevolkingsgroei de komende decennia tot omvangrijke knelpunten zal leiden. De demografische druk op de maatschappij verloopt tussen nu en 2040 als een droge prop brood in een slokdarm. Middelbare scholen kunnen de enorme toevloed van leerlingen niet verwerken waardoor steeds meer kinderen buiten de boot vallen. Lagere scholen daarentegen worden gesloten of moeten inkrimpen omdat in die leeftijdsgroep het aantal kinderen inmiddels sterk is afgenomen, de groei is daar ruim over het hoogtepunt heen.

Voor de komende tien tot twintig jaar wordt een enorme overvloed op de Chinese arbeidsmarkt voorspeld. Het aantal werklozen in China neemt rap toe en de onvrede die dat veroorzaakt, staat nu al bovenaan de Chinese lijst van stabiliteitsbedreigende factoren. Verderop in de bevolkingspiramide speelt het probleem van de vergrijzing. Want waar China in 1990 nog zorg droeg voor 62 miljoen 65-plussers, zijn dat in 2040 ruim 300 miljoen mensen. En één van de prangende vragen is hoe de opvang van al die ouden-van-dagen betaald moet worden.

Volgens Yang is de oorzaak van het probleem van de overbevolking terug te voeren tot het overheidsbeleid in de jaren vijftig. “Het Chinese leiderschap, Mao Zedong in het bijzonder, heeft het probleem van de overbevolking op zijn geweten. Immers, in de jaren vijftig gold nog het credo dat meer mensen meer macht zou betekenen. Dat bleek onjuist te zijn, het heeft China enorm verzwakt.”

Als reactie werd vervolgens de één-kindpolitiek ingevoerd, maar de effecten daarvan zijn volstrekt ontoereikend gebleken, betoogt Yang. “De één-kindpolitiek bestaat feitelijk niet buiten China's grote steden. Zestig procent van de plattelandsbevolking heeft twee kinderen - en daar zit nu juist de meeste groei. Overeenkomstig het landelijk beleid mogen boeren families die als eerste kind een dochter hebben gekregen, na vier jaar nog een kind. Daarna is het pas afgelopen. Hoe kun je onder dergelijke omstandigheden spreken van een één-kindpolitiek?”

De oplossing ligt volgens Yang in de aantrekkingskracht en opvoedkundige werking van de steden. Hij gelooft dat China's grote steden nog een aanzienlijk deel van het overbevolkte platteland kunnen verwerken. Daarbij baseert hij zich op de verstedelijking in de Verenigde Staten en Europa, waar de leegloop van het platteland naar de steden een belangrijke motor is geweest voor de nationale economische ontwikkeling. “De trek van de boeren naar de stad - momenteel jaarlijks zo'n tachtig miljoen mensen - is een goede ontwikkeling. In de stad worden minder kinderen geboren dan op het platteland. Bovendien is controle eenvoudiger. De belangrijkste reden evenwel is dat een geschoolde bevolking minder behoefte heeft aan kinderen. Van de stad gaat een enorme educatieve kracht uit.”

Ook professor Shao van het Instituut voor Sociale Wetenschappen van de Volksuniversiteit in Peking legt het verband tussen de Chinese bevolkingspolitiek en het platteland. De oplossing voor het probleem van de overbevolking in China ligt volgens hem verscholen in het Chinese karakter voor het woord 'goed'. Dat karakter is een samenstelling van twee andere karakters die los geschreven de betekenis van 'dochter' en 'zoon' hebben. “Boeren in China willen een zoon voor de oude dag en een dochter om uit te huwelijken. Meer kinderen willen ze niet. Als wij hun kunnen garanderen dat ze een zoon en een dochter krijgen, dan is het probleem van de overbevolking opgelost.”

Professor Shao staat bekend om zijn onorthodoxe standpunten. Tijdens de vele voordrachten die hij op scholen en universiteiten in de hoofdstad geeft, krijgt hij veel bijval. Hij snijdt onderwerpen aan die in China niet of nauwelijks bespreekbaar zijn, zoals prostitutie, homoseksualiteit, buitenechtelijke relaties, de geringe populariteit van het marxisme en het verzet tegen de Chinese bevolkingspolitiek. Het papieren servetje waarop Shao zojuist het karakter 'goed' heeft geschreven, houdt hij omhoog als een trofee.

