Drie vrouwen die alles meteen op tafel gooien

Voorstelling: Loslopende vrouwen, van Haye van der Heyden. Spelers: Trudy de Jong, Kitty Courbois, Ricky Koole en Hans Cornelissen. Decor: Patrick Theunisse. Regie: Victor van Swaay. Gezien: 4/10 in Singer, Laren. Tournee t/m 30/12. Inl. 020-6750966.

De vrouw die door het luik op het dakterras is gekomen, loopt als een razende onder de hemelsblauwe hemel heen en weer. Ze krijst, gilt en gooit met dingen. “Bent u actrice?” vraagt de man die er al zit. “Nee, ik heb een moeder,” antwoordt de vrouw.

Dat zijn de eerste twee zinnen van Loslopende vrouwen, de nieuwe komedie van Haye van der Heyden, en al meteen is - met succes - de eerste grap geplaatst. De vrouw is een feestje te harer ere ontvlucht, omdat ze zich als gebruikelijk door haar moeder het bloed onder de nagels vandaan heeft laten treiteren. Maar zelfs op het dak lukt het haar niet van die moeder los te raken. Al gauw komt het mens kijken waar haar dochter is gebleven. Daarna duurt het ook niet lang meer of de derde generatie, de jonge dochter van de vrouw, voegt zich bij hen. En alle drie tonen ze zich, elk op hun eigen manier, geïntrigeerd door de man die daar op het dak zit.

Een mooie uitgangspositie is het, die Van der Heyden heeft geschapen. Na zijn met brille geschreven relatiekomedie Mussen en Zwanen, gesitueerd in een dertigersmilieu, zet hij deze keer de getroubleerde verhoudingen tussen een grootmoeder, een moeder en een dochter op scherp. De vrouw in het midden is een verzenuwd type dat haar moeder haat, niet weet wat te beginnen met haar dochter en wordt voortgedreven door hunkering naar... ja, naar wat? “Als ik liefde krijg, dan ben ik als was,” zegt ze. Haar nieuwe doelwit is de onbekende man, een beau, die weinig van zichzelf prijsgeeft. Hij straalt een wonderbaarlijk soort rust uit, maar blijft verder zo oningevuld dat elk van de drie vrouwen een eigen beeld van hem kan hebben. Minzaam glimlacht hij hen toe.

Tegenover het geheim van de man, beheerst gespeeld door Hans Cornelissen, staat echter dat de drie vrouwen hun hele hebben en houwen vrijwel meteen op tafel gooien. De verhoudingen zijn zwart-wit getekend, vaardig en met vaart, maar ongenuanceerd. En eerlijk gezegd ook nogal ongeloofwaardig, omdat Van der Heyden het niet kon laten bij elke houtsnijdende confrontatie zo gauw mogelijk weer uit te wijken naar een lach. Dat maakt de vrouwen naar mijn smaak tot veel te snedige karikaturen, en dat maakt ook dat Kitty Courbois (tijdelijk te leen van Toneelgroep Amsterdam), Trudy de Jong en Ricky Koole zichtbaar zoeken naar het juiste evenwicht. Soms lukt het hen tenminste nog iets van hun herkenbare kwetsuren te laten zien, mede doordat regisseur Victor van Swaay op zulke momenten de vaart goed mindert, maar te snel dwingt de comedy hen dan weer op het grappige pad.

In zijn vorige stuk had Van der Heyden heel weinig woorden nodig om tot de kern door te dringen. Nu gebruikt hij te veel woorden, vind ik, en hij komt aan de kern niet toe.