Lijst vermeende collaborateurs te boek

ROTTERDAM, 4 OKT. De Groningse publicist Johan van Gelder heeft in zijn boek De Papieren Oorlog lijsten gepubliceerd van vermeende collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog. Op de lijsten die kort na de oorlog zijn opgesteld door de Politieke Recherche Afdeling, die belast was met de opsporing van collaborateurs, zijn de namen van honderden Groningers te vinden, die ervan verdacht werden lid te zijn geweest van nationaal-socialistische organisaties als de SS en SA.

Het Groninger Archief onderzoekt nu uit welke archieven de in het boek afgedrukte stukken precies zijn overgenomen. Volgens Van Gelder heeft hij de lijsten aangetroffen in het openbare archief van het gemeentesecretarie en was hij derhalve niet verplicht tot geheimhouding. Van Gelder: “Ik had begrepen dat dat archief vrij toegankelijk was.”

Directeur J. van den Broek van het Groninger Archief verklaarde tegenover het ANP dat er in de jaren zeventig mogelijk een fout is gemaakt bij het opbergen van de lijsten. “Daarbij had vanzelfsprekend ook de clausule van geheimhouding gemaakt moeten worden. Als dat niet gebeurd is, dan hebben we destijds een fout gemaakt. Dat moeten we dus goed uitzoeken.”

Van Gelder heeft wel een verklaring ondertekend waarin hij belooft niets uit het door hem ingeziene politiearchief uit de oorlogsjaren te zullen publiceren. Hij bestrijdt echter dat de lijsten uit dit archief afkomstig zijn. Van Gelder geeft wel toe dat hij andere stukken uit het politieacrchief in zijn boek heeft afgedrukt, zoals een proces-verbaal en een anonieme 'klikbrief', waarin de verblijfplaats van een joods gezin wordt verraden. Ook drukte hij de 'dagorder' af waarin de toenmalige hoofdcommissaris van politie in Groningen Blank zijn “groote tevredenheid” betuigt over de inzet van het politepersoneel bij de “doorvoering van de emigratie van een groot aantal Joodsche gezinnen”.

Van Gelder: “Misschien krijg ik een proces-verbaal voor het afdrukken van deze stukken, maar dat risico neem ik voor lief. Als ik dit niet doe, blijft het voor altijd verborgen.” Volgens hem is medewerking van Nederlandse ambtenaren aan de jodenvervolging door de reguliere geschiedschrijving in de doofpot gestopt.

René Kruis, medewerker van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) noemt dat laatste een “volstrekt verkeerde voorstelling van zaken”. “Iedereen die De Jong bij de hand heeft kan daarin lezen hoe Nederlanders uit opportunisme of overtuiging meewerkten met de Duitsers.” Hij noemt het “extra pijnlijk” dat het om lijsten gaat van mensen die nog niet veroordeeld zijn. “Daar kunnen ook mensen op staan, en die staan er naar alle waarschijnlijkheid ook op, die onschuldig zijn.”