Griekenland heeft weinig op met koningen

Koningin Beatrix en prins Claus beginnen morgen aan een driedaags staatsbezoek aan Griekenland, het enige land van de Europese Unie dat zij nog niet hadden aangedaan.

ATHENE, 6 OKT. Het zal morgen de eerste keer zijn dat een Nederlands staatshoofd Griekenland bezoekt, en het is tevens het tweede vorstelijk bezoek aan dit land - na dat van de groothertog van Luxemburg - sinds het gedwongen vertrek van koning (nu exkoning) Konstantijn in december 1967. De Spaanse en Zweedse koning en de Deense koningin worden volgend jaar verwacht.

Na het herstel van de democratie in december 1974 sprak 69 procent van de Griekse bevolking zich in een referendum voor de republiek uit.

Afgezien van korte aankondigingen hebben de Griekse kranten tot gisteren met geen woord uitgeweid over de naderende gebeurtenis. Het publiek is er nauwelijks van op de hoogte. Het is ook de vraag of het bezoek, eenmaal begonnen, veel aandacht zal trekken. Er bestaat enige onverschilligheid ten aanzien van koningshuizen, al was de belangstelling voor de 'ketterse' prinses Diana enorm, vooral na haar bezoek aan Griekenland en haar daarop volgende dood.

Het is of het Griekse publiek wat schichtig is waar het monarchieën betreft. De Grieken weten dat het referendum van 1974 overtuigend en eerlijk is geweest en dat er theoretisch geen kans is op herstel van hun eigen koningshuis. Konstantijn heeft echter de uitkomst van dit referendum nooit met zoveel woorden erkend en geeft meer dan eens te kennen dat zich nog wendingen kunnen voordoen, die hun rechtvaardiging vinden in de Griekse geschiedenis van deze eeuw.

Ook de Grieken kennen hun geschiedenis en dat maakt de grote anti-royalistische meerderheid des te feller, elke keer dat Konstantijn weer met een persconferentie - of een reis naar Griekenland - komt. Zij weten dat de West-Europese koningshuizen allemaal 'met elkaar verstrengeld' zijn.

Dit zal niet gaan ten koste van de beleefdheid en vriendelijkheid waarmee het Nederlandse koninklijk paar zal worden ontvangen, maar het zal meeklinken in de reacties, voor zover die er komen. In ieder geval hoeft men nauwelijks bang te zijn dat in die reacties een specifiek anti-Nederlands geluid zal meeklinken.

Vijf jaar geleden zou dit nog anders zijn geweest en een koninklijk bezoek zou toen ook ondenkbaar zijn geweest. Nederland, en in mindere mate Italië, was toen het zwarte schaap voor de Griekse krantenlezer, wie werd voorgeschoteld dat de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek (die de bijnaam Van den Turk kreeg) inzake de kwestie van de naam Macedonië een strikt anti-Griekse houding innam. Het kwam tot een boycot van Nederlandse en Italiaanse producten, in gang gezet door de radioreporter Trangas en overgenomen door de keten van supermarkten Verópoulos. Nog enkele jaren behield Nederland zijn anti-Griekse reputatie.

De scherpste kantjes zijn er nu wel af. De belangstelling voor de Macedonische kwestie zelf nam af - Verópoulos heeft nu zelfs een groot filiaal in Skopje - en het optreden van Nederlandse ministers als Kooijmans en Van Mierlo werkte 'begrijpender' en soepeler. Zelfs ten aanzien van Van den Broek wordt nu erkend dat hij in de kwestie over de aansluiting van Cyprus bij de EU een pro-Grieks standpunt inneemt. Het koninklijk bezoek kan bijdragen tot een verdere verbetering van deze betrekkingen.

De tweede dag zal het koninklijk paar het grootste klooster van de Meteoren bezoeken, in een schilderachtig rotslandschap in centraal-Griekenland. Daarvoor moeten honderden treetjes worden bestegen en afgedaald. Vroeger werd men met netten opgehesen, maar deze methode, evenals een landing met helikopters, is afgewezen. Op de laatste dag staat een bezoek aan Thessaloniki op het programma, dit jaar culturele hoofdstad van Europa. Het gaat daarbij vooral om de tentoonstelling van schatten van de heilige berg Athos die daar dit jaar wordt gehouden.

Het bezoek krijgt daardoor een nogal religieus karakter. Pikant is dat vlak voor de visite aan de Grote Meteoor een extra editie is verschenen van het blaadje In Geweten dat door dit klooster wordt uitgegeven. Daarin schrijft abt - en archimandriet - Athanasios, in het voetspoor van zijn collega's van Athos, een fel requisitoir tegen Griekenlands naderende deelname aan het Verdrag van Schengen, dat 'duivels' wordt genoemd. Dit “dringt een anti-democratisch, onvrij regime op dat de specifieke kwaliteiten van de volkeren bedreigt”. Maar het zal speciaal een moordende uitwerking hebben op de ware godsdienst die Griekenland handhaaft.

Het gebruik van het getal 666 - uit De Openbaring - in de codificering bewijst dat het hier gaat om het werk van de duivel, aldus de abt, en in een andere bijdrage wordt gesproken van het 'Brusselse Monster'.