Moreel verval van een chique club

Het sportieve verval van Anderlecht is zaterdag na drie opeenvolgende thuisnederlagen door een 5-0 zege op Lokeren voorlopig tot staan gebracht. Of de club van het rijke Brusselse leven ook aan het morele verval ontkomt, is de vraag.

Schuin tegenover de entree van het stadion van Royal Sporting Club Anderlecht, Stade Constant Vanden Stock, bevindt zich een begrafenisonderneming. Bloemstukken van verschillende omvang en in verschillende kleuren sieren de vitrine. Voor de winkel staan jongens met een paarswit shirt aan hun lijf en een paarswitte sjaal om hun nek. Ze drinken zich lam aan Brussels bier, schreeuwen zich schor met strijdkreten en zwaaien met een spandoek waarop hun leus van het moment staat: Anderlecht mort? Jamais!

Niet bekend

Sinds enige weken komt de oude Vanden Stock niet meer op het stadion. Hij kan zich niet meer in het openbaar vertonen en volgt zijn eens zo chique club nog slechts op afstand. Roger, zoon en al enige jaren opvolger als voorzitter, houdt nu audiëntie in de presidentiële vertrekken van de Bourgondische arena, waar fijnproevers van eten, drinken en voetbal elkaar aan de borst drukken. Tegenover de kamer van de présidence herinnert een borstbeeld aan Monsieur Anderlecht. Het eerste jaar van zijn voorzitterschap, 1971, staat gegraveerd onder de in brons gegoten buste, het laatste jaar nog niet. Wanneer keert Constant Vanden Stock terug in zijn stadion? Komt hij nog terug?

Hij kan zo weer gaan zitten op zijn plaats op de tribune, meeleven als de echte supporters rondom hem. Hij kan zo weer naar de kleedkamer gaan om zijn spelers te complimenteren of moed in te spreken. Zoals hij dat altijd heeft gedaan. Bij Anderlecht wordt hij in ere gehouden. Van moreel verval, als gevolg van beschuldigingen en onthullingen over betalingen aan scheidsrechters, wil de supporter in het algemeen en dezer dagen die van Anderlecht in het bijzonder nu eenmaal zelden iets weten. Zelfs de opmerkelijk zwakke start van de competitie weerhoudt de supporters er niet van het stadion te mijden. De geest van Constant Vanden Stock waart rond. Wanneer hij zich morgen weer waagt te vertonen zal hij worden onthaald als de koning van Brussel - of hij nu wel of niet schuldig is aan corrupt gedrag.

Mocht Vanden Stock iets hebben ondernomen dat tegen de regels van fatsoen indruist, dan nog zal hem niets kwalijk worden genomen. Hij schonk de mensen voetbal, hij kocht voor hen Lozano, Rensenbrink, Mulder, Van Himst, Oliveira en Nilis, prachtige voetballers. Hij schonk hun vermaak, het zeldzame gevoel van eenheid en triomf. Hij schonk hun titels, bekers en het mooiste stadion van Europa. Zelfs al had hij in 1984 toestemming gegeven de Spaanse scheidsrechter Muro in de halve finale van de Europa Cup tegen Nottingham Forest, zoals hij heeft bekend, 1,2 miljoen Belgische frank te 'lenen', dan nog koestert het volk geen wrok. Bovendien had Muro financiële problemen en is hij pas verongelukt - dat stemt altijd mild.

Goed, Vanden Stock heeft zelfs 25 miljoen frank zwijggeld betaald aan derden die destijds door de scheidsrechtersbegeleider van Anderlecht, Raymond De Deken, waren ingeschakeld om Muro te benaderen. En heeft Vanden Stock niet samen met zijn zoon Roger, manager Michel Verschueren, zijn schoonzoon en secretaris Philippe Collin en mogelijk met medeweten van hoge functionarissen van de Belgische bond als voorzitter Etienne D'Hooghe en oud-secretaris Alian Courtois gepoogd de zaak buiten het daglicht te houden? Vast wel. Maar de mannen die het smeer- en zwijggeld in de publiciteit brachten, dat is domweg mafia.

