Ed Wubbe liet zich voor ballet van Scapino inspireren door zangeres Nico; De lijven glijden vergeefs als gladde alen

Voorstelling: Nico, door het Scapino Ballet Rotterdam. Choreografie en toneelbeeld: Ed Wubbe, muziek: John Cale en songs van Nico. Kostuums: Pamela Homoet, licht: Benno Veen. Gezien: 4 oktober, Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m februari 1998. Informatie: 010-4142414.

Het leven van Nico, de in 1938 in Keulen geboren zangeres en filmster, die in de jaren zestig en zeventig grote bekendheid verwierf door haar medewerking aan The Velvet Underground en films van Andy Warhol, is de inspiratiebron voor Ed Wubbe's nieuwe avondvullende ballet voor het Scapino Ballet Rotterdam. Het is dan ook niet zo maar een leven. De beeldschone Christa Päffgen wordt op 15-jarige leeftijd in Berlijn als fotomodel ontdekt, trekt naar Parijs, maakt er furore, verandert haar naam in Nico, speelt een rol in de film La Dolce Vita van Fellini, krijgt een kind van Alain Delon, ontmoet Bob Dylan en laat een succesrijke carrière als fotomodel achter zich om zich met hart en ziel te storten in de pop-wereld van Andy Warhols New York. Ze geeft over de hele wereld concerten, maakt plaatopnames en komt, verslaafd aan drugs, op een fietstochtje op Ibiza om het leven. Ze is dan 50 jaar oud.

In de korte film-fragmenten waarmee Wubbe's Nico begint zien we zowel de beelden van een stralende jonge vrouw als het gespannen, magere gezicht van iemand die tevergeefs de realiteit wil ontvluchten en tegelijkertijd die realiteit met opgeheven hoofd tegemoet treedt. Die wonderlijke combinatie van ambitie en zelfsdestructie maakt Nico tot een persoon die intrigeert, zoals ook haar speciale stemgeluid en die melodieuze, toch schurende songs dat doen. Wubbe vroeg ex-Velvet Underground-lid John Cale nieuwe muziek te schrijven, die samen met plaatopnames van door Nico geschreven en gezongen songs, in de voorstelling live wordt uitgevoerd.

Van Wubbe is niet te verwachten dat hij Nico's leven als een chronologisch verhaal in danstaal om zal zetten. Zijn kracht ligt in de dynamiek van zijn eigentijdse bewegingstaal en daar leunt de nieuwe productie dan ook volledig op. Het is één doorlopende stroom van soepele, kronkelende, neerzijgende en weer opverende dans. Benen worden zijwaarts langs het oor geheven, waarbij het lichaam naar voren helt en het bekken sterk kantelt. Ook poses waarin één arm verticaal in de lucht steekt terwijl de ander in een rechte lijn daarmee ontspannen naar beneden hangt en het bovenlichaam zijwaarts buigt, ,zijn regelmatig terug te zien in verschillende dynamische variaties. De vrouwen - allemaal Nico's, gekleed in losse, grijs/zwarte hemdjurkjes met de blote benen gestoken in nauwsluitende laarsjes - stralen een voor een machteloze wanhoop, twijfel, berusting en eenzaamheid uit. De mannen, snel aangebrande binken in donkere broek, loshangend hemd of jasje los in de heupen en knieën, nemen gedecideerd de ruimte in bezit maar vinden daar geen werkelijke bevrediging.

De reeks duetten, soli, trio's en ensemble-nummers laten een vergeefs zoeken naar wezenlijk contact zien. Lijven glijden als gladde alen om elkaar heen, maar het tijdelijk samengaan leidt tot niets. Iedere ontmoeting en scheiding komen als volkomen willekeurig over. Het is mooie dans om naar te kijken, maar emotioneel is er geen enkele variatie, terwijl Nico toch meer kanten moet hebben gehad dan alleen maar die van een kwetsbare, zichzelf tot ondergang doemende zielepiet.

Nergens wordt ook maar een suggestie gedaan over de herkomst van al dat leed. Hierdoor ontbeert de voorstelling spirituele zeggingskracht en blijft slechts een lange aaneenschakeling van losstaande dansen. Zelfs de zeer goede dansers gaan op elkaar lijken ondanks zichtbare verschillen in beweging. Beth Bartholomew was voor mij de enige die tot een eigen interpretatie kwam en compassie wist op te roepen. De mooie, net niet alleen maar welluidende muziek van zes strijkers aangevuld met slagwerk, gitaren en piano, krijgt op den duur een gelijkluidendheid die de spaning doet afnemen, hoe gedreven de band Ice Nine ook speelt.

Het sobere toneelbeeld - een kale ruimte, een grijze bank, wat ombestemde dia-projecties en musici op de achtergrond - past goed bij de desolate sfeer, hoewel de functie van die steeds maar weer op- en neer bewegende diaschermen onduidelijk blijft. Waarschijnlijk moeten ze andere, intiemere ruimtes creëren, maar dat werkt niet echt. Er was heel terecht veel applaus voor de prestaties van de dansers, maar de persoon Nico komt alleen tot leven in de filmbeelden, de met roestige stem uitgesproken fragmenten uit interviews en de intensiteit waarmee ze haar vaak schrijnende songs vertolkt.