La Traviata nu beter maar niet echt goed

Voorstelling: La Traviata van G. Verdi door de Nederlandse Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Ralf Weikart. Gezien: 4/10 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 30/10.

Met Verdi heeft de Nederlandse Opera sinds het betrekken van het Muziektheater, elf jaar geleden, een moeizame relatie. Op de avond na de opening van het Muziektheater was een nieuwe produktie van Falstaff een mislukking en ook een andere Falstaff in 1994 was als geheel geen succes. In Don Carlos konden de zangers niet op tegen de legendarische prachtproduktie van Visconti. Ook Simone Boccanegra, Un ballo in maschera en Luisa Miller bereikten niet het niveau van Monteverdi- en Mozartvoorstellingen.

Datzelfde geldt voor La Traviata in de produktie van Alfred Kirchner, die in 1993 in première ging en nu wordt herhaald met andere solisten in alle belangrijke partijen. Ook is er in Ralf Weikart een andere dirigent, beter dan Graeme Jenkins destijds, al is daar niet veel voor nodig. Opnieuw stroomt de affiniteit met de echte Verdi helaas niet de orkestbak uit. Deze Traviata, die door het publiek warm werd ontvangen, is koel, afstandelijk en schetsmatig.

De nieuwe vocale cast is in de drie hoofdrollen zeker een verbetering, al blijft die met te weinig riante stemmen onder het niveau dat men beschouwt als 'internationaal'. Dat is het probleem van de Nederlandse Opera, die zich in toprepertoire geen topzangers kan veroorloven. Bij een echt goede produktie voldoet het betaalbare middenniveau meestal uitstekend, bij een mislukte regie realiseert men zich de muzikale wensen des te beter.

Deborah Riedel, de vorige Violetta, liet zich goeddeels wegspelen door Miranda van Kralingen, die zich als Flora maar hoefde te vertonen, om alle aandacht te trekken. Met Anna Steiger als Flora overkomt dat Aïnhoa Arteto in de titelrol gelukkig nu niet. Arteto en Marcus Haddock (Alfredo) ogen als een jong stel, dat een eerste wederzijdse liefde speelt, waarbij hun oppervlakkigheid de treurige afloop van hun relatie voorspelt en die daarom minder tragisch maakt.

Arteto, die eerder in Amsterdam Mimi zong in La bohème, heeft een wat smalle stem, maar daarbinnen doet ze expressief het maximale. Haar coloraturen in E strano zijn niet opzienbarend, maar wel zelfverzekerd gezongen. De confrontatie met de oude Germont in de tweede acte maakt indruk en in de sterfscène demonstreert ze ruim voldoende pathetiek.

Vassili Gerello, die de oude Germont wel erg eenzijdig typeert, heeft een goede stem, waarin men echter in de laagte meer karaktervolle resonantie en in de hoogte meer lyriek zou wensen.

Marcus Haddock is als Alfredo een blaag met veel bravoure, maar ook niet veel meer. Deze Alfredo is vooral buitenkant, zijn stem mist echte diepgang en geloofwaardige passie. Deh miei bollenti spiriti klinkt wat hol, in de confrontatie met zijn vader is hij al te gemakkelijk de verliezer, wat hij later aan de speeltafel weer ruim compenseert door Violetta met het gewonnen geld terug te betalen. Hij lijkt eerder gedreven door jaloezie, dan door vertwijfelde liefde.

De enscenering is nog steeds - stilistisch en dramatisch - een ratjetoe van 'actualisering' en partiële conceptualisering en abstrahering. De drie actes hebben nauwelijks met elkaar te maken. Aan het slot gaat Violetta dood in een kaal kamertje zonder sterfbed, maar wel met een stoel en een tafeltje. Als ze sterft vallen de muren weg en komt ze terecht in een grotere grijze kale kamer. Wat wordt men verondersteld daarbij te denken? Toch niet dat de dood bevrijdt èn wederom opsluit? Opnieuw heb ik mijn best gedaan enige zinvolle dramaturgische of symbolische betekenis te ontdekken - tevergeefs.