Kasparov verliest beladen partij door onachtzaamheid

TILBURG, 6 OKT. Een euforische voorspelling of een doemdenkerig voorbehoud zal Gary Kasparov niet gauw van zijn realiteitszin beroven. Meteen na zijn vijfde overwinning in het Fontys Schaaktoernooi waarschuwde de wereldkampioen vrijdag voor overspannen verwachtingen. De spelers die de beste vorm etaleerden moest hij tenslotte nog ontmoeten.

Prompt verloor hij vierentwintig uur later een beladen partij van de kampioen van zijn land, Peter Svidler. Kasparov schudde het hoofd, verwerkte de opdoffer en keek ongebroken vooruit naar zijn witpartij tegen Jeroen Piket. “Er is niets aan de hand. Als ik goed speel is die partij in veertig zetten voorbij. Of misschien wel dertig.”

Het werden er op de kop af dertig. Verdwaald in Kasparovs openingslabyrinth slaagde Piket er niet in een uitweg te vinden. Gelaten verwerkte hij het leed. Bedroefd kon de Leiderdorpenaar er nauwelijks meer om worden nadat hij een dag eerder ook al een totaal gewonnen stelling tegen Peter Leko in één ondoordachte zet had opgeblazen.

Ook Kasparov reageerde feitelijker op zijn verlies tegen Svidler dan verwacht. “Ik vind het voornamelijk vervelend dat ik het moois dat ik aan het opbouwen was, kapot heb gemaakt.” Complimenten voor zijn bedwinger had hij niet, wel een duidelijk verwijt aan zichzelf. “Ik zat te slapen en realiseerde me pas te laat dat ik helemaal niet zo goed uit de opening was gekomen.” Het 'tegenoffensief' dat hij meende te beginnen lokte alleen maar witte stukken naar aanvalsrijpe velden, terwijl zijn eigen materiaal ongelukkig verstrikt raakte.

Peter Svidler probeerde net zo beheerst en weloverwogen te reageren op zijn sensationele overwinning, maar erg goed ging hem dat niet af. Midden in zijn sobere analyse moest de Petersburgse grootmeester toch toegeven dat hij het liefste een flinke kreet zou loslaten in de hal van het Ondernemingshuis. Te veel gedachten en emoties raasden door zijn hoofd. Drie keer in vier jaar werd hij kampioen van het land waar de beste speler van de wereld woonde zonder dat hij ooit ook maar één partij tegen die speler kon spelen. Zij leefden in verschillende werelden, zoals eens te meer duidelijk werd op de dag dat de spelers in Tilburg aankwamen. Svidler probeerde Kasparov, met wie hij in hetzelfde Olympiade-team speelde, te begroeten, maar kwam niet verder dan een onbeantwoorde knik.

Eenmaal tegenover elkaar gezeten in hun langverwachte eerste ontmoeting gleed Svidler als in een droom door de partij heen. Op aanraden van zijn vriend Vladimir Kramnik speelde hij een weinig gangbare variant die hem onwaarschijnlijk snel groot voordeel opleverde. Niet in de gelegenheid om waar dan ook zijn opwinding kwijt te raken, probeerde Svidler zijn zenuwen in bedwang te houden door in een verkrampte denkpose op een stoel naast de hoofdarbiter te gaan zitten. Dat lukte en ruim voor de tijdcontrole mocht hij de felicitaties van Kasparov in ontvangst nemen.

De gewelddadige overwinning die Kasparov en dag later op Piket behaalde, bracht de toernooifavoriet opnieuw alleen aan de leiding. Svidler mocht in zijn handen knijpen dat hij niet meer dan een half punt achterop raakte. Trouw volgde hij het zoveelste wijze advies van Kramnik en probeerde tegen Michael Adams op winst te spelen zoals dat een gedeelde koploper betaamde. “Ik realiseerde me onvoldoende dat ik na mijn winst op Kasparov hondsmoe was en dacht 's morgens optimistisch dat een kleine winstpoging tot de mogelijkheden behoorde. Toen ik erachter kwam dat ik dat ik de opening helemaal verkeerd behandeld had, was het al ongeveer te laat.” Alleen door een onbegrijpelijke vergissing van Adams vlak voor de tijdcontrole wist Svidler alsnog remise te maken.

Vladimir Kramnik raakte weer een vol punt achter op Kasparov. De nummer twee van de wereldranglijst reageerde teleurgesteld op het gelijke spel dat hij Peter Leko had moeten toestaan. Het was de vierde partij op rij waarin de Moskoviet een veelbelovende stelling niet in winst wist om te zetten. Kramnik zocht zijn heil na deze nieuwe tegenslag in een cynische bespiegeling. “Tja, ik moet wel erg goed in vorm zijn. Hoe zou ik anders al die fraaie stellingen kunnen krijgen?”

Wit: Gary Kasparov; zwart: Jeroen Piket 1.d2-d4 d7-d5 2.c2-c4 d5xc4 3.e2-e3 Pg8-f6 4.Lf1xc4 e7-e6 5.Pg1-f3 c7-c5 6.O-O a7-a6 7.Lc4-b3 b7-b5 Voorzichtiger was 7...Le7 of 7...Pbd7. 8.a2-a4 b5-b4 9.Pb1-d2 Lc8-b7 10.e3-e4 c5xd4 11.e4-e5 Pf6-d5 12.Pd2-c4 Pb8-c6 13.Lc1-g5?! Achteraf vond Kasparov eenvoudig 13.Pxd4 effectiever. 13...Dd8-d7 14.Ta1-c1 h7-h6? Zwaar bekritiseerd door Kasparov. Zwart had meteen 14...Lc5 moeten spelen. Nu vindt de witte loper een goed veld op g3. 15.Lg5-h4 Lf8-c5 16.Pf3-d2 O-O 17.Pd2-e4 Kasparov heeft Piket in een ijzeren grip. Zwart slaagt er niet meer in zijn stukken normaal te ontwikkelen. 17...Lc5-e7 18.Lh4-g3 Dd7-d8 19.Pc4-d6 Pc6-a5 20.Lb3-c2 b4-b3 21.Lc2-b1 Dd8-b6 22.Dd1-d3 g7-g6 23.Pe4-c5 Lb7-c8 24.h2-h4 Pa5-c6 25.a4-a5 Db6xa5 26.Pd6xf7!

De witte druk is zo groot dat de afbraak van de zwarte vesting al kan beginnen. 26...Tf8xf7 27.Dd3xg6+ Kg8-f8 28.Pc5xe6+ Lc8xe6 29.Tc1xc6 Le6-d7 30.Dg6xh6+ Zwart geeft het op.