Schorsing van tafeltenniscoach wakkert discussie aan over seksueel misbruik in de sportwereld; God en de mier

Tafeltenniscoach Wiljo L. is geschorst omdat hij niet van zijn jonge pupillen kon afblijven. Dat was al vele jaren bekend, maar werd telkens verzwegen - als hij maar vertrok. De gedragscode die de nationale sportkoepel onlangs presenteerde, is volgens ingewijden voorlopig een wassen neus. 'De wet biedt de dader meer bescherming dan het slachtoffer.'

Ruim twintig jaar lang heeft Wiljo L. ongestoord zijn gang kunnen gaan tot hij bij tafeltennisvereniging De Trefhoek in Almelo tegen de lamp liep. Vier jongens en meisjes in leeftijd variërend van twaalf tot vijftien jaar, deden in december 1996 bij de politie te Almelo aangifte van ontuchtige handelingen. De onregelmatigheden werden in januari ook bij de Nederlandse Tafeltennis Bond (NTTB) gemeld.

Justitie in Almelo besloot de zaak na onderzoek te seponeren wegens gebrek aan bewijs. Maar de tuchtcommissie van de NTTB, onder leiding van mr. dr. H. Sackers, in het dagelijks leven rechter te Den Bosch, kwam op 3 september tot een heel andere conclusie. Wiljo L., die al dertig jaar actief is in de tafeltenniswereld en als trainer onder meer successen boekte met de Zutphense club Torenstad, is voor anderhalf jaar geschorst, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tuchtcommissie achtte bewezen dat L. zijn pupillen seksueel heeft misbruikt.

Voor de beschuldiging dat de trainer doucheruimtes betrad om naar meisjes te gluren, kon de commissie geen bewijs vinden. Voor de ander aanklachten verzamelde het tuchtcollege echter bewijzen te over. In een uitvoerig rapport, waarvan de conclusie binnenkort verschijnt in het bondsblad van de NTTB, staan de ondersteunende getuigenissen. C.: “Hij hield mijn rechterhand bij mijn pols vast en met de andere hand hield hij mijn rechterborst vast. Hij bleef de borst net zo lang vasthouden als de oefening duurde. Ditzelfde deed hij ook bij mijn kruis. Hij hield mijn kutje over de korte broek vast.”

De vader van D.: “De trainer ging dan achter D. staan en pakte D. met zijn rechterhand in zijn kruis en duwde D. tegen zijn piemel aan achteruit. Dit was D. tijdens verschillende trainingen overkomen.” En de 13-jarige jongen W.: “Hij pakte mijn dinges. Dat is twee keer gebeurd. Als ik mijn slagen niet goed uitvoerde, kwam hij achter mij of naast mij staan en deed dan zijn hand tegen mijn kruis aan.”

De dader is zich blijkens het rapport van geen kwaad bewust. “Kinderen liegen niet, ze jokken wel eens”, verweerde L. zich voor de commissie. En: “Ik kan niet uitsluiten dat mijn toewijding en geestdrift tijdens de trainingen wellicht te veel zijn geweest voor enkele spelers, die zich gekwetst moeten hebben gevoeld als gevolg van de trainingsmethode- en aanpak.”

Justitie heeft uitgebreid met L. gesproken, zegt L. Teekman, persofficier te Almelo. Maar tot een strafrechtelijke vervolging kwam het niet. “De zaak is voorlopig geseponeerd”, zegt Teekman. “Blijkbaar werd de ernst van de feiten niet dusdanig hoog ingeschat dat tot vervolging kon worden overgegaan.”

Het wetboek van strafrecht, artikel 248 ter, spreekt van verleiding van een minderjarige als misbruik wordt gemaakt van “uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht”. Ook als de pupil zich niet verzet tegen de ontuchtige handelingen is sprake van een strafbaar feit, waarop een gevangenisstraf staat van maximaal vier jaar of een geldboete van ten hoogste 25.000 gulden. “Maar in dit soort gevallen zijn geen algemene criteria te geven”, zegt persofficier Teekman. “Wij beoordelen elke zaak op zichzelf.”

Een dergelijke visie druist in tegen het rechtsgevoel van Bettine Vriesekoop, de beste tafeltennisster van Nederland. “Maakt het uit of een coach zijn penis bij een pupil naar binnen heeft gebracht of dat hij daar slechts mee heeft gedreigd? Is dat de marge tussen vervolgen of niet vervolgen? Ik vind het ronduit belachelijk. Alsof de geestelijke schade minder groot is wanneer een trainer geen direct seksueel verkeer met zijn pupil heeft gehad.”

Smalle marges

Vriesekoop weet uit ervaring hoe smal de marges zijn in de relatie tussen coach en pupil. Vijftien jaar lang werd ze begeleid door trainer Gerard Bakker en ook in die verhouding hebben zich onregelmatigheden voorgedaan die Vriesekoop als “puur machtsmisbruik” omschrijft. De schorsing van L., de vroegere coach van haar rivale Mirjam Hooman-Kloppenburg, heeft Vriesekoop geëmotioneerd. “Het gaat maar door en iedereen blijft zwijgen”, klinkt het verbitterd.

