DE ANGST VOOR DE NEDERLAAG VOORBIJ

Hij dirigeert zijn spelers puur op gevoel en emotie, maar Yannick Noah is dan ook een bijzondere tenniscoach. Twee keer won de charismatische Fransman de Davis Cup met de mannen. Dit weekeinde hoopt hij met Mary Pierce, Nathalie Tauziat, Sandrine Testud en Alexandra Fusai de Fed Cup te winnen in de finale tegen Nederland. “Ik ben hun innerlijke stem.”

Twee weken geleden degradeerde Yannick Noah met het Franse Davis-Cupteam op dramatische wijze uit de wereldgroep, omdat Pioline en Santoro in het duel met België geblesseerd moesten opgeven. “Maar we gingen als bedroefde vrienden uit elkaar”, vertelt Noah. Dat gegeven sterkt de 37-jarige Fransman in de gedachte dat hij ook in Den Bosch dit weekeinde niets heeft te verliezen. “De relatie met mijn speelsters staat voorop. Druk is slechts de angst voor het onbekende en ik probeer die angst weg te nemen door me als een vriend van het team te gedragen.”

Hier spreekt een coach met een eendimensionale visie die zijn teksten soms luchtig tot slagroom opklopt (“Natuurlijk mag je een vraag stellen, leg het geld maar op tafel”), om vervolgens zonder gêne in zijn ziel af te dalen. Zijn leven lang is Noah zowel entertainer als filosoof geweest met een hang naar het mystieke. Ooit mijmerde hij over de gaven van een medicijnman in Afrika, die zijn knieblessure met de staart van een gedode panter kon genezen. Wie zichzelf wil reinigen, moest volgens hem de wetten van de natuur volgen.

De kwinkslag en de moraal lopen nu eenmaal hand in hand bij de klassieke service-volleyspecialist van weleer. Een voorbeeld: “Ik zie geen enkel verschil tussen het coachen van mannen en vrouwen. Nou één dan, met de vrouwen sta ik niet onder de douche.” En na een uitbundige lach meteen weer omschakelend: “Sommige mensen denken dat Frankrijk automatisch wint als Noah op de bank zit. Ik weet alleen dat ik onder alle omstandigheden mezelf blijf en daardoor ben ik niet afhankelijk van het resultaat in de wedstrijd tegen Nederland.

“Het belang van winnen wordt zo overdreven. Zelfs in de seniorentour zie ik spelers die alleen bestaan bij de gratie van het winnen van tennispartijen. De oude mannen van weleer gedragen zich als kleine kinderen na een nederlaag. Dan kan ik slechts constateren dat ze als mens stil zijn blijven staan. Wauw, de veertiger heeft de dertiger Yannick Noah verslagen. Dan wanen ze zich weer de topspeler die ze ooit zijn geweest. Ach, je moet gasten als John McEnroe en Jimmy Connors te keer zien gaan, het is bijna pathetisch.

“ Moeten uitgerekend zij kritiek leveren op de huidige generatie topspelers? Ik ben het in veel opzichten eens met McEnroe, maar niet met zijn laatdunkende commentaar op de kampioenen van nu. Geloof me: over tien jaar wordt Pete Sampras als de beste tennisser aller tijden beschouwd en niet John McEnroe, zeker ook niet Björn Borg om nog maar te zwijgen van Connors.

“Ik begrijp die verheerlijking van het verleden niet zo. Ik was er toch bij als McEnroe weer eens massaal werd uitgefloten, toen hij door het publiek met boe-geroep werd ontvangen? Jimmy Connors kreeg pas respect toen hij al bijna veertig was. Daarvoor werd hij negen van de tien keer het stadion uitgejoeld. Gelooft McEnroe werkelijk in de shit die hij regelmatig uitkraamt? Elk tijdperk creëert zijn eigen helden. Johnny geeft fantastische analyses op televisie, maar ik word doodziek van hem als hij mensen gaat beledigen.

“Laat hij in vredesnaam zijn mond houden over Pete Sampras. Dat is toch een fantastische atleet? Hoe Sampras vorig jaar tijdens de US Open die partij tegen Corretja eruit sleepte, omdat hij wilde winnen voor de man die zijn beste vriend was. Ik zou in zo'n geval meteen met tennis zijn gestopt, maar Sampras draagt het verlies van zijn coach met een indrukwekkende waardigheid. Hij is een spiritueel mens.

