De slag om de witte peuter

Steeds meer basisscholen openen een peuterspeelzaal om kinderen zo vroeg mogelijk aan zich te binden. In veel wijken is meer aan de hand. Een schoolhoofd: “We willen leerlingen binnenhalen, autochtone leerlingen. Ik wil geen 'zwarte' school worden.”

ROTTERDAM, 4 OKT. Mitchell Eimers (3) draait rondjes op zijn kont en roept: “Ik ben een zigeunerkoningin.” Met stralende gezichten volgen kleuterleidster Yvonne van Driel, moeder Eimers en schoolhoofd H. Kramer zijn voorstelling. Mitchell is goud waard: hij is een toekomstige leerling van basisschool de Toermalijn en hij is nog blank ook.

Zeventien peuters bezoeken peuterspeelzaal het Toermalijntje in de Rotterdamse Zuidwijk. Toen de derde basisschool in Zuidwijk vorig jaar een peuterspeelzaal opende, moest Kramer ook, zegt hij. “Opeens bracht één van mijn moeders haar peuter naar de witte speelzaal om de hoek. Ik wil een afspiegeling zijn van de wijk, ik wil autochtone leerlingen binnenhalen, ik wil geen 'zwarte' school worden; ik ging overstag.”

Basisscholen in Zuidwijk leveren een slag om de peuter, de witte peuter. De twee 'witste' scholen hebben het afgelopen jaar speelzalen geopend voor twee- tot vierjarigen, om zo verzekerd te zijn van toekomstige leerlingen. De andere twee scholen vingen al een paar jaar peuters op. Vooral autochtone ouders zijn vertrouwd met de voorziening, vooral werkende ouders kunnen een peuterspeelzaal betalen, vooral werkende blanke moeders maken er gebruik van. En blanke leerlingen - zonder culturele of taalachterstanden - worden in Zuidwijk een schaars goed. Veel autochtone gezinnen zijn weggetrokken uit de goedkope flats en rijtjeshuizen naar duurdere woningen in Barendrecht. Anderen brengen hun kinderen naar scholen buiten de wijk.

De Steven Stemerdingschool is met 75 procent autochtone kinderen de enige overgebleven 'witte' school in Zuidwijk; de hoofdvestiging van de Toermalijn heeft nog zo'n zestig procent 'witte' kinderen, basisschool Christophoor is “nog fifty-fifty”, volgens een lerares, en de nevenvestiging van de Toermalijn, een paar straten verderop, is volledig 'zwart'. Langzaamaan onstaat hier wat in andere stedelijke wijken de norm is geworden: volledige etnische segregatie in het basisonderwijs.

Een peuterspeelzaal geldt als zinvolle maar kostbare investering voor een basisschool. Zeker voor de Toermalijn, een openbare school. Kramer: “We krijgen er geen arbeidsplaatsen bij van de gemeente en ook geen lokalen. Gelukkig heb ik vijf moeders die vrijwillig meedraaien.”

De peuterspeelzaaltarieven zijn één oorzaak voor de etnische verdeling van peuters in Zuidwijk. Het Toermalijntje vraagt van bijstandsmoeders en ouders met een laag inkomen twintig gulden per maand en van de hoogste inkomensgroepen vijftig gulden. De peuterspeelzaal in de zwarte school is goedkoper voor bijstandsmoeders (zestien gulden) en lage inkomensgroepen, zoals veel Turken, maar loopt op tot ruim honderd gulden voor drieduizend-plussers. “Maar rijke gezinnen wonen hier niet, dus voor de meeste relatief hoge inkomens is dat een grote last”, zegt L. Visser, hoofd van de 'witte' Steven Stemerdingschool. Reden voor Visser om van iedereen, ongeacht inkomen, vijftig gulden te vragen. Wat hem weer op kritiek van de gemeente kwam te staan. “Ze zeggen dat ik mijn school op die manier wit houd.” Van de 36 peuters op de Steven Stemerdingschool, is een handjevol van allochtone herkomst.

