Klein gebrek geen bezwaar; Mijn paard kijkt voor ons tweeën

Met mijn rechteroog zie ik niks, met m'n linker vijf procent. Met dat oog kijk ik door een soort koker, ik zie alleen wat recht voor me is. Dat is altijd zo geweest, ik ben ermee geboren.

Op mijn zesde begon ik met voltige, zeg maar gymnastiek op een pony. Niet veel later kreeg ik van m'n ouders m'n eigen pony. Met die pony kan ze alleen op stap, die brengt haar wel thuis, dachten ze.

Vanaf m'n negende neem ik deel aan wedstrijden. Eerst aan 'gewone' wedstrijden, later ook aan wedstrijden voor invalide sporters. Dat betreft enkel dressuurwedstrijden, springen wordt voor invalidesporters als te gevaarlijk gezien. Bij WK's voor sporters die 'aangepast' sporten ben ik drie keer eerste en één keer tweede geworden.

Ik neem vooral deel aan wedstrijden voor valide sporters, zowel dressuur als springen. Het niveau is er hoger, de sfeer beter. Valide sporters zijn sportiever, ze proberen jouw prestatie niet negatief te beïnvloeden.

In september werd ik negende op de 'gewone' NK-rijstijl, een combinatie van dressuur en springen. Hoewel ik altijd wil winnen, was ik tevreden. Ik weet dat ik alleen maar beter word.

Omdat ik zo slecht zie, wist ik vroeger nooit waar de afscheiding van de ring was. Nu mag ik hekjes plaatsen, zodat ik zie waar de ring ophoudt. Bij springwedstrijden moet het parcours in m'n hoofd zitten. Vroeger was ik daardoor nauwelijks met m'n paard bezig. Daardoor weigerde hij weleens. Inmiddels heb ik een enorme vertrouwensband met m'n paarden, misschien wel een grotere vertrouwensband dan de meeste valide ruiters. Soms denk ik dat mijn paarden weten dat ik bijna blind ben. Dat ze voor twee moeten kijken.