Het verzet van een boer

Morgen zal het Oostenrijkse college van bisschoppen een begin maken met de procedure voor de zaligverklaring van Franz Jägerstätter. De in 1907 in St. Radegund (Oberösterreich) geboren boer werd in 1943 in Berlijn onthoofd omdat hij de dienst in de Wehrmacht weigerde.

Jägerstätter was een kleurrijk figuur, een belezen boer met veel belangstelling voor maatschappelijke problemen én een diepgelovig katholiek. Door zijn geloof kwam hij tot het inzicht dat de oorlog die de Wehrmacht voerde misdadig was.

Jägerstätter was tientallen jaren een omstreden man in Oostenrijk. Zijn verzet tegen de nazi's plaatste zijn tijdgenoten en zijn familieleden voor een dilemma. Diegenen die niet uit nationaal-socialistische overtuiging in Hitlers leger dienden, hebben hun geweten altijd gesust met het idee dat zij het vaderland tegen het communisme hadden verdedigd. Jägerstätter wilde daarvan niets weten. “Wij vechten in Rusland niet tegen het barbaarse bolsjewisme maar moorden de Russische bevolking uit en dat kan nooit Gods wil zijn”, schreef hij in een brief aan een vriend. Nieuwe informatie over zijn proces leverde de opening van de Stasi-archieven in Berlijn op. Vernietigd gewaande documenten doken op en bewezen wat Franziska Jägerstätter, de weduwe, altijd had gezegd, namelijk dat haar man door zijn advocaat, Leo Feldmann, was verraden.

Jägerstätter was bereid om als ziekenbroeder te dienen, maar zijn advocaat heeft aan deze oplossing niet meegewerkt. De rechter, die Jägerstätter onder de druk van Heinrich Himmler ter dood veroordeelde, pleegde een jaar later zelfmoord. Hij weigerde een nieuwe reeks doodsvonnissen voor dienstweigeraars te ondertekenen. De advocaat daarentegen profileerde zich na 1945 als toegewijde verdediger, die wanhopig had geprobeerd de koppige Jägerstätter van de dood te redden. Feldmann verklaarde in 1945 zijn cliënt te hebben gesmeekt om als ziekenbroeder dienst te nemen, maar Jägerstätter had alle uitvluchten afgewezen. Feldmann werd op grond van zijn eigen verklaringen 'entnazifiziert'. Alleen aan Franziska Jägerstätter had hij verteld dat hij haar man niet had geholpen. De advocaat ging er terecht van uit dat haar toch niemand zou geloven. Nog in 1971 nam de bekende Oostenrijkse schrijver en regisseur Axel Corti in zijn documentaire 'Der Fall Jägerstätter' de beweringen van de advocaat over; ook de linkse intellectueel geloofde de geslepen advocaat meer dan de eenvoudige plattelandsvrouw. Zonder de opening van de Stasi-archieven zou Feldmann in de Jägerstätter-literatuur nog steeds een vriend en helper worden genoemd.

Met de zaligverklaring zet de katholieke kerk als laatste instantie een stap in de richting van de herwaardering van Jägerstätter. Erna Putz, de biografe van Jägerstätter, verklaart deze late reactie met de leeftijd van de bisschoppen. “De katholieke kerk is de enige instantie waar de leeftijdgenoten van Jägerstätter nog aan de macht zijn. Voor deze mannen was het heel pijnlijk om onder ogen te zien dat ze een misdadig regime hebben gediend. Bisschop Schönborn heeft het probleem ten slotte opgelost door te zeggen dat Jägerstätter een bijzonder mens was. God had hem de genade en de kracht gegeven die velen van zijn tijdgenoten niet hadden.”

De Oostenrijkse staat heeft in 1993, vijftig jaar na zijn dood, een Jägerstätter-postzegel uitgegeven en voor het gemeentehuis in St. Radegund ligt een gedenksteen waarop de overtuiging en standvastigheid van Jägerstätter worden gememoreerd. Ook de Oostenrijkse omroep besteedt veel aandacht aan Jägerstätter en het probleem van dienstweigering onder de nazi's. In een radiouitzending verklaarde een man: “Ik heb in 1945 nog een deserteur laten arresteren en ben dus verantwoordelijk voor zijn dood. Het heeft heel lang geduurd voor ik dit inzicht kon toelaten maar nu ben ik zover.”

Deze man, en anderen die in soortgelijke bewoordingen over schuld en schuldgevoelens vertelden, hebben voor een andere weg gekozen dan de vroegere Oostenrijkse president Kurt Waldheim, die tot vandaag volhoudt “niets gehoord en niets gezien” te hebben.