Johnny dient terug te keren bij Pioniers

Een Amerikaanse ex-prof, Johnny Walker, was de smaakmaker bij landskampioen honkbal Pioniers. Hij voelde zich er thuis. “Ik begrijp niet waarom Nederlanders zo graag naar Amerika willen. Hier is het leven veel prettiger.”

HOOFDDORP, 6 OKT. Het was de eerste titel in het bestaan van Pioniers. Dus was de vreugde na de beslissende 10-7 zege op HCAW groot. Toch meldt zich in het feestgedruis een meisje met bedroefd gezicht bij Johnny Walker. “Waarom ga je terug naar Amerika?”, vraagt ze de honkballer. Hij drukte haar liefdevol tegen zich aan. “Omdat daar mijn familie woont.”

Johnny Walker is razend populair in Hoofddorp. “Vind je het gek met zo'n naam?”, merkt coach Bruce Heiser op, verwijzend naar het gelijknamige whiskymerk. Heiser, zelf ook een Amerikaan, haalde Walker naar Nederland. Hij zag zijn landgenoot vorig jaar tijdens de Haarlemse Honkbalweek bij de ploeg van de Sullivans spelen. De Pioniers-coach nam Walker zelfs in huis. Daar heeft hij achteraf geen spijt van gehad. “Johnny is een fantastisch mens. Zelfs al zou je met hem in een kast worden opgesloten, heb je nog geen last van hem.”

De 25-jarige Walker is anders dan de meeste van zijn sportende landgenoten, heeft Heiser geconstateerd. “Johnny roept niet voortdurend dat hij de beste is. Hij vond het fijn dat hij in Nederland mocht spelen en niet andersom. Zo van: ik ben Amerikaan en jullie mogen blij zijn dan ik hier wil komen honkballen. Zo'n houding had hij ook niet nodig.”

Walker was dit seizoen de beste honkballer in de Nederlandse competitie. Hij kan een aardige bal slaan, is in het veld een goede korte stop, maar zijn grote specialiteit is het 'stelen' van honken. Dat lukte hem dit seizoen liefst 28 keer. “Als Johnny op de honken komt, o, boy, dan is er spektakel”, zegt Heiser. Walker vindt zichzelf niet eens zo snel. Zijn succes als honkloper heeft volgens hem meer met spelintelligentie te maken. “Het is belangrijk om als kleine speler gebruik te maken van je lengte en de grotere jongens te slim af te zijn.”

Natuurlijk willen ze in Hoofddorp dat hij volgend jaar terugkeert. Maar Walker weet het nog niet. Hij is gevraagd om in Amerika weer te komen werken bij de honkbalschool waar hij met groot plezier met kinderen werkte. Zelf heeft Walker thuis een zoon van vier, Corey. “Ik heb hem de laatste vijf maanden maar één keer gesproken. Door het tijdsverschil was het moeilijk om te bellen. Er gebeurt nu hetzelfde als met mij en mijn vader. Die speelde ook honkbal en was nooit thuis. Als kind begrijp je dat allemaal niet.”

Toch heeft Walker wel oren naar een rentree bij Pioniers. God zal hem helpen een besluit te nemen, weet de speler. “Hij heeft voor mij het juiste pad uitgestippeld.” Een ding is in ieder geval zeker, Walker had het naar zijn zin in Nederland. “Ik kan maar niet begrijpen waarom Nederlanders zo graag naar Amerika willen. Hier is het leven veel prettiger.” In zijn vaderland heeft Walker zich vaak gediscrimineerd gevoeld. “Alles draait daar om geld verdienen, de stress is enorm. En als het de mensen dan even tegenzit, dan reageren ze dat af op gekleurde mensen. Dan worden ze racistisch.”

Ook zijn geringe lengte was volgens Walker een reden voor mensen om hem niet voor vol aan te zien. Twee jaar stond hij onder contract bij de vermaarde Boston Red Sox, maar hij haalde nooit het hoogste niveau, de Major League. Daar was hij te klein voor, zeiden ze tegen hem. In zijn studietijd kreeg Walker ook al eens een mooi aanbod van een profclub, de Detroit Tigers, maar zijn moeder weigerde toen toestemming te geven. Walker denkt dat ze daarmee zijn vader, van wie ze toen al gescheiden was, wilde dwarszitten. Met zijn moeder praat hij dan ook niet meer.

Walker vergelijkt zijn leven met het verhaal van Pioniers in dit seizoen. “Het zag er niet best uit, maar we zijn blijven vechten”, zegt de Amerikaan. De ploeg plaatste zich pas op de laatste speeldag van de reguliere competitie als vierde en laatste voor de play-offs, maar bleek daarna ineens de sterkste. Zaterdag toonde Pioniers zijn goede mentaliteit. De thuisploeg, die in de finalereeks tegen HCAW met 2-1 leidde, kwam met 7-4 achter. Een vijfde en beslissende wedstrijd, op het veld van HCAW, leek noodzakelijk te gaan worden. Pioniers vocht echter terug en won in een spectaculaire eindfase nog met 10-7.

De titel was een feit en Heiser bleek een goede keuze te hebben gemaakt. Hij had de in grote vorm verkerende werper Peter Callenbach voor een eventuele vijfde duel bewaard. Daarom begon Richard Orman op de Hoofddorpse heuvel. De Antilliaan deed na een aarzelend begin zijn werk naar behoren en werd voor het slot van de wedstrijd afgelost door Marc Steenhof. Deze international werd dit seizoen aan zijn elleboog geopereerd. Hij leek zelf verloren te gaan voor het tophonkbal, maar zaterdag stond hij er toch weer.

Johnny Walker nam in de kampioenswedstrijd drie punten voor zijn rekening. “Toen we achter stonden, dacht ik alleen maar: ik wil morgen niet weer spelen”, vertelt hij na afloop. Walker zal de titel koesteren, ook al werd die behaald in een klein honkballand. “Toch is er niet zo'n groot niveauverschil met Amerika. Alleen wordt er daar dagelijks getraind en hier maar twee keer in de week. Maar hier lopen ook goede spelers rond.”

Verlegen nam Walker de vele felicitaties van de Pioniers-supporters in ontvangst. Johnny, Johnny, schalde het over het veld. “This is a great feeling. I love this club.”