“Hoe is het toch mogelijk dat deze man zich jarenlang aan kinderen heeft kunnen vergrijpen zonder dat iemand heeft ingegrepen? Ik vind dat clubs, bestuurders en zelfs de ouders medeplichtig zijn als ze hun kind laten begeleiden door een trainer, die zoals in het geval L. al bij diverse verenigingen is weggestuurd. De misbruikte kinderen valt niets te verwijten. Het wordt jarenlang gehersenspoeld tot het zich in dubieuze situaties bevindt die het als normaal ervaart. Maar een kind dat seksueel is misbruikt, ondervindt daar nog jarenlang de psychische schade van bij het opbouwen van een nieuw leven.”

Trainers kunnen eenvoudig misbruik maken van hun macht, stelt Vriesekoop. “Bakker heeft opnieuw een kind onder zijn hoede, dat hij bewust isoleert. Dat jochie krijgt opdrachten om opzettelijk slecht te spelen tijdens de bondstrainingen, zodat Bakker het rijk alleen heeft. Ik hoop slechts dat hij erg is geschrokken van deze affaire. Ook Bakker is nu gewaarschuwd.”

Twee weken geleden presenteerde de overkoepelende sportbond NOC*NSF een rapport over seksueel misbruik van sportmensen onder de titel Rode kaart of carte blanche; risicofactoren voor seksuele intimidatie en seksueel misbruik in de sport. Het rapport bevat ook een uitgewerkte opzet voor een gedragscode voor trainers. “Een aanzet tot een discussie”, noemt Annemarie ten Boom, beleidsmedewerker bij NOC*NSF dit voorstel.

Het rapport van NOC*NSF maakt duidelijk dat aan een gedragscode behoefte bestaat. In het rapport staan diverse anonieme getuigenissen van sporters over de relatie met hun coach: “Ondertussen zei hij steeds dat het goed was. Het was heel normaal en er gebeurde niets dat niet door de beugel kon. Natuurlijk had ik al lang het gevoel: dit hoort niet. Het heeft lang geduurd voor ik het seksueel misbruik ging noemen, omdat ik het wegstopte. Het nadeel is dat je op dat moment niet door hebt dat jou iets geks overkomt, dat het abnormaal is. Soms denk ik, had me maar een klap voor mijn hoofd gegeven. Maar toen dacht ik echt: hij heeft werkelijk het beste met mij voor.”

Het rapport schetst de situaties waarin de pupil het kwetsbaarst is. “Tijdens een massage door de coach, in zijn auto of bij hem thuis”, legt beleidsmedewerker Ten Boom uit. Het rapport beschrijft hoe de band tussen coach en sporter stapsgewijs wordt opgebouwd tot de pupil zich in een web bevindt, waaruit geen ontsnappen mogelijk is.

“Hij wist precies mijn rooster, dat moest ik elk jaar opgeven”, vertelt een sportman. “Hij wist precies dat ik er vijftig minuten over fietste om van school naar huis te komen en dan belde hij 55 minuten na het uitgaan van de school. Als ik niet thuis was, belde hij om de vijf minuten. Als ik tien minuten te laat was, mocht ik gaan uitleggen waarom ik te laat was, met wie ik had staan praten en waar het over ging. Hij wist gewoon alles wat ik deed. Op een gegeven moment kreeg ik angst om te trainen. Ik sprak af met een vriendinnetje en durfde dat natuurlijk niet te vertellen. Toen belde hij gewoon mijn ouders op. Ik was er natuurlijk niet. Dus werd ik bij die vriendin gebeld, ik moest direct naar huis komen en ik moest hem nog terugbellen ook om mijn excuses aan te bieden.”

Het rapport laat zien dat coaches handig inspelen op de verwarring en de onervarenheid van hun jeugdige pupillen. Een andere anonieme sporter: “Ik wist niet wat wel en wat niet kon. Ja, ik wist wel dat als iemand aan je piemel zit, dat het niet klopt. Maar hij wordt ook stijf en dat vind je toch wel lekker. Ik weet nu dat dat een puur lichamelijke reactie is, dat heeft niets met geestelijke betrokkenheid te maken, maar als jongen van vijftien weet je dat niet.”

Morele grenzen

Ten Boom benadrukt dat de voorgestelde gedragscode vooral een hulpmiddel is voor tuchtcommissies om morele grenzen te bewaken. “Maar het is inderdaad frustrerend als een coach na zijn veroordeling gewoon weer aan de slag kan bij een vereniging, omdat hij niet strafrechtelijk is vervolgd.” Ten Boom heeft wel een vermoeden, waarom in het geval van L. tot een voorwaardelijk sepot is overgegaan. “Ik denk dat het openbaar ministerie overbelast is, waardoor ze zaken die ze niet ernstig genoeg vindt niet in behandeling neemt.”

