Jacques de Milliano, zendeling onder christen-democraten; 'Ik ben een calculerende held'

Hoe humanitair kan de politiek zijn? En hoe politiek kan een humanitaire hulpverleningsorganisatie manoeuvreren? Jacques de Milliano wil met zendelingenijver de muur tussen Den Haag en oorlogsslachtoffers slechten. Een interview met de aftredende voorzitter van Artsen zonder Grenzen, sinds deze week nummer 8 op de CDA-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer, over de verkeerde meningen van De Hoop Scheffer en zijn eigen behoefte aan bescheidenheid. 'Ik wil mijzelf verlossen van een heiligenimago.'

Staatssecretaris humanitaire zaken - het lijkt Jacques de Milliano geen onaardige positie. Drie jaar geleden sprak hij voorzichtig zijn ambities in die richting uit. Anno 1997 acht hij “het creëren van zo'n post in een toekomstig kabinet nóg noodzakelijker”. “De complexiteit van de crises en de ellende in de wereld zijn toegenomen”, zegt hij. “Zelfs de meest briljante minister van Ontwikkelingssamenwerking kan het behandelen van kwesties als Zaïre nauwelijks combineren met de schuldenlast van de Derde Wereld, de voedselproblematiek, enzovoorts. Dat staatssecretariaat moet er beslist komen, maar ik vind het inmiddels niet meer zo belangrijk dat ík op het pluche kom. Eerst maar afwachten hoe het me op het Binnenhof vergaat.”

Waarom kiest u voor het Haagse mijnenveld?

“Bij Artsen zonder Grenzen heb ik ontdekt dat de politiek bepaalt hoe succesvol humanitair werk is. Het is prima om jaarlijks vijf-, zeshonderd vrijwilligers het veld in te sturen voor hulpverlening, maar als mensen in gevaar niet worden beschermd, is het plakken van pleisters en het amputeren van benen dweilen met de kraan open. De wereld heeft politici nodig die oorzaken van conflicten wegnemen.”

Er zijn toch al horden politici die dat proberen?

“Te weinig van die mensen weten echt wat oorlog is. Mijn goede vriend Reginald Moreels, ex-voorzitter van Artsen zonder Grenzen België en sinds twee jaar staatssecretaris Ontwikkelingssamenwerking, weet regelmatig door die muur van onbegrip heen te breken. Hij heeft de slachtpartij aan de kaak gesteld die waarschijnlijk is uitgevoerd door de troepen van Kabila in Zaïre. Daarmee stak Moreels zijn nek uit, en er is dan ook van alle kanten op zijn hoofd geschoten. Hij verkleint de afstand tussen de politiek en de mensen voor wie zij in het geweer moet komen. Dat zal ook míjn benadering zijn. Ik heb geleerd dat internationale solidariteit onmogelijk is zonder nationale solidariteit. Vandaag de dag zie ik meer en meer vrijheid, steeds minder gelijkheid en nog veel minder broederschap. Als je daar wat aan wilt veranderen, moet je 'thuis' beginnen. Men zegt dat het goed gaat in Nederland, maar er is een groeiende onderklasse van creperende en uitgesloten mensen.”

Denkt u als Tweede-Kamerlid méér te kunnen uitrichten dan als voorman van Artsen zonder Grenzen?

“De politieke mogelijkheden van een one issue-beweging als Artsen zonder Grenzen zijn beperkt. We combineren medische hulp en getuigenis, maar we zijn geen politieke partij. Voor de organisatie kan ik dat accepteren, maar niet voor mezelf. Ik wil niet stoppen bij de grenzen van Artsen zonder Grenzen.”

Is de keuze voor een andere baan ook ingegeven door persoonlijke overwegingen? Hebben uw vrouw en kinderen gezegd dat het na 282 bezoeken aan conflicthaarden mooi is geweest?

“In de verste verten niet. Ze hebben me altijd voor honderd procent gesteund. Wat wel meespeelt, is dat ik mezelf wil verlossen van een heiligenimago: Milliano, de nieuwe El Salvador, de hulpverlener met een grote H. Je krijgt op een gegeven moment het gevoel dat je een instituut bent en het kan nooit kwaad een instituut af te breken. Noem het een oefening in bescheidenheid. Vrienden verklaren me voor gek: 'Je kunt internationaal voorzitter van Artsen zonder Grenzen worden, er ligt een topbaan bij de Verenigde Naties in het verschiet. Waar begin je aan?' Maar ik voel me niet te min om me bezig te houden met de winkeltijdenwet, dat kleine handwerk is ook belangrijk.”

