Drugs tegen drugs; Over basis van verslaving is nog weinig bekend

Hersenen van opiaat-, nicotine- en alcoholverslaafden veranderen structureel. In zes artikelen in de Science van deze week bepleiten de auteurs om verslaving als hersenziekte te zien.

Therapieën tegen drugsverslaving die alleen op de sociale, psychologische of criminele aspecten worden gericht missen de helft van het probleem omdat de hersenafwijking buiten schot blijft. Dit schrijft Alan I. Leshner van het Amerikaanse National Institute on Drug Abuse in zijn artikel Addiction is a Brain Disease, and it Matters. (Science, 3 okt.) De behandeling van drugverslaving moet naast sociale en gedragscomponenten ook een medicinale invalshoek hebben.

Zijn er dan medicijnen tegen drugsverslaving? In Zwitserland wordt naast methadon heroïne succesvol als laatste redmiddel tegen de sociale en lichamelijke aftakeling van heroïneverslaafden voorgeschreven. In Nederland start een experiment met heroïne als medicijn. Maar in het Amerikaans georiënteerde Science wordt heroïne als mogelijk medicijn tegen verslavingen niet genoemd.

Charles O'Brien van de universiteit van Pennsylvania beschouwt in een artikel over medicijnen die helpen bij afkicken en bij het bestrijden van ontwenningsverschijnselen methadon voor heroïneverslaafden en nicotine voor rokers als bekende en geaccepteerde medicinale therapieën. Maar andere zijn in opkomst.

LICHTE ROES

Naltrexon bijvoorbeeld raakt in de mode bij de behandeling van alcoholverslaving. Het is ontwikkeld als hulpmedicijn tijdens het afkicken van heroïne en andere opiaten. Maar het blijkt beter te werken bij alcoholontwenningskuren. Dat werd eerst bij ratten, later bij mensen aangetoond. Heroïneverslaafden van de straat gebruiken liever methadon. Dat geeft dan geen heroïnekick, wel een lichte roes. Naltrexon stopt alleen de craving, de zucht naar heroïne. Witte-boordenopiaatverslaafden, zoals O'Brien morfineverslaafde artsen, verpleegsters en ex-gevangenen noemt, beperken zich, al of niet gedwongen, vaak tot naltrexon. Het effect van naltrexon op alcoholisme was onverwacht. Naltrexon bindt aan opiaatreceptoren zonder de moleculaire processen van euforie en plezier in gang te zetten die door opiaten worden veroorzaakt. Opiaatreceptoren zijn eiwitten op de buitenkant van sommige hersencellen waar morfine, heroïne en andere opiaten aan binden en daarmee een euforische reactie in gang zetten. Als naltrexon op de receptor zit, hebben de echte opiaten geen invloed meer. Daarom werd naltrexon als medicijn bij afkicken ontwikkeld. De achteraf gevonden verklaring voor de werking bij alcoholisten is dat alcohol waarschijnlijk de aanmaak van de lichaamseigen opiaten veroorzaakt. Dat zijn de stoffen die het lichaam zelf maakt om zich te belonen. Ze komen vrij na seks en andere opwindende of evolutionair voordelige prestaties en binden dan aan de opiaatreceptoren.

In het spoor van naltrexon volgt acamprosaat, een stof met een nog grotendeels onbekend werkingsmechanisme, die echter niet de opiaatreceptoren beïnvloedt. De eerste experimenten in afkickende alcoholisten zijn goed. De onderzoekers hopen dat acamprosaat en naltrexon in combinatie bruikbaar zijn en elkaars effect zullen aanvullen zodat een nog effectievere medicatie bij alcoholontwenningskuren ontstaat.

Methadon wordt algemeen gezien als het beste onderhoudsmiddel voor mensen die niet buiten opiaten kunnen. Levo-alfa acethyl methadyl (LAAM) werkt net als methadon maar heeft een langere werkingsduur als voordeel. Onthoudingsverschijnselen en de behoefte aan euforie-opiaten worden langer dan 72 uur onderdrukt, waardoor LAAM maar tweemaal per week hoeft te worden ingenomen. O'Brien noemt buprenorfine een andere stof die wellicht bruikbaar is voor een onderhoudsbehandeling. De stof veroorzaakt echter nauwelijks opiaateffecten zodat het de vraag is of de verslaafden hem niet net als naltrexon zullen versmaden.

Meer kennis van de nog beperkte hersenveranderingen die bij verslaafden optreden, kunnen tot betere medicijnen leiden. Daar is niet alleen O'Brien van overtuigd. Ook Eric Nestler en Georde Aghajanian (Moleculair and Cellular Basis of Addiction) van Yale University geloven beslist dat “begrip van de moleculaire en cellulaire basis van verslaving zal leiden tot belangrijke veranderingen in de visie op verslaving en de verslavingsbehandeling.” Maar in hun bespreking van de bekende hersenprocessen en waargenomen hersenveranderingen bij verslaafden moeten ze toegeven dat de kennis sporadisch is en dat de neiging van verslaafden om na lange perioden van onthouding nog terug te vallen in het verslavingsgedrag, nog niet in hersenstructuren en neuronenchemie is terug te vinden.

Het enthousiasme van deze auteurs wordt enigszins getemperd door het originele artikel Psychoactive Drug Use in Evolutionary Perspective van Randolph Nesse en Kent Berridge van de universiteit van Michigan.

Drugs veroorzaken een gelukzalige toestand, maar de mens, aldus Nestle en Berridge, is niet geëvolueerd om gelukkig te zijn. Positieve en negatieve emoties, geluk en depressie “zijn ontwikkeld om onze Darwiniaans aanpassingsvermogen te maximaliseren, niet ons geluksgevoel.”

WISSE DOOD

Positieve en negatieve emoties helpen ons bij het onderhouden van onze sociale contacten en redden ons in levensbedreigende situaties. Positieve emoties als euforie en geluk ontstaan normaal gesproken als het lichaam zichzelf 'beloont' voor een uit Darwinistisch oogpunt geslaagde actie, zoals een ontsnapping aan een wisse dood of een vrijpartij. Psycho-actieve stoffen verstoren dat patroon, belonen zonder prestatie en leiden makkelijk tot verslaving. Vooral mensen die tijdens hun leven mislukken in de sociale competitie, en daardoor minder positieve emoties en meer negatieve emoties doormaken, raken makkelijker aan de drugs en reageren minder goed op therapie tegen verslaving.

Nieuwe medicijnen die in het biologisch psychiatrisch laboratorium in ontwikkeling zijn (superbeloners noemen de Darwinistisch geneeskundigen Nestle en Berridge deze nieuwe Prozacs) vergroten vooral de kans op misbruik van geestverruimende of stemmingsveranderende middelen, terwijl het de vraag is of ze veel problemen zullen oplossen. De auteurs vergelijken de emotiebeïnvloedende medicijnen met koortswerende medicijnen. Vrijwel geen arts gebruikt die meer want ze laten de onderliggende kwaal ongemoeid en kunnen daardoor levensgevaarlijk zijn. Nestle en Berridge: “Het nut van angst is bekend, maar vaak ontkend, het nut van jaloezie is controversieel en over het nut van neerslachtigheid en depressie is de discussie gaande.”

En, terug naar het onderwerp van drugsverslaving in engere zin, de 'war on drugs' is moeilijk te winnen zolang de mens opgescheept zit met die oude, makkelijk met middelen op te peppen hersenstructuren, die een aantrekkelijk alternatief vormen in geval de geluksgevoelens in de maatschappij niet bereikbaar blijken.