Uitstel van proces tegen politieke arm van ETA

Vandaag zou in Madrid het proces beginnen tegen de top van Herri Batasuna, de politieke arm van de ETA. Maar het proces werd verdaagd voordat het feitelijk was begonnen.

MADRID, 6 OKT. Het proces in Madrid tegen 23 leden van het bestuur van Herri Batasuna, de politieke arm van de Baskische afscheidingsbeweging ETA, is vanmorgen opgeschort kort voordat het officieel zou beginnen. Dat gebeurde door het Hooggerechtshof, nadat advocaten van de 23 verdachten de onpartijdigheid van de president van het hof in twijfel hadden getrokken. De advocaten wezen er op dat de president een dochter heeft die werkzaam is bij het departement van Staatsveiligheid.

Het bestuur Herri Batasuna wordt vervolgd wegens medewerking aan een gewapende bende. De bestuursleden zouden rechtstreeks contacten onderhouden met de terroristen van de afscheidingsbeweging.

De aanklacht is gebaseerd op een video die Herri Batasuna vorig jaar tijdens de algemene verkiezingen uitzond en waarop verschillende gemaskerde en gewapende ETA-leden een verklaring aflegden over de redenen voor hun terreuraanslagen.

De verkiezingsvideo wekte grote verontwaardiging in heel Spanje. In de weken voor de uitzending hadden terroristen van de ETA de voormalige president van het Constitutionele Gerechtshof Francisco Tomás y Valiente in zijn werkkamer op de universiteit doodgeschoten. Tevens werd de Baskische advocaat Fernando Múgica, broer van de vroegere socialistische minister van Justitie, op straat in het centrum van San Sebastián vermoord. Tegen beide moorden werd massaal geprotesteerd in heel Spanje.

De officier van justitie eist acht jaar gevangenisstraf tegen elk individueel lid van het HB-bestuur. Deze eis is tevens gesteld door de 'burger-aanklagers' onder leiding van de Baskische socialistische partij en de familie Múgica, die naar de regels van het Spaanse strafrecht gezamenlijk met het openbaar ministerie optreden tegen de verdachten. De organisatie van slachtoffers van de ETA-terreur heeft tien tot twaalf jaar gevangenisstraf geëist.

Het proces is omringd door extreme veiligheidsmaatregelen. Anti-terreureenheden van de politie bewaken het gerechtsgebouw en hebben straten in de omgeving afgezet. Gevreesd wordt voor aanslagen van zowel de ETA als van ultra-rechtse groeperingen. Van de zijde van Herri Batasuna is gisteren tijdens een bijeenkomst reeds gedreigd voor mogelijke gevolgen van het proces. Het HB-bestuurslid Karmelo Landa, een van de verdachten, verklaarde dat de rechters van het Hof bang zijn omdat nog onduidelijk is hoe en wat het “antwoord” van “Herri Batasuna en Baskenland” is op de vervolging van het politieke bestuur. Hoewel het verhoudingsgewijs rustig bleef in Baskenland, hadden de afgelopen weken regelmatig onlusten plaats. Zaterdagavond bestookten drie gemaskerde jongeren met molotov-cocktails het lokaal van de socialistische partij in het Baskische stadje Rentería, waar op dat moment tien mensen aan het eten waren. Er vielen geen gewonden bij het incident.

De aanloop naar het proces ging de afgelopen dagen tevens gepaard met toenemende spanningen tussen de politieke partijen in Baskenland. De gematigde Baskische nationalistische partij PNV, de grootste partij in de Baskische regio, beschuldigde bij monde van haar politiek leider Xavier Arzalluz de Spaanse regering ervan de rechters van het Hof onder druk te zetten om de leden van het bestuur van Herri Batasuna te veroordelen. Een andere woordvoerder van de PNV verklaarde dat het proces als een test gezien moet worden voor de politieke onafhankelijkheid van het Hof en onderstreepte dat Herri Batasuna een legale politieke partij is. Van de zijde van de regering is niet gereageerd op de beschuldigingen.

De politieke onenigheid rond het proces betekent opnieuw een scheur in het gezamenlijk optreden van de democratische partijen tegen de terreur van de ETA waartoe deze zomer besloten werd. Nadat in juni het Baskische raadslid Miguel Angel Blanco werd ontvoerd en na een ultimatum werd doodgeschoten, besloten alle partijen, inclusief de Baskische PNV, tot een politieke boycot van Herri Batasuna. Zoals gebruikelijk weigerde HB de ETA-actie te veroordelen. In Spanje wordt HB niet alleen beschouwd als de “politieke arm” van de ETA, maar tevens als een actief onderdeel in de ingewikkelde organisatie rond de terreurbeweging.

De Baskisch-nationalistische PNV, die net als de ETA de afscheiding van een onafhankelijk Baskenland nastreeft, wordt er door de overige partijen regelmatig van beschuldigd een dubbelzinnige houding aan te nemen ten opzichte van de ETA-terreur. Voormalig socialistische minister van Justitie Enrique Múgica bekritiseerde gisteren de Baskische nationalisten die menen dat er onvoldoende juridische redenen zijn om de bestuursleden van Herri Batasuna te vervolgen. Múgica, een van de leiders van de Baskische socialisten, verklaarde dat de veroordeling van het hoofdbestuur hem “zeer tevreden” zou stellen.