Haast met koopsompolissen niet nodig

De paginagrote advertenties voor koopsompolissen zullen de komende weken weer in alle dagbladen zijn te vinden. En massaal zal Nederland zich weer storten op 'het warme broodje' van financieel Nederland, te weten enkele duizenden guldens belastingvoordeel op de korte termijn.

Ondanks de enorme interesse voor de koopsompolissen blijkt dat, net als bij de huidige aandelenhausse, mensen vaak geen idee hebben waar ze aan beginnen. Een weg terug is er vaak niet of slechts tegen hoge kosten. En dat terwijl met een beetje kennis veel ellende voorkomen kan worden. Onvoorziene kosten, onoverzichtelijke regelgeving en malafide aanbieders kunnen relatief makkelijk omzeild worden als men zich verdiept in het wereldje van de aanbieders van de koopsompolis. “Je moet het kaf van het koren scheiden”, meent een adviseur, die zich terdege bewust is van de ondoorzichtigheid van de markt.

De koopsomhausse aan het eind van het kalenderjaar is de grootste luchtballon die er bestaat. De financiële afrekening van het fiscale jaar vindt pas in juli plaats, en derhalve is er geen enkele aanleiding om, zoals de adverteerders doen willen geloven, voor 1 januari al de polis af te sluiten. De enige reden daarvoor is dat de aanbieders dan eerder geld in beheer hebben.

De koopsompolis heet officieel 'koopsom voor een verzekering bij leven met en zonder restitutiebeding bij overlijden ten behoeve van een gerichte lijfrente'. Kortweg komt het erop neer dat met een eenmalige storting, waarbij maximaal 5.839 gulden (cijfers voor 1997) aftrekbaar is van de belasting, een lijfrente wordt opgebouwd die op een door de cliënt gekozen moment, bijvoorbeeld als hij 65 jaar wordt, wordt uitgekeerd. Tenminste, in delen wordt uitgekeerd. Tenminste, als de cliënt niet voortijdig komt te overlijden.

Naast de vele bekende haken en ogen van een koopsompolis blijft er nog één groot grijs gebied over, waar niets of nagenoeg niets over bekend is. De zogenoemde expiratiedatum (vervaldatum) waarop de koopsom een lijfrente wordt. Gedeeltelijk komt dit doordat mensen die een koopsompolis afsluiten pas jaren later met de omslag van polis naar lijfrente te maken krijgen. Sinds de zogenoemde brede herwaardering in januari 1992 is de regelgeving veranderd (koopsompolissen zijn sindsdien niet meer afkoopbaar) en de groep die daarna een polis afsloot is over het algemeen nog niet aan verzilvering toe.

Financieel adviseurs, van onafhankelijke bureaus, worden wekelijks overspoeld met vragen over koopsompolissen. De adviezen van de bureaus laten zich redelijk makkelijk rangschikken.

Tip één: Kies zelf bij welke verzekeraar je uiteindelijk de lijfrente wilt laten afsluiten en probeer zo veel mogelijk bij één verzekeraar je polissen af te sluiten. In de praktijk blijkt dat veel mensen bij meerdere instanties een koopsompolis hebben lopen. Reden: impulsieve reacties op de lucratief ogende advertenties in dagbladen. Het gevolg is een onoverzichtelijke brei van polissen met verschillende aflooptijden bij verschillende verzekeraars.Volgens financieel adviseur Willem van der Veen van de Bastion Groep uit Rotterdam is het principe simpel: “Het afsluiten van meerdere koopsompolissen moet je vergelijken met het kopen van melk. Koop je iedere keer een pak melk, dan betaal je steeds voor de verpakking. Koop je één keer een fles en laat je die steeds bijvullen, dan ben je goedkoper uit. Dat geldt ook voor de koopsompolissen. Liever allemaal bij één verzekeraar tegen eenmalige afsluitkosten dan een versnipperd pakket bij verschillende aanbieders”, meent Van der Veen.

Tip twee: Als de polissen toch al bij verschillende verzekeraars lopen, wil dat niet zeggen dat je ook de lijfrente van diezelfde verzekeraars moet ontvangen. Het beste is om het bijeengespaarde kapitaal op de expiratiedatum (vervaldatum) op te nemen en bij een willekeurige verzekeraar om te zetten in een lijfrente. Dat mag gewoon. Vaak zijn er wel kosten verbonden aan dit ineens opnemen van het hele kapitaal.

Tip drie: Bij verschillende expiratiedata, hetgeen meestal het geval is, kan de klant de langstlopende polis als totale einddatum aanhouden, als de inkomenspositie dat tenminste toelaat. De eerder aflopende polissen kunnen dan, tegen een - weliswaar minimale - rente, gewoon een tijdje in de wacht gezet worden. Op het moment dat de laatste polis afloopt, kan de cliënt de al eerder geëxpireerde polissen bijvoegen en een totaalpakket maken waaruit één lijfrente wordt uitgekeerd. Voordeliger, overzichtelijker.

Tip vier: Schakel een externe adviseur in voordat je de polis afsluit. Het is, gezien het woud aan verzekeraars dat allemaal schermt met de titel 'meest voordelige', goed om ze eens allemaal op een rijtje te (laten) zetten. Ook als de polissen al zijn afgesloten en de expiratiedatum nadert, is het niet onverstandig bij een adviseur aan te kloppen.

Ook de zogenoemde financieel adviseurs zijn niet altijd even onafhankelijk als ze zichzelf doen voorkomen.

De Amsterdamse hoogleraar ondernemingsfinanciering en financiële markten A. Boot stelt dat driekwart van de adviseurs meer weet dan ze hun cliënten vertellen. “Ze krijgen vastgestelde commissies van de polisaanbieders, de aanbieders leveren het computerprogramma waar de adviseurs hun klanten mee adviseren, het is kortom een verre van onafhankelijke markt. Daarbij verdiepen ze zich zelden of nooit in de financiële positie van hun cliënten, zodat een gedegen vergelijking per definitie spaak loopt”, meent Boot.

Tip vijf: Als tot combinatie van de verschillende koopsompolissen is besloten en ze ondergebracht worden bij één lijfrenteaanbieder, dan kan een hogere lijfrente bedongen worden. Daar is echter, naast de wetenschap dat de mogelijkheid bestaat, ook een hoop lef en doorzettingsvermogen voor nodig. De gemiddelde Nederlander mag dan bekend staan om zijn handelsgeest, als het op afdingen aankomt, doen de meesten toch een bescheiden stapje terug.

Nog even terug naar professor Boot. De ondoorzichtigheid van de markt en de desinteresse bij de consument over de kosten kunnen volgens hem alleen maar verklaard worden door de huidige markt.

Boot: “Zo gauw een financieel produkt overgoten wordt met een fiscaal sausje is er geen doorkomen meer aan. Deze markt is door de steeds veranderende overheidsregels nog zo in beweging dat de aanbieders van polissen niet concurrerend hoeven te zijn en dus ook geen inzage hoeven te geven in hun kosten”.