Fax aan De burgemeester van IJsselstein

Zeer geachte heer Wijte

Afgelopen dinsdag was ik toevallig in uw dorp en mijn oog viel op de voorpagina van het Utrechts Nieuwsblad. Deze krant meldde dat u op een feestavondje van het gemeentepersoneel tijdens een cabaretsketch over de leeglopende katholieke kerk naar voren bent gestormd en de voorstelling hebt stilgelegd. Fantastisch. Wat was ik graag die cabaretier geweest. Ik ben echt zichtbaar jaloers op mijn collega Femke Wolthuis, die dit overkwam. Ik zie zo'n Swiebertje-avond voor me. De ambtenarenclub geeft een feestje in een droef hotelzaaltje, de CDA-burgemeester en zijn vrouw zijn er ook, de cabaretière maakt een gewaagd grapje over de katho's en wat gebeurt er? De burgervader stevent witheet naar voren en legt de voorstelling stil. U was zelfs zo buiten zinnen dat de cabaretière dacht dat ze met de plaatselijke, niet ongevaarlijke dorpsgek te maken had en vluchtte het podium af. Wat een prachtig middeleeuws tafereel.

Mij overkomt dit nooit meer. Ik speel in reguliere schouwburgen voor een niet meer te kwetsen, taboeloos volkje en bij mij komt nooit iemand naar voren stormen om verhaal te halen. In deze krant gebeurt het wel regelmatig. Als ik mijn verontwaardiging uit over de jenevermoord in een Gronings studentenhuis, dan stormt er via mijn postbus behoorlijk wat kakkerspost binnen. Maar de meeste briefschrijvers zijn zo fossiel en corporaal dom dat ik daar maar niet op reageer. Laatst had ik een stukje over Roomse brabo's en dan reageert er ook het een en ander. In dat geval verbaasde het aantal brieven mij zelfs. Ik wist niet dat er nog zoveel Roomsen in het wild rondliepen. Het koningshuis maakt ook altijd een hoop los bij lezers, maar mij valt het telkens weer op: met de ingezonden brievenschrijver zelf is bijna altijd iets mis. Het is het type dat op de koude zolderkamer schuimbekkend achter zijn computer kruipt om de scribent in kwestie de les te lezen. Maar meestal schrijft de gek om in zijn eigen kringetje wat meer aandacht te krijgen. De ingezonden brievenschrijver hoort thuis in de groep van al die gekken die dag en nacht naar de radio bellen. Een paar jaar terug was ik gast bij een nachtprogramma van de KRO-radio en mocht daarin een stelling poneren. Ik stelde: 'Naar de radio bellen uitsluitend debielen! Waar of niet waar? Bel ......' En dan volgde het telefoonnummer van het desbetreffende programma. Vervolgens belden er uitsluitend alcoholisten, psychopaten en andere chaoten om te vertellen dat dat niet waar was. Ik had een kostelijke nacht en wist niet dat er 's nachts zoveel kneuzen wakker waren.

Maar toch even terug naar u. Van iemand op uw gemeentehuis hoorde ik dat u niet eens de organisator van het feestje was. U was gewoon gast van het ambtenarenclubje en had dus helemaal niks te zeggen. Dat maakt het nog interessanter. Zullen we u de regels nog een keer uitleggen of mag ik voortaan als gast van uw gemeente vanaf de publieke tribune van uw raadzaal naar voren stormen om u uw christelijke mondje te snoeren? Lijkt me boeiend.

Graag wil ik u middels dit faxje een aantrekkelijk aanbod doen. Ik begrijp dat u na het incident overweegt om af te treden omdat het hele dorp u achter uw rug uitlacht en u binnen uw gemeente niet meer normaal over straat kunt. Maar wat dan? Wachtgeldje? Helgers opvolgen? Mateman richting VUT begeleiden? Of wilt u mij een plezier doen? Wilt u bij mij in vaste dienst treden? Wat u dan moet doen? In de theaters waar ik optreed om de zoveel grappen naar voren stormen en roepen dat u het niet pikt. Ontpopt u zich maar als de nieuwe Van Oekel. We hoeven niet te repeteren. U mag spontaan naar voren komen op momenten dat het u stoort. Ik zou wel sportschoenen aantrekken want in mijn geval maakt u dan aardig wat kilometers.

Hoor graag van u en verblijf met de vrolijkste groeten en de meeste hoogachting

YOUP VAN 'T HEK