Spanje compenseert slachtoffers gifschandaal

MADRID, 4 OKT. Het Spaanse Hooggerechtshof heeft bepaald dat alle naar schatting 30.000 slachtoffers van de vergiftiging door vervuild koolzaadolie in aanmerking komen voor een schadevergoeding. Daarmee wordt zestien jaar na de ramp, die meer dan duizend doden tot gevolg had, de Spaanse staat alsnog verantwoordelijk gesteld voor de schade.

Het zogeheten spijsolieschandaal begon in mei 1981. In een arbeiderswijk in Madrid kregen hele families last van hoge koorts, ademhalingsproblemen en zware hoofdpijn. Een aantal van hen overleed na ziekenhuisopname, anderen raakten blijvend verlamd. Het bleek te gaan om gesjoemel met koolzaadolie, de goedkoopste bakolie, die was aangelengd met industriële afvalolie. De opeenvolgende regeringen onder leiding van de socialistische premier Felipe González weigerden enige verantwoordelijkheid in de kwestie te erkennen. De Hooggerechtshof bepaalde donderdag evenwel dat de staat uit “sociale solidariteit” de plicht heeft schadevergoedingen uit te keren. Dat zal een merkbaar effect hebben op Spanje's rijksbegroting. Volgens schattingen zal er vijfhonderd miljard peseta's (6,7 miljard gulden) uitgekeerd moeten worden, 0,6 procent van Spanjes bruto nationaal produkt. De vergoedingen lopen uiteen van 1,2 miljoen gulden voor volledig invaliden tot ruim twee ton voor de nabestaanden per sterfgeval.

Slachtoffers zijn zeer gefrustreerd over de strafrechtelijke afhandeling van het schandaal. Tien jaar geleden werden dertien olieverwerkers veroordeeld. Hun werd geen moord of dood door schuld ten laste gelegd, maar een delict tegen de volksgezondheid. De zwaarste straf kreeg de importeur van de vervuilde olie, die tot twintig jaar werd veroordeeld. Hoewel de straffen in hoger beroep werden verviervoudigd, bevinden alle veroordeelden zich nu op vrije voeten.