Gebonden aan het werk

Infographic: Van alle industrielanden blijven de werknemers in Italië, Japan en België het langst voor één en dezelfde werkgever werken: respectievelijk 11,6, 11,3 en 11,2 jaar. Nederlandse werknemers blijven veel korter bij één baas: 8,7 jaar. In Australië draait de banencarrousel het snelst. Daar wisselt de doorsnee-werknemer al na 6,4 jaar van betrekking. Gemiddeld is de baanduur in OESO-landen tegen de tien jaar. De cultuur van een land is hiervoor de belangrijkste verklaring.

Tussen bedrijfstakken zijn grote verschillen in de zekerheid van een vaste baan. Zo duurt een betrekking in de Nederlandse horeca gemiddeld maar 3,5 jaar, terwijl een aanstelling bij de nutsbedrijven viermaal zo lang duurt. De aard van het werk is daarvoor een belangrijke oorzaak: de horeca is een uitgesproken seizoensactiviteit, met veel tijdelijke contracten en vakantiewerkers. De (semi)overheid biedt traditioneel veel zekerheid.

Binnen de Europese Unie blijven werknemers met een lage opleiding het kortst bij één baas. Zij hebben ook het sterkst te lijden onder de economische conjunctuur. Werknemers op middenniveau blijven het langst. Maar hoger kader blijft weer korter op één plek. In die regionen kiest men uit carrièreperspectieven vaker zélf voor ontslag.

Vrouwen blijven over het algemeen korter bij één werkgever. Zij werken vaker in lagere functies, waar het ontslagrisico groter is. Ook de zorg voor kinderen is voor hen vaker reden ontslag te nemen dan voor mannen.