Griekenland; Dimitra Papandreou onthult veel en laat veel weg

ATHENE, 4 OKT. lAl na een week kan worden vastgesteld dat het boek van Dimitra Papandreou-Liani, Tien jaar en 54 dagen, een record gaat halen in verkoopcijfers. De 42-jarige weduwe heeft er, naar is uitgerekend, al 25 miljoen drachmen (ruim anderhalf miljoen gulden) aan overgehouden, en alle Grieken weten dat ze dit nodig heeft om de fameuze 'roze villa' te kunnen blijven bewonen die ze met Andreas had betrokken.

Veel Grieken geloven dat ze het boek 'alleen voor het geld' heeft geschreven, anderen willen wel van haar aannemen dat het een 'deposito van de ziel' is, zoals ze het zelf formuleert.

Waarom is dit kloeke werk, 502 bladzijden tekst en 76 bladzijden documenten plus vele foto's, bij het Griekse publiek zo populair? Het komt met vele details en de Grieken laten zich graag informeren over onbekende achtergronden van het politieke leven, al geven ze daar ook grondig op af. Maar zwaarder weegt waarschijnlijk het vooruitzicht dat er onthullingen komen over het persoonlijk leven van de grijze politicus en zijn 37 jaar jongere gade.

Die hoop wordt niet beschaamd. Dimitra besteedt veel ruimte aan haar erotische verhouding met Andreas, zij het dat de eerste liefdesnacht in hotel Asteria niet in finesses wordt beschreven. Ze laat ook de meest saillante details die in Griekenland schandaal veroorzaakten, onaangeroerd: die zondag in 1986 toen het nog 'onwettige' paar een pleziertocht per boot maakte, terwijl premier Papandreou werd verwacht bij de jaarherdenking van de aardbeving in Kalamata, en de affaire van de villa van de financier Kalkanis die deze als liefdesnest uitleende tegen belastingfaciliteiten. Dimitra is er al van beschuldigd dat ze veel heeft weggelaten.

Waar zij vooral op uit lijkt te zijn geweest is aan te tonen dat het van beide zijden om een echte en hevige liefde ging. Daartoe grijpt de vrijster terug op middelen die vooral bewonderaars van de premier de wenkbrauwen hebben doen fronsen. Als 'documenten' produceert ze een grote hoeveelheid briefjes en vodjes waarop de beide minnaars elkaar als schoolkinderen hun eeuwige liefde betuigen.

Het meest spectaculaire is een uitvoerige belofte in de vorm van een akte die Andreas begin 1990, na zijn ziekte en huwelijk, min of meer schertsenderwijs heeft opgesteld. Hij belooft daarin onder andere weer premier te worden (dat is uitgekomen), een eigen huis te vinden voor hem en Dimitra (ook dat), niet meer ziek te worden, de akte op 1 januari 2000 te zullen hernieuwen en op 13 juli 2000 een groot feest te zullen geven. Velen vinden dat Dimitra met publicaties als deze te ver is gegaan.

Ze geeft in haar boek drie fouten toe: de aanschaf van de peperdure roze villa was een onverantwoorde provocatie; ze bracht te spectaculaire en pompeuze bezoeken in de provincie waaraan geen ministers hadden moeten deelnemen; en ze liet haar eigen 'entourage' te veel die van Andreas worden. Voor dat laatste verdedigt ze zich: de astroloog Thomadakis was gewoon 'een goede vriend' en vriendin Martha mag dan een specialiste zijn geweest in het uitbannen van het boze oog, deze praktijk werd volgens Dimitra al in de bijbel gesanctioneerd.

Politiek brengt het boek weinig onthullingen en het is niet erg rancuneus. Natuurlijk schrijft ze de vleiendste woorden over partijgenoten die Papandreou trouw bleven tijdens de zware hartoperatie in Londen (1988) en het proces (1991) waarbij hij op het nippertje werd vrijgesproken van verduistering. Voor het eerst lezen wij zwart op wit dat tot degenen die Papandreou in die jaren adviseerden af te zwaaien ook zijn eigen zoon Jorgos en wijlen Melanie Mercouri behoorden.

Dat Papandreou niet bevriend was met de huidige premier Kostas Simitis was bekend. 'Een goed technocraat, maar een slecht politicus', luidde zijn oordeel, zoals Dimitra het te woord stelt. Zij schrijft ook dat de doodzieke Andreas na zijn min of meer gedwongen aftreden in de Onassis-hartkliniek (januari '96) enkele partijgenoten heeft verzocht een verkiezing van Simitis als premier te verhinderen. Dat aftreden heeft overigens, zo schrijft Dimitra, tot een huilbui geleid waaraan ook zij deelnam.

Beoogt Dimitra met dit boek - met de medewerking van een journalist tot stand gekomen - een come-back in de politiek? In de 'technocratische' gelederen van de socialistische partij die nu aan de macht zijn is het op complete onverschilligheid gestuit, maar ook in de kringen voor wie Andreas nog altijd een politieke godheid is, is hier en daar weerzin gerezen, omdat ze hem omlaag zou halen.

Er is echter een speculatie die steeds vaker opduikt. De politicus die door haar tot in de vezels wordt geprezen wegens de trouw die hij in de moeilijkste dagen aan Papandreou heeft betuigd, is oud-minister van Financiën Dimitris Tzovólas die indertijd nog is veroordeeld wegens bovengenoemde belastingverlichting voor Kalkanis. Uit misnoegen over het feit dat hij daarvoor niet politiek werd gehonoreerd, is Tzovólas inmiddels een eigen linkse partij begonnen, de Democratisch Socialistische Beweging. Komt wellicht daarin ruimte voor Dimitra?