Hollands Dagboek; Riek Bakker

Riek Bakker (1944) heeft sinds 1994 een adviesbureau op het gebied van stedelijke ontwikkeling, landschap en infrastructuur in Utrecht en een ontwerpbureau in Rotterdam. Daarvoor was zij tien jaar werkzaam bij de gemeente Rotterdam, waar ze de planontwik- keling rond de Kop van Zuid initieerde. Riek Bakker woont samen met haar vriendin Katrien in een voormalige radarpost op Rotterdam-Zuid. Deze week is zij benoemd tot hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Woensdag 24 september

Vandaag een thuiswedstrijd. Ik begin aan een nieuwe Rotterdamse opgave die in het verlengde ligt van de Kop van Zuid. De gemeentelijke diensten leveren het huiswerk en ik ben de aanjager, of de buitenboordmotor zoals ik het altijd zelf graag noem.

Het verhaal van Rotterdam komt telkens weer op hetzelfde neer. De haven is een belangrijke economische motor, waarop vooral de 'BV Nederland' draait. De vraag is en blijft of de Rotterdammers daar nou zoveel van profiteren? De haven blijft zich transformeren en westwaarts ontwikkelen. Dat biedt mogelijkheden zoals al eerder is aangetoond met de ontwikkeling van de Kop van Zuid. Het verplaatsen van allerlei activiteiten naar de Maasvlakte, maakte het in dat geval mogelijk het stadscentrum over de Maas heen te tillen. De stad verandert dus met de haven mee.

Rotterdam-Zuid bestaat onder andere uit een reeks van tuindorpen zoals Pendrecht, Zuidwijk en Lombardijen. Met ongeveer 200.000 inwoners is Zuid eigenlijk een stad op zichzelf, ook in nationaal opzicht. De tuindorpen liggen echter als schotsen tussen grote infrastructuur: de verbindende wegen beknellen de afzonderlijke wijken. Zeker met de toename van de automobiliteit vormt de infrastructuur vaak een fysieke en mentale barrière. Ook het voorzieningenpakket op Zuid kan wel een injectie gebruiken. Het is er wel, maar is voornamelijk gericht op heel Nederland of op de regio. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Kuip, Ahoy en het winkelcentrum Zuidplein. Tussen buurtwinkel en landelijke-regionale voorzieningen zit bijna niets!

Gelukkig niet al te laat thuis. Ik doe de post, lees de kranten en ga lekker slapen op het getjoeker van de binnenvaartschepen die langs onze radarpost op Zuid varen.

Donderdag

Vroeg in de auto, voor de file uit, richting Utrecht. Ik ga de hele dag UCP'en. Het Utrecht Centrum Project (UCP) betreft de herinrichting van het gebied dat loopt vanaf het Vredenburg, het overdekte winkelcentrum Hoog Catharijne, het station tot en met de Jaarbeurs. Vanmorgen gaan we naar de Jaarbeurs voor een presentatie van David Rogers. Hij is architect van het bureau the Jerde uit Californië en heeft de opdracht om een ontwerp te maken voor het deel van de Jaarbeurs dat onderdeel uitmaakt van het UCP. David is ook mede-architect van 'de Koopgoot' in Rotterdam. Hij weet levendig en met warmte zijn voorstellen uit te leggen, doorspekt met Amerikaans jargon als hostplace, entertainment project en critical mass. We zijn er van overtuigd dat Davids plan goed aansluit bij het UCP. Het plan zoals het er nu ligt, geeft grote mogelijkheden voor het publiek; de openbare ruimte krijgt opnieuw het volle pond, terwijl de economische functies, afgewogen met alle andere belangen, een goede plaats krijgen.

Snel naar het projecteidersoverleg UCP waar we met al onze adviseurs spreken. Onder leiding van mijn uiterst bekwame en aimabele projectleider Bart Lambooy houden we het plan voortdurend tegen het licht. Verder praat ik nog even met mijn goede vriend en veelbelovend stedenbouwkundige/architect Rients Dijkstra. Hij werkt met zijn bureau MAX, evenals Adriaan Geuze en zijn bureau West 8, Kraaijvanger /Urbis en natuurlijk nog veel meer adviseurs, aan het UCP. Rients werkt echter ook aan een ontwerp en de realisering van onze keuken. Een langgekoesterde wens gaat in vervulling: lekker en goed koken in een professionele keuken. Als het allemaal lukt dan sta ik volgende maand op mijn verjaardag in onze nieuwe keuken te kokkerellen. 's Avonds vanuit Rotterdam weer naar het stadhuis van Utrecht. We bespreken met gecombineerde raadscommissies de procedure ten aanzien van het besluitvormingsproces UCP. Iedereen maakt zich op om tot een beslissing te komen. Het lijkt er op dat een discussie die al meer dan tien jaar wordt gevoerd dit najaar wordt afgerond.

