Door HANS AARSMAN

Sinds Steffi Graf niet meer in haar tennispakje op televisie verschijnt, moet de mannelijke tennisliefhebber in een romantisch vacuüm zijn beland. Binnen de lijnen was Steffi onbetwist de sterkste, maar buiten, in de grote boze buitenwereld, veranderde ze in een kwetsbaar wezentje.

Nóg zie ik die traan over haar wang biggelen toen de vraag werd gesteld over de voorlopige hechtenis van haar vader. Welke man zag zich op dat moment niet naast haar staan? Om de schouder te zijn waartegen ze kon uithuilen. Om alle journalisten die van plan waren haar pijnlijke vragen te stellen de stuipen op het lijf te jagen.

Maar Steffi zien we niet meer. Een seizoen al zitten we als zakken zand naar het vrouwentennis te kijken. Waar blijft de vrouw voor wie onze mannenromantiek door het vuur kan gaan? Brenda Schultz, Miriam Oremans? Die hebben ons niet nodig. Martina Hingis? Die heeft haar moeder. Mary Pierce? Daar houdt geen man het bij uit. Drie coaches hebben al gillend de benen genomen. Gisteren heb ik haar zien spelen tegen Brenda Schultz. Het arsenaal aan zenuwtrekjes waar dat mens over beschikt. Ze bindt haar haar heel parmantig in een staart, maar dan weer net zo dat het eind van die staart de hele tijd in haar nek prikt. En maar schudden met dat hoofd, en met haar vrije hand aan de staart zitten. Die kan wel een schouder gebruiken om tegen uit te huilen, al was het maar iemand die haar een paar tips gaf. Als ze haar hoofd op mijn schouder zou leggen, zou ik haar zeggen:

'Haal die staart er af, liefje, knip dat haar toch lekker kort, net als Schultz en Oremans.'

Reken maar dat ze dan begint te piepen. Die korte kopjes vindt madam natuurlijk niet vrouwelijk genoeg. En vrouwelijk is ze. Daar steekt ze van de zenuwen haar beide armen in de lucht. Lekker volle armen heeft ze, en dito benen. Mag de mannelijke tennisliefhebber graag zien. Maar dan zit ze voor de zoveelste keer weer aan haar neus. Een flinke neus trouwens, net als die van Steffi. En zuchten, veel zuchten. Zorgelijk kijken ook. Om gek van te worden. Als ze een belangrijk punt verliest, bijt ze op haar onderlip. Als het helemaal mis dreigt te gaan, knabbelt ze op haar racket. En maar met de rug van haar hand over haar kont vegen. Een prachtige kont overigens.