Het nieuwe patriottisme van Tony Blair

Na negentien jaar kon het congres van de Britse Labourpartij deze week weer eens worden toegesproken door een premier uit eigen huis. Het was niet zo maar een toespraak, vindt

William Rees-Mogg, het was een historische beginselverklaring.

Het zou toch al zo'n grootse gebeurtenis worden. Tony Blair is de populairste Britse premier sinds opiniepeilingen worden gehouden. Hij heeft de grootste verkiezingsoverwinning in meer dan negentig jaar behaald, nadat zijn partij achttien jaar lang in de oppositie had gezeten. Hij vertegenwoordigt de stemming in het land. Hij staat tegenover een gedemoraliseerde oppositie; er zijn kritische stemmen in zijn eigen partij, maar hij hoeft die niet te vrezen.

Blairs toespraak voor het Labourcongres was echter nog gewichtiger. De televisie deed er nauwelijks recht aan, want die levert de tekst er niet bij. Daarvoor was het wachten op de kranten. Wie de toespraak doorleest en de sleutelpassages herleest, ziet dat het een historische beginselverklaring is.

Natuurlijk zitten er ook passages in van een retoriek die grenst aan zelfparodie. “Creatief. Meedogend. De blik naar buiten gericht. Oude Britse waarden, maar een nieuw Brits zelfvertrouwen.” Het nieuwe Labour schijnt in een wereld te wonen waar het werkwoord een bedreigde diersoort is.

Uiteraard is er veel commentaar geleverd op Blairs beloften over het binnenlands beleid, over het onderwijs, de gezondheidszorg, de hervorming van de verzorgingsstaat en de beheersing van de overheidsuitgaven. Dat zijn altijd belangrijke beleidsonderdelen geweest; voor de Labourpartij zijn ze heel erg rechts. Maar nog belangrijker is Blairs kijk op de rol van Groot-Brittannië in de wereld.

Drie keer in zijn toespraak noemde hij zijn land “een baken voor de wereld”. Dat is een religieus beeld. Ronald Reagan beschreef de Verenigde Staten eens als “een stad gelegen op een heuvel” en bracht zo zijn kijk op het mondiaal leiderschap van de VS onder woorden. Reagan had zijn citaat van John Winthrop, de eerste gouverneur van Massachusetts, die meende dat deze puriteinse kolonie in Nieuw Engeland de geest Gods volgde. Winthrop citeerde op zijn beurt de Bergrede: “Gij zijt het licht der wereld. Een stad op een berg liggende kan niet verborgen zijn.” Tony Blair schijnt het Verenigd Koninkrijk ook te zien als “het licht der wereld”.

Al vroeg in zijn toespraak sneed Blair een patriottisch thema aan: “Wij kunnen nooit het grootst zijn. Wij zullen wellicht nooit meer het machtigst zijn. Maar we kunnen wel het beste zijn. Het beste land om in te wonen. Het beste land om kinderen groot te brengen, het beste land om een vervuld leven te leiden, het beste land om oud te worden”.

Dat is al patriottisch genoeg, maar het zijn nog traditionele Britse aanspraken, die aangename herinneringen oproepen aan Robert Brownings “Ach, in Engeland te zijn. Nu 't weer april is”, of aan “Wijst de kerkklok tien voor drie? En is er nog honing voor de tea?” Het bevat niets dat de chauvinistische Fransman kan ergeren.

Maar Blair bedoelt méér. Al in deze passage uit het begin van zijn toespraak zegt hij: “Wij zullen wellicht nooit meer het machtigst zijn”. Dat is onverwacht. Het houdt in wat de meeste Britten waarschijnlijk wel aanvoelen maar niet zeggen, namelijk dat het nog zo kwaad niet was toen we wèl het machtigst waren. Het impliceert een zekere spijt dat we dat, naar alle waarschijnlijkheid, nooit meer zullen zijn.

Wat zou de chauvinistische Fransman of de Europees gezinde Duitser opmaken uit de langere passages die ik in een apart kader citeer. Hier gaat het niet meer louter om nationale borstklopperij; dit is een strategische verklaring omtrent het buitenlands beleid.

Wat heeft de premier gezegd? Hij wil dat Groot-Brittannië zijn “spil”-positie gebruikt om een “leider in de wereld” te zijn. We zullen een nauwe band onderhouden met de VS en het Gemenebest; we zullen onze rol in de VN en de NAVO spelen. Hij denkt dat onze strijdkrachten een “superieure reputatie” hebben, die ook weer te gebruiken is om invloed uit te oefenen. Hij wil dat Groot-Brittannië weer “een leidende natie in Europa” wordt. Hij ziet ons daartoe zelfs “voorbestemd”. Dat zijn grote woorden.

