Rouwproces

De voetballers Orlando Trustfull en Gilles de Bilde werden deze week vlak voor een wedstrijd opgeschrikt door de dood van een familielid. Wat voor invloed heeft rouwverwerking op sportprestaties?

J. de Keijser, psycholoog: “Het gaat niet om het rouwproces op zich, maar aan de betekenis die iemand ergens aan geeft. Als de broer van Trustfull het belangrijk vond dat hij goed zou voetballen, had Trustfull heel gemotiveerd aan de wedstrijd kunnen beginnen. Dan had de rouwverwerking een positieve invloed gehad. Daartegenover staat dat iemand in zo'n positie vaak verdoofd is, slecht slaapt en weinig eet. Rouwen kost tijd en energie. Wanneer het positieve aspect dan achterwege blijft, is de uitwerking dus enkel negatief. Sport kan in dergelijke gevallen heel goed als uitlaatklep dienen. Onmachtgevoelens wekken irritatie en woede op. Het is goed als je dat kunt omzetten in activiteit. Dan gaat het er nog wel om dat je geen sport beoefent die veel concentratie vereist. Biljarten helpt niet, voetbal of een vechtsport wel.”

Peter Müller, schaatscoach van Dan Jansen in 1988: “Bij Dan was de invloed duidelijk negatief, maar er zijn ook voorbeelden van sporters die na een drama heel goed presteren. Bij de Olympische Spelen in Calgary sprak ik vlak voor de start van de 500 meter met Dan, maar het was eigenlijk niet Dan die voor me stond. Hij was in een shocktoestand. Later sprak ik er nog met hem over, maar hij kon zich niets van de wedstrijd herinneren. Maar hij had zijn net aan leukemie overleden zus beloofd dat hij zou starten. Het was de belangrijkste wedstrijd in zijn leven, vandaar. Tijdens de race bad ik dat hij goed zou rijden, maar eerlijk gezegd had het me verbaasd als hij had gewonnen. Ik weet niet of het een goede beslissing was om te starten. De atleet moet in zulke gevallen altijd zelf uitmaken of hij wel of niet meedoet. Als coach zou ik niet voor de beslissing in willen staan.”

Ron Dekker, zwemmer die bij een busongeluk een aantal bekenden verloor: “Zoiets laat hele diepen wonden achter, dat lijkt me duidelijk. Ik heb geprobeerd na het ongeluk weer te gaan zwemmen, het ging gewoon niet. Een zwemmer traint vaak 's ochtends, maar ik had te veel moeite om uit bed te komen. Mijn gedachten waren ergens anders. Een half jaar lang heb ik heel weinig gezwommen. Als ik wel ging trainen, had ik het geluk dat we met een ploeg waren. Overigens was mijn situatie niet gelijk aan die van Trustfull of De Bilde. Ik kan me voorstellen dat het verlies van een familielid nog meer teweeg brengt.”

Hennie Kuiper, ploegleider van Motorola toen Fabio Casartelli in de Tour de France verongelukte: “We besloten in de Tour te blijven om gezamenlijk het verlies te kunnen verwerken. Het was frappant dat jonge renners als Armstrong en Peron de motivatie vonden om heel sterk door te gaan. Ze dachten dat er nog iets te vechten viel en ik krijg nog kippenvel als ik terugdenk aan de manier waarom Armstrong die week nog een etappe won. Ouderen zoals Steve Bauer konden dat niet meer. Na de etappe naar Pau, daags na het ongeluk, lag hij uitgeput op bed. Het drama rond Casartelli was in zoverre anders dan andere gevallen dat hij stierf tijdens het wielrennen. De rest was erbij toen het gebeurde. Achteraf ben ik blij dat we de Tour niet verlaten hebben. Het was goed voor het rouwproces.”

Sigi Lens, overleefde de vliegramp in Paramaribo met het Kleurrijk Elftal: “Het is voor iedereen persoonlijk, maar ik zou na zoiets geen goede prestatie kunnen leveren. Ik kan dan niet zo maar even een knop omdraaien. Ook de benefietwedstrijd die we later tegen Oranje speelden, was moeilijk. Iedereen was geëmotioneerd en ik dacht voortdurend aan de jongens die erbij hadden moeten zijn. Op zo'n moment blijkt het betrekkelijke van het leven en van de sport die je beoefent. Ooit heb ik in een dergelijke situatie wel gespeeld. Het was in mijn eerste jaar bij AZ. Twee dagen nadat ik mijn broer kwijtraakte, speelden we tegen Feyenoord. We wonnen, maar het deed me niets. Naderhand begreep ik ook niet dat ik had besloten mee te doen.”