Kramer probeert ouders die al een kind op de Toermalijn hebben “binnen te houden” door de peuterspeelzaal aan te bieden voor hun tweede kind. “Nieuwe ouders binnenhalen die hun eerste peuter hebben, wordt helemaal lastig”, verzucht hij. Gelukkig voor hem zijn er ouders als Tineke Eimers. Ze brengt haar eerste peuter Mitchell vier dagdelen per week naar de peuterspeelzaal, betaalt het hoogste tarief - “ik heb een eigen zaak dus dan val je altijd in de duurste catagorie” - en kiest expliciet voor een witte school. “De nevenvestiging heet ook de Toermalijn, maar naar die Toermalijn zou ik mijn kind niet brengen hoor. Te veel allochtonen. Dan krijgt Mitchell toch geen aandacht?” Kleuterleidster Van Driel vindt dat ook: “Eerlijk gezegd zou ik mijn eigen kind ook niet op zo'n school doen.”

Tarieven zijn niet de belangrijkste oorzaak voor de etnische segregatie binnen scholen en peuterspeelzalen, nuanceert G. Kleijn, hoofd van de Rotterdamse dienst openbaar onderwijs. “Angst geeft vaak de doorslag voor de keuze van ouders. Autochtone ouders zijn bang dat hun kinderen te weinig aandacht krijgen, tussen leerlingen met leerachterstanden.” Sterker: soms kan een hoog tarief witte ouders juist aantrekken, wegens de exclusiviteit. Dat een paar gezinnen de wijk verlaten, kan op een school al een kentering veroorzaken. Kleijn: “Zo'n omslagpunt kan binnen een paar jaar leiden tot verzwarting of verwitting van de school. We hebben ons erbij neergelegd dat als dat eenmaal zo is, het tij niet meer te keren is. Wat je er ook tegenaan gooit.” Het uiterste middel, zoals bussen die kinderen naar bepaalde scholen vervoeren, is te technocratisch en werkt bovendien niet, stelt Kleijn.

Etnische segregatie in het onderwijs zit gemeenten dwars, zegt B. Spoorenberg, beleidsmedewerker voor onderwijs bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. “Ze proberen witte kinderen naar zwarte scholen te trekken met extra voorzieningen zoals computers, veel sport of andere extra vakken. Maar in grote steden is segregatie een voldongen feit.” Kleijn: “Je kunt hooguit zorgen voor zo goed mogelijk onderwijs op álle scholen. En we moeten blanke ouders ervan overtuigen dat achterstandsscholen even goede leerprestaties kunnen leveren als witte scholen. Ze hebben meer leraren, dus ook meer aandacht per kind.”

Officieel is het doel van peuterspeelzalen-aan-school om eventuele taal- en onderwijsachterstanden op zo vroeg mogelijke leeftijd te signaleren, zegt Spoorenberg. Allochtone peuters, die thuis geen Nederlands spreken, kunnen zich zo al de taal eigen maken, eerder dan in groep één. Toch erkent Spoorenberg dat de concurrentie tussen scholen ook de opvang van peuters bevordert. “Het lijkt wel alsof scholen kinderen op steeds jongere leeftijd willen binnenhalen. Straks gaan ze inschrijvingsformulieren uitdelen tijdens de conceptie.”

Directeur Visser, van de Steven Stemerdingschool, zegt ook dat hij met zijn peuterspeelzaal “de toevoer wilde veiligstellen”. “Maar niet alleen van witte kinderen. We hebben ook Turkse ouders en vluchtelingen die zeggen: 'Ik wil dat mijn peuter naar een witte school gaat en nu al Nederlands spreekt.' Zij onttrekken zich aan de sociale druk in hun gemeenschap om hun kinderen allemaal naar dezelfde school te sturen. Ze zijn de uitzondering op de regel, maar ze zijn er wel.”