Hoe bent u bij het CDA uitgekomen?

“Ik heb tot vijf jaar geleden getwijfeld tussen de sociaal- en de christendemocratie. Het werd het CDA, vanwege haar brede volkskarakter. Het is geen standspartij, geen club die eenzijdig op yuppen, of op arbeiders, of op boeren is gericht. In het CDA kom je slagers, directeuren en lopende-bandwerkers tegen.”

Uw katholieke achtergrond speelde dus geen rol, uw maatschappelijke visie niet...“Ik kon me natuurlijk vinden in de uitgangspunten van de partij. Maar eerlijk gezegd had ik wat dat betreft net zo goed voor de PvdA kunnen kiezen. Ik ga voor het CDA, maar mijn hart zit links. Ja, ik heb me intussen wel eens afgevraagd hoe sociaal het CDA nou eigenlijk is. Tijdens het debat over de Algemene Ouderdomswet kreeg ik daar ernstige twijfels over. Het CDA bepleitte toen een no nonsense-aanpak die me niet bijster vrolijk stemde. Uit onvrede ben ik in 1994 niet eens gaan stemmen. Poe, dacht ik, laat ik maar overslaan.”

Bij ons weten hebt u in dat jaar ook uw lidmaatschap van het CDA voor een tijdje opgezegd.

“Dat, eh, klopt. Maar dat was omdat er voortdurend werd gespeculeerd over mijn politieke aspiraties. Ik wilde Artsen zonder Grenzen niet belasten door in het openbaar kleur te bekennen. Verder was het mijn bedoeling 'onafhankelijk' de politieke horizon te verkennen - dus ook PvdA-congressen bezoeken.”

Alles bij elkaar klinkt dit toch als een tamelijk smalle basis voor een CDA-lidmaatschap.

“Nou, het is een pak van mijn hart dat de partij inmiddels het rapport Nieuwe wegen, vaste waarden op tafel heeft gelegd. Daarin wordt een bijbels principe als rentmeesterschap flink onderstreept. De PvdA is in de ban geraakt van het marktdenken en met de VVD in een groei-groei-spiraal beland; het CDA formuleert een gepast tegenwicht. Bovendien heeft de partij méér dan de sociaal-democraten oog voor de emotionele infrastructuur van de maatschappij. Mensen schamperen om het CDA-concept van de zorgzame samenleving, maar ik heb in ver weg-landen gemerkt dat je moet investeren in de sociale cohesie. Anders krijgen gemeenschappen een gewelddadig karakter en spatten ze uiteen. Ik denk dat je een beschaving opbouwt uit warme families. Een lesbisch stel kan wat mij betreft een prima ouderpaar zijn, maar het traditionele gezin blijft toch de beste garantie voor een evenwichtige opvoeding. Mits pa en ma zich niet laten vervangen door de koelkast en de televisie natuurlijk. Als kinderen onvoldoende zorg en liefde in hun jeugd ontvangen, krijg je dat later in de vorm van agressie uitbetaald. De dood van die jongen in Leeuwarden is een symptoom van de tijdgeest.”

CDA-partijvoorzitter Helgers heeft een aantal mastodonten uit de fractie gewipt en 'nieuwe, frisse mensen' op de lijst gezet. Was hij het die u overhaalde?

“Ja, vorig jaar zei hij op een partijcongres: 'Jacques, kom eens bij me langs.' Dat was duidelijk in het kader van de modernisering en de gezichten die daar bij zouden passen. Hij heeft me in een persoonlijk gesprek weten te overtuigen.”

Het belangrijkste gezicht van de 'modernisering' is Jaap de Hoop Scheffer, exponent van het behoudende CDA. Als opvolger van Heerma de goeie man op de goeie plaats?

“Dat... eh, dat weet ik nog niet. Het is net als met de vervanging van de directeur van een groot bedrijf: die moet eerst maar 's bewijzen dat het onder hem beter gaat dan onder zijn voorganger. Ik ga niet een paar maanden na een benoeming volmondig zeggen dat het lekker loopt.”

Wat vindt u ervan dat de CDA-leider in de zaak-Gümus een 'regels zijn regels'-houding verkoos en zo bijdroeg aan de uitwijzing van het Turkse gezin?

