Een nieuwe crisis, een nieuw akkoord

Is Lubbers de aartsvader van het poldermodel? De oud-premier zelf vindt van niet. Niettemin liet de Tilburgse hoogleraar uitgerekend op Prinsjesdag zijn beschouwing over 'the Dutch miracle' afdrukken in de International Herald Tribune. Strekking van het stuk: mijn beleid van no-nonsense heeft de basis gelegd voor het huidige economische succes.

“Onzin dat ik mijzelf daarmee als founding father van het poldermodel poneer”, zei Lubbers deze week bij een bijeenkomst van het Duitsland Instituut over Het Wonder. “De vader van dat model was de stijging van 15.000 werklozen per maand, soms per week, in 1982.”

Op de 24ste november van dat jaar sloten werknemersvoorzitter Wim Kok en Chris van Veen van de werkgevers het Akkoord van Wassenaar. Hoewel dat toen niet veel opzien baarde, wordt die datum nu als geboortedag gezien van het poldermodel. Overigens lagen de twee velletjes tekst voor 'Wassenaar' drie jaar eerder klaar. Maar toen was alleen de christelijke werknemersorganisatie CNV bereid te tekenen.

Waarom waren Kok en Van Veen, ondanks diep wederzijds wantrouwen, in 1982 wel bereid een deal te sluiten - Kok liet namens de werknemers het automatisme van prijscompensatie vallen in ruil voor werkgelegenheid, die werkgevers zouden stimuleren via arbeidstijdverkorting en deeltijdwerk - en in 1979 niet? Het antwoord op die vraag kwam van Lubbers en luidt samengevat: Lubbers.

Net twintig dagen premier was zijn leidmotief dat hij een conflict diende te veroorzaken om consensus af te dwingen. Het is onderhandelingstechniek van de koude grond: forceer een crisis, want als die er eenmaal is, dan is de oplossing nabij. Aan crisis geen gebrek met de exploderende werkloosheid die gelijke tred had gehouden met de carrières van Kok en Van Veen. In elke straat leek wel een werkloze te wonen. Lubbers wil maar zeggen: een zekere verantwoordelijkheid voor de crisis zal Kok en Van Veen ook uit de slaap hebben gehouden. “Persoonlijke elementen speelden een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Akkoord van Wassenaar”, zei Lubbers.

De Siamese tweeling Lubbers en zijn minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Jan de Koning wisten de crisis te verergeren door te dreigen lonen en prijzen te bevriezen. Beiden geloofden geen moment in een dergelijke loonpauze, maar het effect was er niet minder om. Hoewel het overleg tussen werkgevers en werknemers volledig was vastgelopen, troffen Kok en Van Veen elkaar bij de laatste thuis in Wassenaar om met de hete adem van Lubbers en De Koning in de nek tot een vergelijk te komen.

Nu, bijna vijftien jaar verder, is het vertrouwen tussen de sociale partners gestegen van nul naar “negentig à honderd”, zegt Anton Westerlaken, voorzitter van het CNV. Een premier die “dreigt iets te gaan doen dat niemand wil” (dixit Lubbers) is in het geheel niet nodig. Met andere woorden: van een crisis is bepaald geen sprake. Aangezien het (vermeende) Nederlandse succes gestoeld is op crisis zal er wel snel een eind komen aan het polderwonder.

Gelukkig is daar Westerlaken die een nieuwe dreiging op Nederland af ziet komen. Het zijn de knelpunten op de arbeidsmarkt; de vraag naar arbeid is in sommige sectoren groter dan het aanbod. Dus zullen de lonen, de prijs van arbeid, normaal gesproken stijgen. Daardoor is het wachten op een nieuwe ontslaggolf als werkgevers tot de conclusie komen dat ze hun steeds duurdere werknemers niet langer kunnen betalen. Tegelijkertijd is het aantal langdurig werklozen nog steeds hoog, wordt de afstand van allochtonen naar de arbeidsmarkt groter en is het arme deel van Nederland bijna niet meer te bereiken. Een crisisdreiging is er dus wel degelijk; hoogste tijd voor een herzien Akkoord van Wassenaar.