ZURE SOEP

Na vele jaren puin ruimen van wat door de vorige bewoners waarschijnlijk als een handige stortplaats van vuilnis werd beschouwd, kan ik nu eindelijk met plezier naar mijn tuin kijken. Natuurlijk heb ik daarvoor wel nieuwe aarde moeten laten storten, containers vol mest in de grond gewerkt, schuttingen laten plaatsen, enzovoorts.

Toen ik dan eindelijk planten kon gaan uitzoeken, kon ik me maar moeilijk inhouden. Mijn tuin is vrij klein en ik wilde alles! Daarom liet ik mijn man maar één plant uitkiezen. Na al mijn bloemen en struiken koos hij voor iets eetbaars - zuring, groene zuring om precies te zijn. En wat is dat een mooie en dankbare plant gebleken. Hij doet het prima in een ruime, brede pot (in een pot houden, want hij woekert enorm!) zonder al te veel aandacht, zolang hij maar genoeg water krijgt. Hij blijft ook gewoon doorgroeien als u de bladeren van de onderkant van de plant plukt of knipt en alle bloempjes meteen verwijdert. Na het intreden van vorst sterft de plant af, maar steekt het volgende jaar opnieuw de kop op. Inmiddels heb ik ook rode zuring van een vriendin gekregen. De bladeren van die plant lijken een beetje op die van biet en, net zoals dat met bietenloof het geval is, lopen de bladeren uit als ze bijvoorbeeld in een soep of saus gekookt worden en zorgen ze voor een prachtige roze of rode kleur, afhankelijk van de gebruikte hoeveelheid.

In het voorjaar, wanneer de bladeren jong en mals zijn, kunt u een handvol in stukjes gescheurde bladeren, groene of rode, in een salade verwerken. De wat oudere, taaiere bladeren van de zomer en herfst zijn heerlijk in soepen, sauzen en kruidentaart.

Het gerecht hieronder is gebaseerd op een klassiek oosters recept. In het oorspronkelijke recept wordt een zure bladsoort die 'rosella' heet gebruikt. Deze plant wordt ongeveer twee meter hoog. De stelen zijn paars en de bloemen lijken op een kleine hibiscus (Chinese roos). De bladeren hebben dezelfde friszure smaak als zuring. Aangezien de 'rosella' in Nederland onbekend is, heb ik er zuring voor in de plaats genomen.

Giet twee liter water in een ruime pan en doe er de kippenbout en de varkensribkarbonade in. Breng op smaak met wat zout en breng tegen de kook aan. Laat circa 1 uur sudderen, of tot het vlees volledig gaar is en u een smakelijke bouillon hebt. Neem het vlees uit de bouillon en laat het iets afkoelen. Snijd of scheur het vlees in repen en zet weg.

Doe de gedroogde garnalen, plakken ui en zuring in de bouillon en breng aan de kook. Draai het vuur iets lager en laat circa 10 minuten sudderen tot de ui gaar is. Breng op smaak met wat Thaise vissaus en peper. Schep er de repen vlees door en laat doorwarmen. Schep de soep in soepborden en dien op.

Voor 4 personen

1 maïskippenbout van circa 300 gram

1 magere varkensribkarbonade van circa 150 gram

zout naar smaak

2 eetlepels gedroogde garnalen

1 ui, in dunne plakken gesneden

circa 125 gram zuringbladen

Thaise vissaus, naar smaak

versgemalen zwarte peper, naar smaak