Worstelkoning zonder bruid

Achter een onopvallende muur in een noordelijke wijk van New Delhi bevindt zich de eigenaardige wereld van de 97-jarige worstelkoning en filantroop Vijay Pal, ter stede beter bekend als Goeroe Hanuman. Sinds 1928 drijft hij een akhara, een traditionele Indiase worstelschool, die voor arme jongens vaak de enige weg is om aan hun armoede te ontsnappen.

Bij binnenkomst ligt de oude meester nog vreedzaam te dutten op een charpoy, een met touw bespannen bed. Het vertrek is volgestouwd met stoffige zilveren bekers, klokken met inscripties en andere trofeeën uit zijn lange loopbaan. Wanneer hij ontwaakt, verorbert hij eerst een papaya en zet dan een pan warme melk aan zijn lippen, zeker een halve liter, die hij in één teug naarbinnen giet.

Dan komt de worstelaar met een opmerkelijke verklaring voor de dag. “Ik ben als kleine jongen gaan worstelen om God te doden. Mijn ouders waren gestorven toen ik nog heel jong was. In 1909 nam een buurman me uit ons dorp in Rajasthan mee naar Delhi, waar ik al gauw een frequente bezoeker werd van een akhara. Ik wilde sterk worden en wraak nemen op God, want andere kinderen pestten me dat God m'n ouders had weggenomen.”

De jonge Vijay, die zich door zijn vlugheid bij het vechten al gauw de bijnaam Hanuman verwierf - naar de aapgod uit het hindoe-pantheon - volhardde hierin tot hij langs de Ganges een heilige man ontmoette. “Die overtuigde me ervan dat het geen zin had God te doden. Het was beter een leven te leiden gewijd aan goede werken.”

Enige jaren later opende hij zijn eigen worstelschool, die niet alleen was bedoeld om vechters op te leiden maar ook om de jongens discipline en burgerzin bij te brengen. Ook hielp goeroe Hanuman soms met het vinden van een geschikte vrouw. Al snel begonnen ouders uit bescheiden milieus hun zoons naar de school te brengen in de hoop dat de goeroe ferme kerels van hen zou maken. Ook kastelozen waren welkom.

Niet alleen onder zijn leerlingen, die hem verafgoodden, maar ook elders werd goeroe Hanuman gewaardeerd. Zijn faam werd zo groot dat na verloop van tijd ook de hoogsten van het land in hem geïnteresseerd raakten. Hierdoor ontbreekt het de school niet aan gulle gevers. Oud-premier Indira Gandhi was een geregelde bezoekster en ook de huidige premier, Inder Kumar Gujral, heeft hem al ontmoet. Uit het buitenland komen eveneens geregeld invitaties, vooral uit het worstelgrage Japan. Aan de muur hangt een vergeeld krantenknipsel met de kop 'Guru Hanuman storms USA'.

Terwijl de goeroe zijn verhaal doet, klinkt op de binnenplaats het gesteun van zijn pupillen, die zich in een zanderig strijdperk schrap zetten. Slechts gekleed in lendendoek, omarmen ze elkaar om even later als een onontwarbare knoedel door het zand te rollen. Na een paar minuten zitten hun bezwete lichamen van top tot teen onder het zand en zien vooral de grootsten eruit als afschrikwekkende roofdieren. Behalve volwassen kerels met machtige spierpartijen binden echter ook spichtige jongetjes van een jaar of tien de strijd met elkaar aan.

Af en toe springt een student in een touw, dat hangt aan een stevige tak van de enorme banyan-boom die goeroe Hanumans school van schaduw voorziet. Als Tarzans klimmen ze omhoog, waarbij ze alleen hun handen gebruiken.

Na gedane arbeid is het tijd voor een versnapering. De worstelkoning en zijn leerlingen zweren bij een eiwitrijk doch strikt vegetarisch dieet. Sommigen van hen drinken wel vijf liter melk op een dag. Daarnaast staan er dagelijks een halve liter ghi (een soort vloeibare boter) op het menu en zo'n dertig tot veertig chapati's, het pannekoekvormige Indiase brood. “Ik zou er nog wel negentig opkunnen”, lacht Hanuman, wiens voedingsgewoonten artsen met afgrijzen zouden vervullen.

Maar het moet gezegd: de hoogbejaarde worstelaar, die zelf tot zijn zestigste actief bleef doorvechten, ziet er patent uit. Weliswaar mag zijn buik er wezen, maar zijn markante kop, waarop nog altijd wat wit haar prijkt, vertoont opmerkelijk weinig rimpels. Zijn armen zien er nog even gespierd uit als altijd. Eén knie is echter onwillig geworden, waardoor hij zich slechts met een stok kan voortbewegen. “Ik sta nog elke dag om 3.00 uur 's morgens op”, licht hij toe, “en doe ruim twee uur lang oefeningen om fit te blijven.”

De poorten van de akhara staan in principe open voor iedereen, maar in de praktijk zijn het vooral arme jongens die hier komen. Niet eens zozeer uit Delhi, maar vooral uit de dorpen. Worstelen is in India vanouds op het platteland populair. Maar ook in de oude binnenstad van Delhi, dichtbij de indrukwekkende Yama Mashid-moskee, meten worstelaars elke zondag hun krachten.

Een goede worstelaar geniet veel aanzien. Voor arme jongens zonder verdere opleiding is het een van de weinige manieren om gerespecteerd te worden. Rijke heren op het platteland treden vaak op als de patroons van goede worstelaars. Zij ontlenen daaraan prestige bij de dorpelingen. Het erop nahouden van een worstelaar, zo wordt gezegd, is even goed als het houden van een olifant.

De meeste jongens uit de akhara van goeroe Hanuman verlaten de school na verloop van tijd en worden politieman, militair of bewaker. Eén heeft het zelfs tot wethouder van Sportzaken gebracht. Anderen zetten zelf een worstelschool op.

Boze tongen beweren dat tegenwoordig menig worstelaar zijn diensten aanbiedt aan mafia-bazen of dubieuze politici. Ook komt er kritiek op het feit dat de worstelaars zelden een gewone school bezoeken.

Een bruid heeft goeroe Hanuman nimmer gehad. Als jongeman werd hij in het verre Bombay een keer voorgesteld aan een vrouw die wel voelde voor een huwelijk. “Ik had in die tijd geen vaste woning in Delhi en sliep in de buurt van een plek waar mensen hun doden cremeerden. Ik zei haar: je wilt toch zeker niet getrouwd zijn met iemand die 's nachts tussen de lijken slaapt en overdag in de modder ligt te rollen? Sindsdien ben ik altijd vrijgezel gebleven.”