Kunst als levensles; De moeizame educatie in het museum

Als arbeidersvrouwen zelf foto's maken, is dat dan kunst? En het gesprek van peuters over hun teddybeer? Iedereen vindt kunsteducatie belangrijk, maar over het verband met 'èchte kunst' bestaan grote meningsverschillen.

Boijmans Van Beuningen heeft een uitgebreide website voor middelbare scholieren: www.boijmans.rotterdam.nl/ onderwijs.htm. De teksten van The Active Eye staan op www.boijmans.rotterdam.nl/agenda/ lezingen/symr97.htm De tentoonstelling Literacy through Photography van Wendy Ewald is nog tot 26 oktober te zien in het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam (tel. 010-2132011)

HET IS MET de educatieve taak van het museum als met plateauzolen: ze waren modieus in de jaren zeventig, in de jaren tachtig kon je ze niet meer aan en nu zijn ze weer helemaal terug. De overheid loopt voorop in de revival van kunsteducatie, die veel verder gaat dan het museum. Kunstzinnige vorming wordt weer een verplicht vak voor de hogere klassen van de middelbare school en in de laatste kunstennota is educatie voor het eerst in lange tijd tot 'speerpunt' gemaakt.

In de kunsteducatie van de jaren zeventig lag de nadruk op 'verheffing' door kunsthistorische kennis en op 'zelfexpressie' in kleigroepjes en knutsel-ateliers. Tegenwoordig is de leus visual literacy: een verzamelterm voor de kennis en vaardigheden die nodig zijn om te opereren in een complexe visuele omgeving. Het museum moet niet in de eerste plaats kunsthistorische kennis aanbieden, het moet door actieve omgang met kunst de visuele vaardigheden van het publiek stimuleren.

In Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam werd op 19 en 20 september een internationaal congres gehouden over deze sociale en educatieve taken van het museum ('The Active Eye'). “Kunst spreekt niet voor zichzelf en kan veel meer betekenen dan de kunstenaar heeft bedoeld”, betoogde de Amerikaanse hoogleraar kunsteducatie Terry Barrett op het symposium. Hij zei geen hiërarchie te willen aanbrengen in de verschillende interpretatie van kunst: door kunstenaars zelf, door de conservatoren of door het publiek. Barrett hecht daarom groot belang aan het groepsgewijs interpreteren van kunst als middel om visuele tekens te leren 'lezen'. Zo vroeg hij aan peuters om de verschillen tussen hun teddyberen te bespreken, “omdat het uiteindelijk gaat om het interpreteren van beelden, wat voor beelden dan ook”.

TOEGANKELIJK MAKEN

De praktijk in de grote kunstmusea is anders. Patterson Sims, onderwijsspecialist van het Museum of Modern Art in New York, zei dat in de grote musea tentoonstellingen worden beschouwd als een interpretatie door de almachtige conservator, die geen alternatieve visies duldt. Op de educatieve dienst wordt hooguit een beroep gedaan om deze visie te verduidelijken. Ook Andrew Brighton van de Londense Tate Gallery benadrukte dat hij zijn taak opvat als het toegankelijk maken van het professionele discours over kunst. De vaak moeizame relatie tussen conservatoren en educatieve medewerkers bleek onlangs nog in het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen, waar speciaal ontworpen panelen met uitleg bij een tentoonstelling een half uur voor de opening werden weggehaald omdat ze niet bij de kunst zouden passen.

“Sommige van mijn conservatoren klagen al als er teksten in een tentoonstellingsruimte worden gehangen, omdat het de prachtige witte muren bederft”, zei Chris Dercon, directeur van Museum Boijmans Van Beuningen. Hij wil educatie wel een veel prominentere plaats geven. Zijn nieuwe 'directeur communicatie' Ernst van Alphen betoogde zelfs dat het hele museum, met uitzondering van het aankopen voor de collectie, een educatieve onderneming is. Tentoonstellingen, lezingen, audio tours, websites, kinderateliers en bibliotheek: ze zijn er allemaal om het publiek iets te leren.