Vrijdag

Weer vroeg op kantoor in Utrecht. Na de post, heb ik mijn wekelijkse uurtje met mijn financieel directeur en goede vriend Ed Hut. Ed is onrustig vandaag. Zijn zwangere dochter is over drie weken uitgerekend en is gisteren met een te hoge bloeddruk in het ziekenhuis opgenomen. Ik ben ook ongerust. De moeder van de tweeling waar we in het weekeinde voor zorgen, heeft ten gevolge van de bevalling een hersenbloeding gehad. We praten wat over kinderen krijgen, bevallingen en de roze wolken die om deze gebeurtenissen hangen. Inmiddels weten we beter, het is een prestatie van jewelste en we zullen allemaal weer opgelucht ademhalen als moeder en kind het goed maken.

Even later overleg over de doorkijk op het Zwolle van na 2005. Dat jaar is een belangrijke 'peildatum' binnen de ruimtelijke ordening van ons land. Tot 2005 is namelijk het ruimtelijk beleid vastgesteld en zijn de plannen al grotendeels in uitvoering. De periode daarna is voor velen nog onbekend.

Aansluitend het bezoek van Annemiek Meinen en Dorien de Wit van het organisatie-adviesbureau De Beuk. We hebben samengewerkt aan de doorkijk voor Zwolle. De Beuk heeft geholpen om een sociale paragraaf te ontwikkelen. Materie, zo heb ik inmiddels geleerd, die nodig is om een goede toekomstvisie te ontwikkelen. Prachtige plannen waarbij de sociale component niet wordt gedefinieerd, zullen uiteindelijk weinig succesvol zijn.

Tussen de middag samen met mevrouw Marie Louise van Dedem naar het provinciehuis van Utrecht. Mevrouw Van Dedem is de zaakgelastigde van de Baron van Zuylen, die op zijn beurt het landgoed De Haar in Haarzuilens bezit. Het is een broos en omvangrijk bezit. We proberen het kasteel en het landgoed voor de ondergang te behoeden door de aanval te kiezen. De baron werkt keihard mee om het landgoed voor publiek toegankelijk te houden, het lukt hem echter niet alleen. We vinden bij de gedeputeerde Robertson en zijn ambtenaar mevrouw Scheurs niet alleen een gewillig oor, ze zijn zelfs bereid boter bij de vis te leveren.

Snel naar huis en met Katrien naar de verjaardag van de moeder van de tweeling. Ze wonen op een boerderij in de Krimpenerwaard. De twee vinden het volslagen normaal dat ze én op de boerderij én af en toe op de radartoren wonen.

Zaterdag

's Ochtends trekken we om de beurt baantjes in het zwembad of liggen we met Eva in het lauwwarme kinderbad. 's Middags gaan we naar onze vrienden, hulpen, steunen en toeverlaten Cees en Ika in de Kop van Noord-Holland. Zondag moet ik in Den Helder zijn, dus gaan we vast op pad. Cees en Ika wonen op de camping in een prachtige caravan. Ze zijn ras-Amsterdammers en zijn de hectiek van de grote stad ontvlucht.

Ze helpen ons al ruim twintig jaar zowel in de huishouding, als op onze bureaus. Wat betreft hun werkzaamheden passen ze ook echt binnen onze bureauformule: zelfstandig werken op locatie, bij en met de opdrachtgever, en net zo lang duwen en trekken tot het gewenste resultaat is bereikt.

Zondag

Vroeg naar het speeltuintje van de camping. De werktuigen kreunen onder mijn gewicht. Het leven op de camping is pittig. Bejaarden, alleenstaanden, werklozen, invaliden etc. hebben het er niet breed, maar leven er redelijk tevreden en helpen elkaar onvoorwaardelijk.

Op naar Den Helder voor een bestuursvergadering van het Nederlands Architectuur Instituut (NAi.). Het NAi huist in Rotterdam, maar vanmiddag bezoeken we het Nollenproject van Rudi van de Wint. We praten over het aloude thema van het instituut: de subsidieverstrekking en de meetlat waarlangs onze aanvragen worden gelegd. Directeur Kristin Feireiss slaagt er met haar medewerkers desondanks in om een uitzonderlijke programmering op te stellen. Het NAi weet niet alleen veel verschillende doelgroepen te bereiken, maar stimuleert ook het publieke architectuurdebat, organiseert masterklassen en zet zo nu en dan een heel land voor het voetlicht. Zuid-Afrika is dit jaar aan de beurt.

Na de vergadering wandelen we in de prachtige najaarszon over het circa veertien hectare grote object van Van de Wint. Zijn Nollenproject dat hij samen met zijn vrouw voert, is imposant. Ik ben onder de indruk van hun doorzettingsvermogen, zeker nadat ze uitvoerig verhalen over alle tegenwerking die ze hebben ontmoet. Inmiddels lijkt de gemeente trots te worden op dit project. En terecht! Terug in de auto praten we over de tentoonstelling van architect Daniel Liebeskind in het NAi. Het is een enorme opgave om een tentoonstelling over architectuur samen te stellen. Je kunt moeilijk hele gebouwen neerzetten op de plek van de tentoonstelling, terwijl dat toch het mooiste zou zijn.