“Ik vraag me af of ik hier op moet ingaan.”

We zijn benieuwd waar u staat in het CDA.

“Nou, het doet me pijn dat die man met zijn hele hebben en houwen is weggestuurd. We moeten ons afvragen of onze wetten wel voldoende humaan zijn.”

En hoe luidt uw antwoord op die vraag?

“Ik ken het dossier niet goed genoeg om daar een antwoord op te geven. Op veel punten zijn mijn opinies nog niet uitgekristalliseerd.”

Elke Nederlander heeft een standpunt over deze humanitaire kwestie, maar het voormalige Artsen zonder Grenzen-gezicht niet?

“Goed, goed, ik vind dat we niet ver genoeg zijn gegaan in het zoeken naar pogingen om Gümüs en zijn gezin te doen blijven.”

De Tweede-Kamerfractie van het CDA zei met zoveel woorden: we zijn wel degelijk ver genoeg gegaan, Gümüs moet weg.

“Ik snap wel dat jullie hier over doorzeuren. We hebben het hier over het sociale gezicht - of het ontbreken van het sociale gezicht - van het CDA. Ik moet opletten, want ik zit nog niet in Den Haag, maar ik vind inderdaad dat de partij dat sociale gezicht veel beter in de verf moet zetten. Ik zou daar graag een discussie over beginnen. Ik wil in ieder geval trouw blijven aan mijn uitgangspunten als ik in de Tweede Kamer kom.”

Andere heikele kwestie: het Drentse tentenkamp voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

“Heb ik begrip voor.”

De CDA-woordvoerder van het asielbeleid, Verhagen, vindt dat de kerken met het opzetten van dat noodverblijf te ver zijn gegaan.

“Kan zijn, maar ik constateer dat er een leemte in de opvang is, en dan moet je het eerder toejuichen dan bekritiseren dat de kerken er tussen springen. Absoluut.”

U lijkt zichzelf een opdracht te hebben gesteld: zendeling in het CDA.

“Duidelijk, ja. Ik wil de stem zijn van degenen die het moeilijk hebben. Ik geloof niet in een politiek die vanuit regels naar mensen kijkt, maar in een politiek die vanuit mensen naar regels kijkt. Ik hoop dat de partij mij om die reden heeft binnengehaald. Als je puur bestuurlijk denkt, en voortdurend de nadruk legt op het naleven van wetten, tja, dan komen individuen in de knel. Dat kan nooit de bedoeling zijn van de christen-democratie.”

Voordat het somberheid troef wordt: bent u de afgelopen jaren weleens van uw stoel opgeveerd met het idee 'dit is heel erg goed van het CDA'?

“Ik heb veel in het buitenland gezeten, de afgelopen jaren. Er zijn maanden voorbijgegaan dat ik geen seconde televisie zag. Dus dat is erg moeilijk. Maar deze week stop ik bij Artsen zonder Grenzen, en dan heb ik zes maanden de tijd om mij in de zaken te verdiepen.”

Waar wilt u zich als Kamerlid sterk voor maken?

“De twintigste eeuw is de meest vernietigende in de geschiedenis van de mensheid. Ik wil helpen voorkomen dat de éénentwintigste nog erger wordt. Om dat tegen te gaan moeten we met vereende krachten werken aan het in de kiem smoren van crises in de wereld. Van Mierlo's plan om in VN-verband een Rapid Deployment Brigade op te zetten die snel kan ingrijpen, is een heel goed idee.”

De CDA-fractie vindt van niet. Zij ziet die snel inzetbare militaire eenheden liever tot stand komen binnen de commandostructuur van de NAVO.

“Het zal een tijd duren voordat dit soort nieuwe ideeën over de VN wortel schieten - ook in het CDA. Dat is onderdeel van het spel. Ik verwacht niet dat men op alle punten meteen zal zeggen: 'Prima, De Milliano!' Het is mijn inbreng, ik hoop dat ik er op termijn iets van terugzie.”

Wat heeft de Tweede Kamer de afgelopen jaren op internationaal-politiek gebied niet goed aangepakt?

“Dan moeten we het hebben over de gebrekkige bescherming van de vluchtelingen in de Bosnische moslim-enclave Srebrenica. Pronk heeft het aangekaart in het kabinet, maar hij werd teruggefloten. Waar was het parlement toen? Ook bij de genocide in Rwanda van 1994 had de Tweede Kamer krachtiger moeten optreden. Als je het over Rwanda hebt, moeten politici elkaar geen vliegen afvangen, maar gewoon eén lijn trekken.”

