Willem II-spelers praten alleen nog niet Amsterdams

TILBURG, 6 OKT. “Niet te veel vertellen”, grapte Morten Olsen tegen Co Adriaanse toen deze een boekje open deed over de wijze waarop Ajax het beste kan worden bestreden. De huidige oefenmeester van Willem II trok gisteravond in tactisch opzicht profijt van de periode van vijf jaar dat hij bij de Amsterdamse club heeft gewerkt als directeur opleidingen.

De offensieve strategie die Adriaanse voor zijn team uitstippelde, met drie verdedigers en drie aanvallers, was gewaagd maar zorgde ervoor dat Ajax in Tilburg een hele kluif had aan de Brabanders (0-1).

Met iets meer stootkracht was Willem II de eerste club geweest die Ajax dit seizoen wat punten had ontfutseld. Heerenveen maakte het Ajax een week geleden ook moeilijk, maar dat gebeurde vanuit een defensiever concept. Adriaanse deed allerminst geheimzinnig over de tactiek die volgens hem profijt kan opleveren tegen de ploeg van Olsen. “Ik zag vroeger bij Ajax vijf, zes wedstrijden in een weekeinde. Als een team een nederlaag leed dan kwam dat vaak doordat de tegenstander of in de zone verdedigde en zich niet terug liet drukken voor eigen doel óf heel opportunistisch de aanval koos, achterin één tegen één speelde en heel vroeg stoorde zodat de opbouw werd onderbroken. Dat laatste hebben wij vanavond geprobeerd.”

De risico's die Willem II nam werden door Ajax niet uitgebuit. Net als tegen Heerenveen faalde Arveladze een paar keer alleen voor de overigens uitstekende doelman Van Fessem. Maar ook Babangida en Litmanen hielpen kansen om zeep. Toch kwam Ajax al in de twaalfde minuut op een voorsprong. Na een actie van Arveladze had Laudrup de bal voor het intikken. Balverlies van Kolkka en een misgreep van Koskinen gingen eraan vooraf.

Terwijl Ajax in de tweede helft verzuimde de voorsprong te vergroten, kreeg Willem II vier keer de kans minimaal twee punten over te houden aan het duel. De beste mogelijkheid ontstond in de laatste minuut. Na een voorzet van Kolkka schoof invaller Heering de bal van dichtbij maar net naast het doel. “Zo bleef de wedstrijd in ieder geval tot het einde spannend”, concludeerde Adriaanse tevreden. “Conditioneel hebben we aangetoond dat we niet onder doen voor een team als Ajax.”

In de nabijheid van Louis van Gaal raakte Adriaanse vergroeid met de leer van Ajax. De spelopvatting, de trainingsmethodiek en de organisatorische aanpak die de laatste jaren zoveel successen opleverden heeft hij meegenomen naar Tilburg. Dat vulde hij aan met zijn eigen visie. “Mijn ideeën over voetbal zijn gebaseerd op tempo maken, veel positiewisselingen, korte en lange ballen zoveel mogelijk variëren en je wil opleggen aan de tegenstander. Daarnaast vind ik de techniek heel belangrijk. Daaraan moet ik hier heel veel werken.”

Bij Willem II beschikt Adriaanse natuurlijk niet over de technisch begaafde voetballers zoals die bij Ajax in alle geledingen rondlopen. Daarom heeft de voormalige voetballer van De Volewijckers en FC Utrecht het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt door een moeilijk spelsysteem als dat van Ajax over te brengen op de tricolores. Een dergelijke aanpak vergt veel tijd, als het al ooit succes oplevert want je moet er snelle, aanvallend ingestelde verdedigers voor hebben en goede vleugelspitsen.

Meestal wordt een trainer niet de tijd gegund een nieuwe cultuur op te bouwen. In Tilburg klonk al gemor toen Willem II na de eerste drie wedstrijden nog geen punt had verdiend. Adriaanse leek in de voetsporen te treden van Theo de Jong en Jimmy Calderwood die de afgelopen jaren geen lang leven waren beschoren bij Willem II. Zelf maakt de trainer uit Amsterdam-Noord zich nog steeds geen zorgen. “Ik heb hier te maken met een rustig bestuur. Daarnaast kan ik lezen en schrijven met manager Van Geel. Hij herkent heel veel van mijn ideeën op het gebied van organisatie. Van Geel heeft zich eraan gestoord dat dit vroeger minder goed geregeld was.”

Adriaanse doelt waarschijnlijk ook op de discipline, in en buiten het elftal. Met een strenge aanpak, à la bovenmeester Van Gaal, wekte hij aanvankelijk nogal wat wrevel bij Willem II. De spelers waren de losse aanpak van Calderwood gewend geweest en zagen het als een aantasting van de Brabantse gemoedelijkheid. Rondom het trainingsveld liet Adriaanse een hoog hek plaatsen om pottenkijkers te weren. Het stadion werd door de spelers al snel omgedoopt in Alcatraz. Er kwam een boete te staan op het niet op de juiste wijze in de wasmand werpen van voetbalkousen. En tot woede van vele spelers moest Willeke Peijen, de beheerster van het spelershome, het veld ruimen omdat ze het rookverbod van Adriaanse brutaal negeerde.

Maar op dit moment resulteert het aantrekken van de teugels wel in verzorgder voetbal. Al moet Adriaanse tijdens de wedstrijd regelmatig van de bank springen om zijn spelers in de juiste richting te schreeuwen. Spijt van zijn beslissing om bij Ajax te vertrekken, heeft hij allerminst. “Ik vind het leuk om op het veld te staan en mijn voetbalvisie over te brengen. Bovendien had ik bij Ajax vijf jaar in dezelfde functie gezeten. Mijn ideeën raakten opgedroogd.”

Adriaanse bestrijdt dat hij uit teleurstelling is vertrokken bij Ajax omdat hij Van Gaal niet mocht opvolgen. Hij werd zelfs niet genoemd, door het bestuur noch de spelers. “Mijn besluit stond vorig seizoen al vroeg vast.” Maar in het Ajax Magazine liet Adriaanse eerder weten: “Ik vond het nogal voor de hand liggen dat het bestuur mij zou vragen. Ik weet van mezelf dat ik het zou kunnen. Ik weet alles van Ajax, wat was er logischer geweest dan dat ik het had overgenomen?” En hij somde vervolgens twee mogelijkheden op waarom hij het niet is geworden. “Men vond mij niet goed genoeg of men was van mening dat ik op de goede plek zat en hoopte mij daar te behouden. Waarschijnlijk was het een combinatie van die twee.”

Van Adriaanse wordt gezegd dat hij Willem II te veel op Ajax wil laten lijken. Zijn vorige werkgever zit in elk geval nog vers in zijn geheugen. “Het gebeurt weleens dat ik vanuit mijn woonplaats Zeist bij Utrecht de verkeerde afslag neem. Dan rij ik naar Amsterdam in plaats van het zuiden. Verder heb ik hier veel moeite gehad met de taal. In vergelijking met het hele directe taalgebruik in Amsterdam heeft het Brabants wat onderdanigs.”