DIE ZEIT

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is ernstig in gevaar. Sommige politici, vooral Amerikanen, zijn de mensenrechten de afgelopen vijftig jaar selectief gaan gebruiken als pressiemiddel in de buitenlandse politiek, terwijl veel Aziatische landen er nog steeds een uiting van westerse arrogantie in zien.

In Die Zeit pleit Helmut Schmidt daarom voor een evenknie: een 'algemene verklaring van de plichten van de mens'. Het blijven bepleiten van alleen maar rechten, leidt volgens de oud-bondskanselier anders tot een 'botsing van culturen' of zelfs een wereldwijde chaos. Samen met andere oud-politici als Jimmy Carter, Giscard d' Estaing en onze eigen A.A.M. van Agt heeft hij inmiddels 19 artikelen opgesteld die aan de Verenigde Naties zouden moeten worden voorgelegd ter amendering of acclamatie.

De artikelen die integraal bij Schmidts pleidooi zijn afgedrukt, leggen de universele verantwoordelijkheden vast die individuen en staten tegenover elkaar hebben. Realpolitiker, denkt Schmidt, zullen het wel weer als kansloos idealisme afdoen, maar dat slaat hem niet uit het veld. Uitgangspunt is 'de gouden regel uit alle wereldgodsdiensten': wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Tot de nieuwe verantwoordelijkheden behoren de verplichting je voor de waardigheid en het zelfrespect van anderen in te zetten, het leven van anderen te ontzien, het goede te stimuleren, en het kwade te vermijden.