Šešelj: kampioen van de haat

Hij praat veel. Hij schreeuwt ook veel. En soms slaat hij erop. Niet zo vaak. Af en toe. Vojislav Šešelj, etnisch zuiveraar en ijveraar voor de Groot-Servische zaak, treedt morgen in de tweede ronde van de Servische presidentsverkiezingen aan tegen Zoran LiliEÉc, de kandidaat van Slobodan MiloševiEÉc.

ROTTERDAM, 4 OKT. Vojislav Šešelj is een spraakmaker. Al heel lang. In 1984 ontfermde de mensenrechtenorganisatie Amnesty Internationalzich over hem. Šešelj, jurist en socioloog - Joegoslavië's jongste doctor - stond in Sarajevo terecht. Tito's geheime politie had bij hem thuis een geschrift gevonden, waarin voor een Groot-Servië werd gepleit. Gepubliceerd was het niet, maar dat speelde geen rol. De inhoud deed dat wel: Šešelj pleitte voor de incorporatie van de deelrepublieken Montenegro en Bosnië in een uit te breiden Servië en de opheffing van de autonomie van Vojvodina en Kosovo. En dat was een ernstige zonde, in Tito's Joegoslavië, en vooral in Bosnië, waar nationalisme, gezien de gecompliceerde relaties tussen de etnische groepen, nog een graadje erger werd bestraft dan elders in de federatie. Šešelj kreeg acht jaar gevangenisstraf wegens “contrarevolutionaire activiteit”. Amnesty adopteerde hem als gewetensgevangene en de Westerse media - nog weinig geverseerd in de etnische problematiek in Bosnië - spraken er schande van. Na 22 maanden werd Šešelj vrijgelaten.

Šešelj, in 1950 in Sarajevo geboren, is sinds 1984 geen millimeter van zijn standpunten afgeweken. Na het uiteenvallen van het oude Joegoslavië heeft hij ook geen middel onbeproefd gelaten om zijn Groot-Servische idealen te verwezenlijken. Hij richtte de Servische Radicale Partij op en stichtte na het uitbreken van de oorlog in Kroatië in de zomer van 1991 een eigen militie, die zich vooral in Virovitica (in het noorden van Kroatië), Vukovar (in het oosten), Karlobag aan de Adriatische kust en Karlovac ten zuiden van Zagreb onderscheidde bij 'etnische zuivering'. Šešelj kwam al voor op de eerste lijst van oorlogsmisdadigers in ex-Joegoslavië, opgesteld door Lawrence Eagleburger. In 1992 waren zijn mannen ook in Bosnië op grote schaal actief voor het ideaal van een etnisch zuiver Groot-Servië, dat zou moeten bestaan uit Servië, Montenegro, Macedonië, de Servische delen van Bosnië en Herzegovina, Dubrovnik en forse delen van Dalmatië, en de Kroatische gebieden ten zuiden en ten oosten van Zagreb. “Het beste is een Groot-Servië dat op een dag grenst aan Groot-Duitsland”, zei hij vorige maand tegen Der Spiegel. Hij wil zich naar eigen zeggen best door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag laten berechten. Sterker: hij heeft om een Nederlands visum gevraagd, maar dat (zegt hij) niet gekregen.

Van zijn extreem-rechtse opvattingen heeft Šešelj nooit een geheim gemaakt: van hem geen verbale terughoudendheid. Het liefst zou hij 'alle Kroaten met een roestige lepel de ogen uitscheppen' ('Grapje', zei hij later). Zagreb moest met napalm worden gebombardeerd. De Serviërs zouden Hongarije moeten veroveren en de 1,7 miljoen Albanese inwoners van Kosovo moeten naar Albanië worden uitgezet (“Over twintig jaar vragen de mensen: Albanezen in Joegoslavië? Waar wonen die?”, zei hij tegen Der Spiegel.) Hij riep Servische vluchtelingen op de woningen van niet-Serviërs in Vojvodina simpelweg te bezetten en verstrekte er een lijst met de adressen bij. Tegenstanders zijn 'psychopaten', 'idioten' en 'buitenlandse agenten'. Šešeljs politieke vrienden heten Jean-Marie Le Pen en Vladimir Zjirinovski. Toen hem onlangs werd gevraagd of hij echt een fascist is zei Šešelj: “Ik ben ervan beschuldigd een Kroaat te zijn. Dat is erger dan de beschuldiging een fascist te zijn. Zeker, we walgen van de Kroaten. Wat is daar erg aan?”

Niets, vinden veel Serviërs: ruim 1,1 miljoen kiezers (27,2 procent van diegenen die hun stem uitbrachten) stemden op 21 september in de presidentsverkiezingen op Šešelj, die morgen in de tweede ronde aantreedt tegen MiloševiEÉc' kandidaat Zoran LiliEÉc (35,7 procent in de eerste ronde). Veel kans om LiliEÉc te verlaan maakt hij niet. Maar Šešelj telt nu volop mee in Servië: bij de parlementsverkiezingen verdubbelde zijn SRS haar zeteltal van 39 tot 82 (van de 250).

Naast Le Pen en Zjirinovski was ook Slobodan MiloševiEÉc lang een politieke vriend van Šešelj. In 1992 en 1993 immers werkte MiloševiEÉc hard aan de verwezenlijking van de voorstellen waarvoor Šešelj in 1984 de cel was ingedraaid. Maar toen MiloševiEÉc zich in 1993 tot vredesduif transformeerde, was het met de vriendschap gedaan: voor Šešelj pleegde de Servische leider verraad door het heilige ideaal van een Groot-Servië op te geven.

Niet bekend

Šešelj is een geboren demagoog, die met zijn directe, open stijl appelleert aan de gevoelens van frustraties bij vooral de onderklasse in Servië, de kiezers die het meest te lijden hebben van de jaren van economische achteruitgang en van de tomeloze corruptie bij de door de socialisten van MiloševiEÉc beheerste overheid.

Sinds november vorig jaar is Vojislav Šešelj burgemeester van Zemun, een lieflijke voorstad van Belgrado, de enige gemeente waar zijn SRS de meerderheid heeft. Een modelburgemeester - voor de Serviërs, die hem wekelijks op zijn spreekuur kunnen opzoeken. Hij zorgt dat er stromend water en elektriciteit is, steunt kleine ondernemers, bouwt huizen en verdeelt land onder Servische vluchtelingen van elders.

Voor de Kroaten in Zemun is Šešelj niet zo prettig: hun burgemeester brengt zijn concept van etnische zuiverheid in Zemun in de praktijk. De Kroaten in de stad zijn allemaal ustaša (Kroatische fascisten). En dus kan het gebeuren dat een Kroaat na zijn vakantie ontdekt dat er een Servisch gezin in zijn huis zit. Onlangs beledigde Šešelj in een televisiedebat Nikola BaroliEÉc, advocaat van een van die etnisch gezuiverde Kroaten uit Zemun, dermate dat deze zijn geduld verloor en Šešelj een glas water in het gezicht gooide. “Daar krijg je nog spijt van”, voegde Šešelj hem toe. En zo geschiedde: na het programma werd BaroliEÉc door een van Šešeljs lijfwachten (een man die is aangeklaagd wegens twee moorden) in elkaar geslagen; hij moest worden geopereerd en lag een week in het ziekenhuis. “Hij gleed uit over een bananenschil”, zei Šešelj later. “Herhaaldelijk zelfs.” Grapje.