Nu is Jean Elst, bemiddelaar in de duurste transactie in de geschiedenis van Anderlecht (Lozano in 1983 naar Real Madrid) en belast met een paar jaar gevangenisstraf wegens belastingfraude, geen vertrouwenwekkende figuur. En van zijn ex-compagnon René van Aeken mag hetzelfde worden gezegd. Eens was hij beheerder van een nachtclub. En nadat Elst in de gevangenis was beland, profiteerde hij van de kopieën van bandjes die zijn vroegere vriend maakte van telefoongesprekken met De Deken. Van Aeken zette Anderlecht en de Belgische bond jaren na het incident weer onder druk en bedong met succes nogmaals 12 miljoen frank zwijggeld.

Elst en Van Aeken zijn afpersers, dat willen ze wel weten in België. In de ogen van de voetbalfans hebben zij Anderlecht, Vanden Stock en de Belgische bond verraden. Het is een steekspel geworden waaraan de Europese voetbalfederatie eerst zijn vingers niet wilde branden. Het dossier Anderlecht is pas vorige week - vele jaren verjaard - behandeld. Anderlecht mag een jaar niet uitkomen in een Europese competitie. Het is een straf die niet is gebaseerd op strafrechterlijke, maar op ethische gronden. Duidelijker: de UEFA vond slechts dat ze deze lastige zaak niet onopgemerkt mocht laten passeren.

Vanden Stock is vooralsnog buiten schot gebleven; al heeft zijn reputatie schade geleden. De man met het kale hoofd en de lange staart, Van Aeken, wordt afgeschilderd als de kwade genius. Hij dreigt, insinueert en glorieert. Hij heeft ook al beweerd dat Anderlecht eens een wedstrijd tegen Banik Ostrava heeft gekocht en zei vorige week dat Anderlecht in de loop der jaren acht Belgische scheidsrechters heeft beïnvloed. Omdat de bond geen stelling nam tegen deze vage aantijgingen, ondernamen alle scheidsrechters vorige week een protestactie. Ze lieten hun wedstrijd vijf minuten later beginnen. De beste Belgische scheidsrechter, Sandra, kondigde aan afgelopen zaterdag zijn laatste wedstrijd te leiden. De bond reageerde door hem van dit duel (Club Brugge-Genk) af te halen. Maar Sandra hield voet bij stuk en benadrukte dat hij nooit meer zal fluiten.

Het imperium Vanden Stock wankelt en de geloofwaardigheid van het Belgische voetbal wankelt mee. Eens was Constant bij Anderlecht een stoere linksback die goed kon koppen. Hij was een strenge selectieheer van de Rode Duivels, vooral een heer. Zijn vader Philemon leerde hem mensenliefde. Drie weken voor het einde van de Duitse bezetting zag hij hem worden weggevoerd naar Duitsland. Twee dagen voor het einde van de oorlog stierf Philemon, cafépatron en grondlegger van de familiebrouwerij Gueuze Belle-Vue.

In 1981 verkocht de familie Vanden Stock haar aandelen aan de Luiks-Leuvense groep Interbrew (Stella en Jupiler). De opbrengst werd geïnvesteerd in Anderlecht. De club werd nu een bedrijf, naast een horecaonderneming en enkele snackbars het enige wat de familie nog zakelijk bezighield. Het stadion werd gemoderniseerd. Anderlecht had nog één doelstelling. Die was niet van sportieve, maar van economische aard en heet winstmaximalisatie. Sportieve successen zijn daartoe het beste middel. De familieraad overweegt nu ook een beursgang. Niet om de voetbalsupporter te dienen, maar zichzelf.

“Voetbal is er voor de kleine mensen. Ze zijn het hart van de club. Dat mag je later nooit vergeten”, zei vader Constant eens tegen zoon Roger. Constant, de pater familias van Anderlecht, is een goed mens. Hij schonk waar hij schenken kon, aan jongens als Kialunda. Arm en doodziek kwam deze Zaïrees jaren nadat hij was vertrokken bij Anderlecht het stadion binnengestrompeld. De oude Vanden Stock gaf hem geld. Tevergeefs, schrijft Hugo Camps, een paar weken later overleed Kialunda. Hij werd begraven op Anderlecht, met een plechtige mis gezongen door drie heren en kreeg een mooie grafsteen. Alles op kosten van Anderlecht. En misschien wel verzorgd door de begrafenisonderneming aan de overkant van het stadion.