's Avonds nog een stevig telefoongesprek met Frank Witbraad. Frank is mijn bureaupartner en elke zondagavond bereiden we de week voor. Zo kunnen we iedere maandagochtend onze medewerkers goed voorbereid de wijde wereld insturen. Ze werken immers bijna allemaal op locatie.

Maandag

In de file naar het bureau in Utrecht. Na de vergadering praat ik met Ubbo Hylkema een uurtje over de speciale welstandskamer die we voor zowel Leidsche Rijn, als het UCP willen opzetten. Ik heb daar met de Kop van Zuid goede ervaringen mee. Het blijkt een prachtig middel om de vooraf geformuleerde kwaliteit daadwerkelijk te realiseren. Zo'n welstandscommissie is toch een delicate zaak. Architecten tonen hun plannen en wij leveren opbouwende kritiek. Veel belangrijker is dat we ze ook stimuleren, ze aanzetten om echte kwaliteit te leveren. Met Ubbo neem ik de mogelijke kandidaten en teams voor de welstandskamer door.

's Middags Leidsche Rijn, in mijn rol als supervisor. Plannen trekken aan mijn ogen voorbij; het hoe, waarom, hoeveel en op welke plaats is steeds aan de orde. Tussendoor een telefoontje van kantoor. Ed heeft een kleinzoon; moeder en zoon maken het goed.

's Avonds doen we samen met de opdrachtgevers een 'try out' van een diaserie over het definitief stedenbouwkundig ontwerp van het UCP. Ik jaag ze een beetje op de kast om af te tasten welke beelden wel of niet geschikt zijn. Na afloop drink ik nog een glaasje wijn met Frank. Hij is aan zijn knie geopereerd en dat is hem niet meegevallen. Vooral de bijkomende ouderdomsverschijnselen vallen hem zwaar.

Dinsdag

De eerste afspraak is in Rotterdam. Hans Blaauw van McDonald's heeft een heel leuk verhaal over zijn bedrijf, hun filosofie, de lokale werkgelegenheid die vestigingen oproepen, en de kwaliteit en prijs van zijn product. Hij vraagt advies en hulp op het gebied van ruimtelijke ordening voor nieuwe vestigingen. Sinds ik regelmatig in de Verenigde Staten rondreis, ben ik dol op McDonald's. Ik ben onder indruk van hun prestaties: elke veertien dagen openen ze een nieuwe vestiging, terwijl de mogelijke vestigingslocaties toch steeds schaarser worden.

Eind van de ochtend neem ik samen met Ed, André en Ineke Geraerdts het draaiboek voor de persconferentie van aanstaande donderdag door. Het college van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven heeft mij benoemd tot hoogleraar aan de faculteit Bouwkunde voor het vakgebied stedenbouwkunde. Deze week is het besluit genomen. Volgend jaar maart ga ik aan de slag.

Ik ben trots op mijn aanstelling en ik zie er naar uit om de studenten deelgenoot te maken van wat volgens mij ruimtelijke ordening en stedenbouw inhouden. Bouwen aan de toekomst van ons land is de multifunctionele aangelegenheid bij uitstek. Hieraan moeten alle relevante vakgebieden een evenwichtige bijdrage leveren. Nederland zal de komende decennia belangrijke afwegingen gaan maken om de schaarse ruimte op een zo duurzaam mogelijke wijze vorm te geven.

Woensdag 1 oktober

's Ochtends meteen al een dolle boel. Telefoontjes van alles en iedereen. Door Kerstens, mijn secretaresse, belt in alle staten over ook nog van alles. We krijgen de slappe lach. Vervolgens ga ik na maanden eindelijk weer eens naar de kapper. Bij 'Hoofdzaak' in Rotterdam wassen ze me stevig de haren. Heerlijk.

Onder de lunch heb ik een gesprek met mevrouw Astrid Sanson van de TU Delft Vastgoed Beheer. We maken kennis en we praten over een aanstaande opdracht voor de terreinen van de TU. Vooral de 'programmering' van het terrein is van groot belang. Aanstaande dinsdag gaan we daarover met het college van Burgemeester en Wethouders van gedachten wisselen.

Ik denk aan mijn broer. Na de plotse dood van mijn vader vlogen al mijn vijf oudere broers het huis uit. Twee vertrokken naar Australië, één werd architect. Eens in de vijf jaar komt die naar Europa. Zijn eerste gang is dan Londen in verband met het Engelse koningshuis. Daar zijn ze in Australië dol op. De tweede gang is naar zijn moeder in Overijssel. De derde gang is Delft, om daar in de bibliotheek van Bouwkunde zijn kennis te toetsen. Ten slotte belt hij me altijd op en drinken we een borrel op de Grote Markt in Delft. De verbindingen zijn vaak hechter dan dat ze in eerste instantie doen vermoeden.