Lawaai

De klacht over het ongebreidelde lawaai van Joost Smiers (27 september) verdient alle aandacht. Het is niet alleen op straat maar ook op het werk, in de woning en in sommige centra voor kinderopvang. Kinderen die in lawaai opgroeien leren zich van geluid af te sluiten. In plaats van dat ze de nuances van stemklank, muziek en zachte geluiden leren gebruiken als een bron van kennis en begrip, verlaten ze zich vooral op visuele, en dus oppervlakkige informatie.

Als je waarneemt door te luisteren onthult zich wat er binnenin de dingen en de mensen is; als je waarneemt door kijken blijft dat verborgen en wordt alleen de buitenkant zichtbaar.

In het na-oorlogse Praag heeft Karel Pech (Hören im 'optischen Zeitalter', Karlsruhe 1969), gevonden dat een gebrekkig klank-onderscheidend vermogen gerelateerd is aan lage schoolprestaties. Zesjarigen konden even goed of zelfs beter klanknuances onderscheiden dan tienjarigen, een aanwijzing dat de schoolopvoeding niet heeft bijgedragen aan het ontwikkelen van klankonderscheidend vermogen. We hebben toegelaten dat een onevenwichtige ontwikkeling met nadruk op het visuele heeft geleid tot auditief onvermogen en armoede aan gevoelens. Er zijn verschillende wegen om van deze ongewenste ontwikkeling terug te komen. Joost Smiers heeft een belangrijk onderdeel aangewezen, dat met goede wil - en reglementen! - zeker voor verandering vatbaar is.