Schatkistbewaarder

IK BEN GEK OP WEDSTRIJDEN, aldus Gerrit Zalm over Gerrit Zalm deze week in de Tweede Kamer. De minister van financiën staat erom bekend dat hij verzot is op partijtjes flipperen en op ingewikkelde computerspelletjes. Hij houdt ook van verwarring zaaiende uitspraken die hij gewoonlijk laat volgen door een schaterende lach.

Soms schieten dergelijke losse flodders hun doel voorbij. Zijn opmerking begin dit jaar over 'hysterische bezuinigingen' in Zuideuropese landen of een recent dreigement om desnoods de uitbreiding van de Europese Unie te blokkeren, waren provocerend bedoeld. Niet iedereen in het buitenland weet Zalms gevoel voor humor op waarde te schatten.

Het beleid van Zalm als minister van financiën bevat eveneens een stevig wedstrijdelement. Hij hoeft niet zo nodig te 'scoren' - en hij ergert zich aan collega Melkert die vooral voor de publieke tribune lijkt te spelen - , maar hij moet wel winnen. Winnen betekent voor een minister van financiën: de staatshuishouding op orde houden. Daarin is Zalm uitstekend geslaagd. Het 'uitgavenkader', de 'ijklijn' voor de collectieve uitgaven die hij aan het begin van de kabinetsperiode heeft opgesteld, is bij zijn vierde Miljoenennota, de begroting voor het verkiezingsjaar 1998, nog steeds in tact. Er zat zelfs nog wat financiële ruimte “in de plooi van de jas”, zoals Zalm deze week bij de financiële beschouwingen opmerkte, om de drie coalitiepartijen volgend jaar ieder tachtig miljoen extra te laten uitgeven. Dat was weliswaar iets royaler dan bij zijn vorige begrotingen, maar de vrijgevigheid van Zalm was hiermee bekeken en zijn voorgangers verlieten de Tweede Kamer vaak met grotere gaten in hun begroting.

De discipline bij de uitgaven is de prestatie van het hele kabinet en is mede te danken aan de steun die de premier aan de minister van financiën heeft gegeven. Ook dat was in vorige kabinetten wel eens anders. De beheersing van de uitgaven heeft overigens niets te maken met de gunstige conjunctuur. Daardoor zijn wèl de belastingopbrengsten hoger uitgekomen dan voorzien en uit die 'meevallers' zijn de afgelopen jaren de extra lastenverlichting en extra verlaging van het financieringstekort bekostigd. Zo werkte het beleid gunstig naar twee kanten.

MET ZIJN VAKMATIGE AANPAK heeft Zalm bestuurlijke rust gebracht in het begrotingsbeleid en het kabinet het circus van de permanente ombuigingen en tussenbalansen bespaard die de kabinetten Lubbers-I t/m III kenmerkten. Hoewel PvdA-Kamerlid Van der Ploeg deze week met een pleidooi voor een 'dynamisch uitgavenkader' eventjes testte of in de komende kabinetsperiode een aan de economische dynamiek gekoppeld begrotingsbeleid kan worden gehanteerd, ligt voortzetting van de 'Zalm-norm' voor de hand. Zalm waarschuwde in ieder geval ten stelligste tegen de terugkeer naar een begrotingsbeleid dat steeds moet worden aangepast aan de veranderende groeiprognoses van het Centraal Planbureau.

Deze VVD-minister noemt zichzelf een technocraat, maar dan wel een technocraat die het politieke métier inmiddels aardig beheerst. De kabinetsafspraak om alle structurele meevallers aan de inkomstenkant te bestemmen voor het nieuwe AOW-fonds, is zo'n handige politieke zet. Een minister van financiën oogt immers veel socialer als hij geld apart zet voor de pensioenen dan als hij vasthoudt aan tekortreductie, terwijl dit boekhoudkundig op precies hetzelfde neerkomt. Het AOW-fonds is de draaideur naar versnelde verlaging van het financieringstekort.

Wat Zalm betreft moet de begroting in de volgende kabinetsperiode in evenwicht zijn. Dit standpunt komt overeen met de eisen van het Stabiliteitspact voor de monetaire unie. Het gaat verder dan de jongste aanbeveling van de Studiegroep Begrotingsruimte (onder invloed van Sociale Zaken heeft deze gekozen voor een tekort van één procent) en ook verder dan de standpunten van de grote fracties in de Kamer. PvdA, VVD, D66 en CDA, zo bleek bij de financiële beschouwingen, vinden een tekort van één procent welletjes. Voor Zalm is die doelstelling niet ambitieus genoeg. Hij wil naar een begrotingsoverschot, zoals sinds 1971 niet meer is vertoond.

Eén van de grote uitgavenposten waarop Zalm geen greep heeft, is de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie. Dit verklaart mede waarom hij al in een vroeg stadium, in 1995, is begonnen om de positie van Nederland als de grootste nettobetaler aan de EU aan de orde te stellen. Na enig gesputter van Buitenlandse Zaken is het inmiddels kabinetsbeleid om een beperking van de Nederlandse nettobijdrage in alle Europese gremia stevig aan de orde te stellen.

IN DE ARENA VAN DE politieke wedstrijd heeft Gerrit Zalm ook een aantal keren verloren. In zijn vorige functie als directeur van het Centraal Planbureau hield hij hartstochtelijke pleidooien voor de afschaffing van de algemeen verbindend verklaring van CAO's, voor verkleining van de 'marginale wig' (de netto-opbrengst van een extra verdiende gulden) en voor flexibilisering van de arbeidsmarkten. Deze onderwerpen heeft Zalm ook in het paarse kabinet aan de orde gesteld, maar in de sociaal-liberale coalitie heeft hij op die punten moeten inbinden. Dit neemt niet weg dat hij als schatkistbewaarder op een geslaagd ministerschap kan terugkijken. Zalm blijft een radicalist, maar hij is ook een realist. En hij telt zijn zegeningen.