Maar wat leert het publiek in een 'educatief museum'? Iets over de wereld búiten het museum, aldus Van Alphen. De museum-educator moet niet langer de kunst willen verklaren in relatie tot andere kunst. Net als de conceptuele kunstenaar moet hij kunst gebruiken om iets te zeggen over de wereld om hem heen. In deze visie, geïnspireerd op het werk van de Franse kunsthistoricus Hubert Damisch, is het kunstwerk zelf ook een reflectie op iets anders. Het museum is een intellectuele ontmoetingsplaats waar aan de hand van kunst over de wereld buiten het museum gesproken wordt. Als voorbeeld noemde Van Alphen het werk van de Amerikaanse kunstenaar Matthew Barney, dat aanleiding zou kunnen geven tot gesprekken over mannelijkheid en lichaamscultuur. In dezelfde lijn gebruikte het Whitney Museum in New York een tentoonstelling van de overleden graffitikunstenaar Keith Haring om homoseksualiteit en aids met schoolklassen te bespreken.

LESGEVEN ALS KUNST

Een andere methode gericht op het voor kinderen bespreekbaar en hanteerbaar maken van de alledaagse werkelijkheid presenteerde de Amerikaanse fotografe Wendy Ewald. Aanvankelijk vooral geïnteresseerd in een minder statische relatie tussen model en fotograaf, ontwikkelde zij in de loop van twintig jaar Literacy through Photography (LTP): een in North-Carolina op grote schaal gebruikte onderwijsmethode om kinderen door middel van fotografie te leren schrijven over hun eigen leven. “Lesgeven is mijn kunst”, zei Ewald, die in veel verscheidene landen projecten heeft gedaan met schoolkinderen, zoals onlangs nog in Rotterdam. De resultaten van de samenwerking met kinderen toont Ewald in musea, waar ze nogal eens verwarring veroorzaken. Ewald: “Als ik moet kiezen ben ik toch in de eerste plaats kunstenaar, maar ik vind het belangrijk om te onderzoeken hoe kunstenaars opvoeders kunnen zijn en opvoeders kunstenaars.”

Dat de museumgemeenschap de scheidslijn tussen kunst en educatie angstvallig bewaakt, bleek op het symposium ook uit de heftige reacties op het project 'Unspoken Truths' van het Irish Museum for Modern Art. Kunstpedagoge Helen O'Donoghue had vrouwen uit arbeidersmilieus in het museum geïntroduceerd en vervolgens aangezet tot het zelf maken van 'kunst' op basis van ervaringen uit hun eigen leven. De resultaten waren te zien op een tentoonstelling in het museum, die een ongekend succes beleefde: ze haalde vrijwel alle kranten, trok een recordaantal bezoekers en ging vervolgens op tournee. Erger nog: sommige van de vrouwen die deelnamen in het project besloten kunstenaar te worden en wilden hun kunstwerken verkopen. Vooral dat laatste schoot de vertegenwoordigers van gevestigde musea op dit symposium in het verkeerde keelgat. Boijmans-directeur Dercon vroeg zich af of het kwaliteitsoordeel niet tot de cruciale taken van het museum gerekend moest worden. En Simms van Museum of Modern Art wierp zich op als beschermheer van “het serieuze kunstenaarschap”, dat “veel meer” inhield dan van deze vrouwen verwacht kon worden.

PIJNLIJKE WAARHEID

In die discussie kwamen de congresgangers oog in oog te staan met een pijnlijke waarheid. Het museum wordt vooral door zijn moeilijke omstandigheden gedwongen tot aarzelende verandering. Met teruglopende bezoekersaantallen en een sterke vergrijzing van het publiek, is het wellicht niet zozeer de behoefte van het publiek als wel de behoefte aan publiek, die de doorslag geeft in veel museale visies op kunsteducatie. Het treffendst werd dit verwoord door Hamza Walker, jazzmusicus en onderwijsspecialist van de Renaissance Society in Chicago: “Mensen consumeren en produceren cultuur onafhankelijk van het museum. Er is niets dat erop wijst dat zij ons nodig hebben. Als wij aan educatie willen doen is dat niet om het publiek te overtuigen, maar onszelf. Een museum kost geld, en wie geld bij elkaar wil halen moet kunnen aantonen dat er een markt is voor zijn product. Hoe doe je dat als mensen liever naar de film gaan of naar een voetbalwedstrijd? Het museum heeft meetbare resultaten nodig. Educatie kan die verschaffen.”

Inmiddels staan de teksten van het Active Eye-symposium integraal op de website van Museum Boijmans Van Beuningen, als voorproefje van het 'intellectueel laboratorium' dat Dercon voor ogen staat. Dercon: “William Rubin van het Museum of Modern Art in New York heeft in 1974 gezegd dat het museum niet oneindig rekbaar is. Ik wil weten hoeveel rek er nog in zit.”