Hoe goed is Artsen zonder Grenzen erin geslaagd om de steken die de politiek liet vallen, op te vangen?

“We hebben heel goed gewerkt op plaatsen waar mensen tussen de wal en het schip vielen. Een van onze grootste successen was het optreden toen Saddam Hussein - aan het einde van de Golfoorlog - Koerdistan binnenviel. Grote groepen mensen trokken richting Turkije, maar Ankara sloot de grens. Ik herinner mij dat ik met een tractor achter de vluchtelingen aan de bergen opreed, zonder Artsen zonder Grenzen T-shirt aan, want de Turken wilden niet dat er hulp werd verleend. Terwijl de troepen van Hussein oprukten en ons klem dreven, hebben wij op de top van een berg onze kliniek opgezet. Zo van: 'Laat ze ons er maar afknikkeren'. Vervolgens haalden we CNN erbij en riepen op tot militaire interventie. De toenmalige Amerikaanse president, Bush, had net gezegd: 'Our boys must go home'. Hij had helemaal geen zin om iets te doen voor de Koerden. Maar ik had de beelden van de gifgasaanvallen van Hussein tegen de Koerden in Halabja eind jaren tachtig nog op mijn netvlies. Ik wist: Saddam gaat tot het uiterste. Ik ben ervan overtuigd dat wij toen een bijdrage hebben geleverd aan het besluit om een veilige zone in te stellen in Noord-Irak.”

Dat was nogal makkelijk voor Bush: die zone instellen kostte geen manschappen. De politiek luistert alleen naar Artsen zonder Grenzen als het haar uitkomt.

“Ja, daar kun je cynisch van worden. Maar cynisme leidt tot niets. Moet je dan tegen bevolkingsgroepen in nood zeggen: 'Sorry, ik ben cynisch geworden?' 'Dank u wel', zeggen ze dan, 'maar we hebben liever dat u opkomt voor onze rechten'. Inderdaad, je loopt knauwen op. De genocide in Rwanda, begin 1994, dat was dramatisch. Op het moment dat de massamoord zich voltrok, trok de VN haar troepen terug en gaf het State Department de interne instructie dat het woord genocide niet mocht worden gebruikt. Een paar maanden later werden militairen ingezet voor humanitaire hulp, maar toen was het al te laat. Een andere zwarte bladzijde was de eerste fase in Bosnië. De humanitaire hulp werd door de internationale gemeenschap als alibi beschouwd om de bevolking niet te beschermen. Door onze hulp leek ingrijpen niet meer noodzakelijk. Dat is een dilemma waar je als hulpverlener niet uitkomt.”

Door die laatste debacles bent u tot de conclusie gekomen dat Artsen zonder Grenzen zich niet langer politiek afzijdig kan houden. In deze krant betoogde u dat hulpverleners stelling moeten nemen “tegen de daders en voor de slachtoffers”. Is het u altijd duidelijk wie tot welke categorie behoort?

“Als conflicten verworden tot massavernietiging langs etnische lijnen, wèl. Genocide is geen natuurramp, maar een systeem dat wordt gebouwd door een criminele politieke elite. Toen het conflict in Bosnië in april 1992 begon, was de agressor te identificeren. Denk aan de voorfase in Vukovar: daar hadden de Serviërs al vreselijk huisgehouden onder de Kroaten. Onze medische teams hebben nog Kroaten uit een ziekenhuis geëvacueerd. Vukovar viel, de resterende patiënten in dat ziekenhuis werden gedood. De oorlog begon door één partij, de Serviërs. Daarna escaleerde de zaak en raakten meerdere partijen betrokken. In Rwanda zag je hetzelfde: de elite van de Hutu's ontwikkelde een moordmilitie, de Interhamwe. Als de politiek in die prille fase nalaat om zo'n partij als schuldige aan te wijzen, komen de problemen op het bordje van de hulporganisaties. Hulpverlening kan alleen neutraal zijn als de politiek daders en slachtoffers in een vroeg stadium van elkaar onderscheidt.”

Een humanitaire organisatie die politieke uitspraken doet, maakt zich kwetsbaar. In december 1996 eiste u militaire interventie in Oost-Zaïre. Prompt sprak het CDA zich daar tegen uit. Opnieuw weinig reden tot vrolijkheid?

