Doden bij acties van verzet in Colombia

BOGOTA, 6 OKT. Bij aanvallen door linkse en rechtse guerrillastrijders zijn dit weekeinde in Colombia 28 soldaten, politiemensen en leden van de rechterlijke macht gedood. De aanvallen zijn een nieuwe slag voor het vredesinitiatief van president Samper, die de linkse guerrillabeweging FARC aan de onderhandelingstafel hoopt te krijgen door een combinatie van politieke tegemoetkomingen en militaire druk.

Vorige maand meldde het leger dat het de FARC in het zuiden zware slagen toebracht, sinds begin vorige week volgen de nederlagen elkaar echter snel op. Samper heeft de militaire top bijeengeroepen voor spoedoverleg.

De 28 doden vielen in de zuidelijke provincie Meta, waar het leger vorige maand een offensief inzette tegen de FARC (Revolutionaire Strijdmacht van Colombia), de oudste en grootste marxistische verzetsbeweging van Colombia. Bij een aanval op het stadje San Carlos de Guaroa vielen vrijdagavond elf slachtoffers. Hoewel de regering aanvankelijk de FARC als schuldige aanwees, blijkt de aanval te zijn uitgevoerd door een rechtse para-militaire eenheid die was ingehuurd om een cocaïne-transport te beschermen. Het is een publiek geheim dat rechtse para-militaire eenheden doorgaans nauw met het leger samenwerken.

In een tweede aanval, bij de stad San Juan de Arama, werden zaterdag 17 politiemensen gedood door een strijdmacht van de FARC. De guerrillastrijders lokten twee politiebusjes in een val. Ook werd de belangrijkste pijpleiding voor olie vrijdag voor de 52ste maal dit jaar opgeblazen door linkse guerrillastrijders. De FARC en de kleinere guerrillabeweging ELN hebben samen naar schatting 15.000 leden en beheersen veertig procent van het platteland.

Samper zelf kwam dit weekeind opnieuw in opspraak in verband met de dubieuze financiering van zijn presidentscampagne in 1994. Santiago Medina, zijn voormalige penningmeester die momenteel een gevangenisstraf uitzit, schrijft volgens het politieke blad Cambio 16 in een deze week te verschijnen boek dat Samper in 1994 zes miljoen dollar ontving van het Cali-kartel. Samper zou er in ruil voor zorgen dat de leiders van het kartel, de gebroeders Rodriguez Orejuela, lage straffen kregen als ze zich binnen drie maanden na zijn verkiezing tot president overgaven. De cocaïnebaronnen werden uiteindelijk in 1995 opgepakt en komen over minder dan zes jaar weer op vrije voeten. (AP, Reuter)