Maar het Groot-Brittannië van premier Blair zal er niet mee tevreden zijn een Europa der bureaucraten te leiden, ook al is dat precies wat de Europese Unie nu is. “Het Europa van handelsbelemmeringen, onnodige wetten en regels, het Europa van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de talloze commissies die tot niets leiden” wijst hij resoluut van de hand. Hij wil “een Europa van het volk: vrijhandel, een sterke industrie, een hoge graad van werkgelegenheid en sociale rechtvaardigheid, een democratisch Europa”.

En bovendien stelt hij zijn oordeel over de gemeenschappelijke munt uit en wil hij zijn besluit nemen op basis van het Britse nationale belang, niet dat van Europa. Kortom, Tony Blair wil zijn modernisering van het nieuwe Labour doen volgen door de modernisering van een nieuw Europa.

De Fransman hoeft niet zo heel chauvinistisch te zijn om zich hieraan te storen. Hij zou inmiddels wel eens kunnen staan schuimbekken om de Angelsaksische aanmatiging in deze toespraak; de brave Duitser zal misschien meer dingen over zijn kant laten gaan: hij zal misschien 'ja' zeggen tegen vrijhandel en minder regelgeving, en misschien wil hij zelfs meer democratie. Maar ook hij zal vinden dat in deze passage uit de toespraak de Europese gezindheid ontbreekt, en concluderen dat Blairs ideale Europa niet te koop is, en zeker niet aan een Verenigd Koninkrijk dat de vaste wil heeft zijn banden met de VS, het Gemenebest en de NAVO te versterken. Ik heb persoonlijk nooit een Duitser ontmoet die vond dat Groot-Brittannië was “voorbestemd om in Europa een leidende rol te spelen”. Duitsers vinden vaak dat dat hún taak is.

Als Blair niet was geslaagd, wat er nog om heeft gehangen, in zijn eerste grote project, de modernisering van de Labourpartij, dan zou iedereen zijn grote nieuwe project, de modernisering van Europa, afdoen als volstrekt onrealistisch. De Europese Unie is inderdaad ondemocratisch, overgereguleerd, bureaucratisch en wars van verandering. Dat is geen toeval. Het weerspiegelt de verschillen in bestuurlijke traditie tussen het vasteland en de Angelsaksische wereld.

Het weerspiegelt ook de macht van gevestigde belangen die zichzelf willen beschermen en hun vermogen de politieke en bureaucratische structuren van de EU te beïnvloeden. De Labourpartij moest de veranderingen van Blair wel accepteren, omdat ze anders de verkiezingen niet kon winnen. Europa zal wellicht ooit op soortgelijke wijze tot inkeer komen, maar daar heeft het nu nog niet de schijn van.

Als premier Blairs Europese project mislukt, kan dat op twee manieren. Hij kan meedoen met de monetaire unie en de verdere integratie teneinde de Britse invloed in Europa te behouden, om vervolgens te moeten ontdekken dat hij verstrikt zit in een structuur die even bureaucratisch is als voorheen. Of hij kan zich voor de keus geplaatst zien tussen Europa en vrijhandel, tussen Europa en democratie, tussen Europa en de wereldrol die hij voor Groot-Brittannië ziet weggelegd. Als hij concludeert dat het nieuwe Labour en het nieuwe Groot-Brittannië zich niet laten verenigen met het oude Europa, zal hij moeten kiezen tussen onze nationale onafankelijkheid en onze rol in Europa.

Het patriottisme van Blair spreekt de Britten aan, zoals dat van Margaret Thatcher ook deed, of zoals het Franse patriottisme van De Gaulle de Fransen aansprak. Barones Thatcher zelf heeft eens over Blair gezegd: “Tony Blair zal ons niet in de steek laten.” Hoe zorgvuldiger men deze rede leest, des te waarschijnlijker klinkt die uitspraak.

Maar of hij de rest van Europa ertoe kan bewegen zichzelf in Angelsaksische zin te hervormen onder zijn leiding, betwijfel ik. Zowel de christendemocraten in Duitsland en de gaullisten in Frankrijk zijn in diepste wezen corporatistisch. Ze zullen hun 'Europa der bureaucraten' niet afschaffen enkel en alleen omdat Tony Blair zegt dat dat moet.