A

Natuurlijk is de A gereserveerd voor Anneke; zij is mijn muze en avatar, geliefde en echtgenote - de cognitieve dissonantie is en blijft echter van mij. Zij verdrinkt bij voorkeur in de woorden, raakt met opzet de kluts kwijt, terwijl ik eerst peins en daarna vastberaden de vork uit de steel trek. Wij zijn water en vuur, chronisch explosief huwelijk tussen taal en beeld.

A is al bijna een halve eeuw dennennaalddun en voelt zich verhipt arcadisch in een asfaltjungle, terwijl ik veel ruimte in beslag neem en alleen kan functioneren in agrarische regionen. Ik geef de voorkeur aan ontwaken door ronkende tractoren en vogelzang, blèrende schapen, hoestende koeien. Zie en hoor gras, maïs, van alles en nog wat groeien terwijl zij ... ja, wat?

's Winters is A net als de aarde abstract, afwezig, kaal, ongenaakbaar en onbegrijpelijk. Lente-A is daarentegen omhelzing, ontbotten, levenslust: bloeiende aardbeien. Voor de serie Uitzichten van de VPRO-radio werden we in het voorjaar gevraagd ons uitzicht te beschrijven. A sprak bezwerend over het gewriemel op de hoofdstedelijke Wallen, het getier en gezuip; ze beschreef de scheve gevels en de malle dingen die men als blikvanger op daken plaatst. Mijn uitzicht werd een dag later uitgezonden: lofzang op vogelzang, hazelaar, bloeiende akelei, boterbloem, lupine, immense akker waarop het ene jaar maïs staat en het andere aardappelen of suikerbieten. Aangevuld met gekwebbel van Jut en Jul, paartje parkieten buiten in een grote volière, het immer lege zandpad, het ontbreken van trams, reclameborden, mensen. Visuele stilte als beloning voor isolement.

A is een aantrekkelijke buitenaardse aardling, soms akelig gealiëneerd en soms allemachtig vrouwelijk. Al is dat hondsmoeilijk te zien, zij voelt zich namelijk altijd aanvoerder - A is stoer tot mijn dood erop volgt.