Hoewel persofficier Teekman die visie bestrijdt, krijgt Ten Boom krachtige bijval vanuit de Koninklijke Nederlandse Gymnastiekbond. Bestuurslid Dick Sol geldt als een van de pioniers in het bestrijden van seksueel misbruik. Ook in zijn rol van docent aan de katholieke Pedagogische Academie voor het Basis Onderwijs (PABO) in Den Haag constateert Sol dat de wet “de dader meer bescherming biedt dan het slachtoffer”.

Sol: “Wij hebben op school een student weggestuurd die kleuters seksueel had misbruikt. Hij werd nota bene op heterdaad betrapt. Toch werd hij door de officier van justitie niet vervolgd, omdat van penetratie geen sprake was geweest. De student kon zich bij een andere PABO weer inschrijven omdat zijn zaak was geseponeerd. De directeur daar kon hem ook niet weren. Hij voegde er zelfs aan toe dat de student berouw had getoond. Dat het verder zo'n aardige jongen was. Daders zijn over het algemeen aardige mensen - tot blijkt hoe ze geestelijk in elkaar steken. Seksueel misbruik is een sluipend proces.

“Ik ken gevallen van een CIOS- en een ALO-student (sportopleidingen, red.) die abjecte feiten hebben gepleegd en toch hun opleiding mogen voltooien. Ik pleit vurig voor strengere wetgeving. Het openbaar ministerie moet dringend met heldere richtlijnen komen om sportclubs en onderwijsinstellingen in staat te stellen dit soort lieden buiten de deur te houden. Scholen en sportclubs nemen een aarzelende houding aan als een dader niet door justitie is veroordeeld. En vergeet niet dat de daders de wet vaak beter kennen dan het slachtoffer. Ik moet oppassen met wat ik zeg, want ik kan zo wegens smaad of laster worden aangeklaagd.”

Sol werd “wakker geschud” door een ernstige affaire in de turnwereld in de jaren zeventig. “Het bleek dat een collega-trainer bij mijn groep een ravage had aangericht. In die tijd wist niemand eigenlijk hoe daar tegen op te treden. Tot mijn verbijstering werd de bewuste coach na die tragische affaire door andere clubs aangesteld met het argument dat hij toch een goede trainer was. Hij kreeg het voordeel van de twijfel, vooral ook omdat jonge kinderen psychisch niet opgewassen zijn tegen volwassenen met perfide denkbeelden.

“Ik heb schokkende gevallen meegemaakt die je rustig onder de noemer seksuele terreur kunt scharen. Het kind werd geïntimideerd. Dat kreeg te horen dat het de enige was, dat het geen enkel bewijs had. De coach was God en zijn pupil een mier. Godzijdank bestaat nu meer openheid dan in de jaren zeventig. Ik heb nog steeds contact met vrouwen uit de turnwereld die in die periode seksueel zijn misbruikt. Ze zijn nu veertig en lijden nog steeds onder het trauma van twintig jaar geleden. Ze zijn er psychisch ingeluisd door hun trainer, maar ze voelen zich schuldig, vragen zich af waarom ze geen nee hebben kunnen zeggen en hoe het die man inmiddels is vergaan. Zo komen ze nooit los van het verleden.”

De kwestie L. komt Sol maar al te bekend voor. “Ik noem hem de shopper, de coach die van club naar club gaat om vervolgens overal een spoor van vernieling achter te laten. Hoe gaat dat? Een bestuur zegt hem toe te zullen zwijgen als hij vertrekt. En zo gaat het overal. De gymnastiekbond heeft zijn beleid gewijzigd, al kregen we daar tot een jaar geleden de handen niet voor op elkaar. De bond hanteert een licentiebeleid. Zodra vaststaat dat een trainer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, komt hij er nergens meer in.

“Omdat de gymnastiekbond met hele jonge kinderen werkt, zorgen we bij elke relatie tussen coach en pupil voor een psycholoog die als vertrouwensman fungeert. Ik weet niet of andere bonden ook al maatregelen hebben genomen. Seksueel misbruik is helaas een ingeburgerd fenomeen bij alle sportbonden, geen enkele uitgezonderd.”

Meer openheid is een eerste vereiste om excessen tegen te gaan, stelt beleidsmedewerker Ten Boom van NOC*NSF. Namens de tuchtcommissie van de tafeltennisbond zal voorzitter mr. Sackers de naam van de dader in het bondsblad in de openbaarheid brengen, zodat “elke tafeltennisclub in Nederland weet om wie het gaat”. Maar wisten de insiders al niet veel langer dat met L. iets mis was? Het televisie-programma Nova citeerde eergisteren een slachtoffer dat vijftien jaar geleden onder L. had getraind. “Die man maakt mensen geestelijk kapot”, luidde haar conclusie.

Maar zolang de lippen van de slachtoffers verzegeld blijven, blijven uitwassen onbestraft. “Daarom vond ik het zo moedig van die judoka's om hun coach Peter Ooms aan te klagen”, zegt Vriesekoop. “Dat geldt ook voor de kinderen die de praktijken van L. aan de kaak hebben gesteld. Maar waar ik zo bang voor ben, is dat het alleen bij signaleren blijft. Daar bewijs je de slachtoffers zeker geen dienst mee.”