“Ik zat op dat moment aan de grens van Zaïre en heb gemist wat mijn partij toen zei. Laat ik zeggen: gelukkig was minister Pronk (PvdA) uiteindelijk wel voor die interventie. Hij zat er toen namens de Europese Gemeenschap. Mag ik het daarbij laten?”

Uw oproep om internationaal in te grijpen bleek overigens gebaseerd op een te pessimistische inschatting van de situatie.

“Toevallig was in die tijd ook net een Hercules neergestort in Eindhoven. Hulpverleners daar kregen juist het verwijt dat ze niet van het ergste waren uitgegaan en dat er daardoor mensen waren gesneuveld. Ik vind nog steeds: als je ziet dat de massale vernietiging van burgers in het conflict op de agenda staat, moet je ingrijpen. We weten nog steeds niet hoeveel mensen er tijdens de vluchtelingencrisis in Oost-Zaïre zijn omgekomen. Er zaten een miljoen mensen in de kampen; 700 duizend van hen zijn teruggekeerd naar Rwanda. Waar is de rest gebleven? Zolang dat niet duidelijk is, blijf ik volhouden dat een militaire interventie wenselijk was geweest.”

Is Artsen zonder Grenzen ook thuis als zo'n militaire interventie mislukt?

“Dan dragen wij de consequenties. Dat is de schaduwzijde van onze oproep.”

Welke consequenties? De kiezer kan AzG niet straffen

“Nou, het publiek rekent je er wel op af. Maar wij vinden het redden van slachtoffers zwaarder wegen dan het risico dat Artsen zonder Grenzen gezichtverlies lijdt. Ik heb de keren dat wij om interventie hebben gevraagd eens op een rij gezet. Noord-Irak: waarschijnlijk duizenden mensen gered. Bosnië: idem dito. Toen de tanks de moslim-enclave Gorazde binnenreden, zei VN-gezant Akashi dat er geen problemen waren. Nee, allicht niet: Akashi zat te borrelen met de Bosnisch-Servische leider KaradziEÉc. Als waarnemers hebben wij een beslissende bijdrage geleverd aan het besluit van de NAVO om maatregelen te nemen. Waarschijnlijk is zo een tweede Srebrenica voorkomen. Jullie zeggen: Artsen zonder Grenzen gaat te ver. Maar ik vind het veel erger dat wij soms onze mond hebben gehouden. In 1994 in Rwanda hebben we te laat opgeroepen tot een militaire interventie, omdat we ons teveel blindstaarden op de hulpverlening. Resultaat: tussen de 500 duizend en een miljoen doden. Dát was echt een fout.”

Wij doen u een voorspelling. Het kan niet anders dan misgaan met u in de politiek.

“Ik zou graag willen horen waarom.”

U hebt zichzelf in het verleden gekarakteriseerd als een improviserend, ongedurig, vaak bij wijze van explosies communicerend mens. U houdt niet van draaien en liegen. U hebt een afkeer van vliegenafvangerij in de politiek. U hamert liever hard op iets dan dat u via diplomatieke kanalen wheelt en dealt. Opgeteld lijkt dat een sollicitatie naar een opwindende maar korte loopbaan in Den Haag.

“Dan gaan jullie er vanuit dat de politiek geen ruimte wil bieden aan mensen zoals ik. Maar ik reken erop dat ik straks in een vrijwel geheel vernieuwde fractie medestanders vind die graag mijn geluid willen horen. En ondanks mijn meningsverschillen met De Hoop Scheffer heb ik vertrouwen in Jaap.

“Ik zie het als mijn taak om de afstand tussen burger en politiek kleiner te maken. Daar komen emoties bij kijken. Ik weiger te accepteren dat de politiek een samenraapsel is van mensen die op een afstand aan het schaken zijn en zich niet laten voeden door de maatschappij. Ik zal misschien moeilijke tijden krijgen, maar dat is dan maar zo.”

Hoe groot acht u zelf de kans dat het een succes wordt?

Ik heb een goede vriend in Breskens, de pastoor en beeldhouwer Gilliet. Hij heeft tegen mij gezegd: 'Jacques, vrees niet, blijf jezelf. Dat is waardevol.' Die loopbaan is voor mij niet alles. Ik ben nu eenmaal geen carrièrepoliticus.''