De bevolkingsgroei in China is volgens Shao vooral “een boerenprobleem”. Daarop moet de aanpak zich concentreren. “Uit onderzoek is gebleken dat 88 procent van de boerenfamilies in China geen behoefte heeft aan meer kinderen na de geboorte van een zoon en een dochter. Bij de huidige medische stand van zaken is het mogelijk die wens te vervullen. We kunnen het geslacht van het ongeboren kind in een heel vroeg stadium bepalen. Bij slechts één op de 200 geboorten blijkt de voorspelling onjuist te zijn geweest. In zo'n geval moeten we een financiële compensatie betalen.”

Dat gaat in het plan van Shao als volgt: “Met de aanstaande ouders sluiten we een contract. Zij betalen 500 yuan (125 gulden) en wij garanderen dat hun tweede kind van een ander geslacht zal zijn dan hun eerste. In een vroeg stadium controleren we het geslacht. Mocht sprake zijn van hetzelfde geslacht als dat van het eerste kind, dan breken we de zwangerschap af met behulp van medicijnen, die tot de 50ste dag na de bevruchting genomen mogen worden. Abortus zullen we niet toepassen. Blijkt onze voorspelling uiteindelijk toch onjuist, dan betalen we 50.000 yuan (12.500 gulden) compensatie. Die wordt gefinancierd uit de contractgelden.”

Professor Shao beweert dat de Chinese autoriteiten thans overwegen een proefneming te doen met zijn plan. Maar de voorgestelde oplossing is controversieel, en het is zeer de vraag of de bevolkingsplanners in dienst van de Chinese overheid uiteindelijk bereid zullen zijn met even veel enthousiasme te luisteren als de jonge toehoorders van professor Shao.

Dat neemt evenwel niet weg dat Shao met zijn denkbeelden over 'geboortecontracten' een heikel onderwerp aansnijdt in China.

Op het Instituut voor Bevolkingscontrole - waar professor Yang leiding geeft - denkt men overigens nog veel verder vooruit dan het jaar 2040. Professor Yang gaat in zijn prognoses uit van een ideale bevolkingsomvang voor China van 650 miljoen mensen. “Dat is het niveau van 1965 - voor de baby boom - en ik geloof dat China dit niveau kan bereiken in het jaar 2140.” Algemeen wordt aangenomen dat China op het hoogtepunt van zijn groei, in 2040, ruim 1,6 miljard inwoners heeft. “Dat is echt veel te veel en het is aan onze generatie de voorbereidingen te treffen voor een bevolkingsafname na 2040 van bijna een miljard mensen. Met een natuurlijke sterftecijfer van 16 miljoen mensen per jaar duurt het na dat jaartal nog ongeveer 100 jaar voordat de bevolking is gedaald tot 650 miljoen.”

Terwijl Yang zijn hoop vestigt op de opvoedkundige werking van steden, denkt professor Shao van de Volksuniversiteit na over de vraag hoe een te verwachten bevolkingsaanwas van vijfhonderd miljoen mensen tussen nu en 2040 moet worden gehuisvest. Hij heeft wel een oplossing, even onorthodox als de meeste van zijn denkbeelden, maar zonder hulp van Nederland zal zijn plan nooit verwezenlijkt kunnen worden. “We moeten land aanwinnen, een dam leggen van Yantai in de provincie Shandong naar Dalian in de provincie Liaoning en de Bohaizee voor de kust van Tianjin dempen.”

Daar, op de vruchtbare grond die het mega-project oplevert, ziet Shao oplossingen voor de groei. De kosten voor een dergelijk project zijn te overzien, vindt de hoogleraar. “Meer dan de zinloze dam in de Yangtze kan het niet kosten”, zegt hij. “Maar we hebben expertise nodig en volgens mij is die te vinden in Nederland”, zegt Shao. “Wilt U zo vriendelijk zijn en mijn wens kenbaar maken in Nederland?”