“Het is pure zelfprojectie. Het spel van Sampras roept bij John weemoed op naar de tijden dat hij het tennis regeerde. Maar McEnroe zit nu achter een microfoon. Hoe kan hij bovendien beweren dat de huidige topspelers te veel krijgen betaald? Voor ons geldt hetzelfde in de seniorentour. Ik krijg meer dan ik verdien. Gasten als McEnroe en Connors zijn fucking jealous! Anders kan ik die onzin niet verklaren. Zij hadden het huidige prijzengeld maar al te graag in hun zak willen steken.

“Ik ben een fan van Jimi Hendrix. Mijn zoon houdt van rap en Sergi Bruguera. Hij kickt op die heerlijke spinballen van Sergi, hij probeert zijn spel te imiteren. Ik vroeg nog aan hem: 'Waarom in hemelsnaam Bruguera?' Maar Bruguera is nu eenmaal een idool van deze tijd. Zoals kinderen met rode konen thuiskomen als ze Andre Agassi hebben kunnen aanraken. Laat ons dus respect tonen voor sportsterren als Sampras, Becker, Michael Jordan en Tiger Woods.

“En voor Noah? Ik hoef niet te worden geassocieerd met successen in het tennis. Ik ben zelfs beledigd als mensen me daar nog op aanspreken. Ik besef dat ik door mijn roem meer deuren heb kunnen openen dan anderen. Maar ik ben vooral trots dat ik fondsen heb kunnen stichten, waaruit tal van projecten voor minder bedeelden zijn gefinancierd. Ik heb ziekenhuizen laten bouwen, huizen voor dakloze families. Dat doet me echt meer dan het winnen van de Davis Cup of de Fed Cup met de vrouwen.”

Noah heeft leren relativeren, omdat hij de afgelopen jaren een metamorfose heeft ondergaan. Voor hem was het tennis een glazen kooi, waaruit hij zich eindelijk heeft weten te bevrijden. Niet langer rust de vloek van de natie op zijn schouders als de speler Noah faalde op Roland Garros. Hij is zijn eigen gids geworden. “Sport is slechts een excuus om elkaar te ontmoeten”, meent hij nu. “Ik begrijp niet waarom ik een ander mens zou moeten zijn als ik verlies. Ik huilde als speler vaak na een nederlaag in de veronderstelling dat ik ook als mens had gefaald.

“Pas nadat ik zeven jaar geleden met tennis stopte, kwam ik tot de verbijsterende ontdekking dat ik al die tijd niets van het leven had begrepen. Mijn geluk bleek niet afhankelijk te zijn van de oordelen van anderen. De tennisser Noah leed onder slechte kritieken en zijn ego werd gevleid door lovende verhalen. Jonge spelers moeten leren zelf te beslissen over hun leven. Daar krijgen ze echter de tijd niet voor. Ik constateer dat al die kinderen in het vrouwencircuit niet zichzelf kunnen zijn.

“Anderen beslissen over hun carrière, hun toekomst. Ze worden geleid zonder te beseffen dat ze hun identiteit verliezen. Ik ben geïnteresseerd in mensen, niet in setstanden. Waarom ben ik dit weekeinde in Den Bosch? Omdat de ITF een smakelijke taart heeft bereid die de Fransen en de Nederlanders graag willen opeten. Maar er is geen sprake van een culturele botsing tussen twee naties! Al dat vlagvertoon doet me niets. Het Franse volkslied is zelfs een belediging voor de mensheid. Onze nationale hymne staat haaks op mijn levensfilosofie.

“Maar als mensen gelukkiger worden door het volkslied te zingen, vind ik het best. Zolang ik me maar niet als een chauvinist hoef te gedragen. De speelsters van Frankrijk en Nederland zijn geen vijanden van elkaar, in een dergelijke sfeer zou ik niet willen coachen. Daarom walg ik van de provocerende uitspraken van Richard Williams, die zijn dochter Venus als het symbool van de rassenstrijd presenteert. Ja, zijn dochter is zwart, nou en? Ben ik nu het symbool voor mensen met dreadlocks, voor mensen met een spleetje tussen hun voortanden?

“Wat Williams doet, is juist het benadrukken van de uiterlijke kenmerken. Dat noem ik racisme. In het tennis is discriminatie nooit aan de orde geweest. Hoe durft Williams senior zulke uitspraken te doen als zijn kind in een stadion speelt dat nota bene is vernoemd naar Arthur Ashe? Pa Williams eist respect zonder respect te tonen voor de man aan wie donkere atleten zoveel te danken hebben gehad. Ik vind het triest voor Venus. Zij is er niet over begonnen, maar ze wordt door haar dwaze vader wel geïsoleerd van haar collega's.

“Ik zie al zoveel eenzaamheid om me heen. Vriendschap is essentieel voor speelsters van zestien, zeventien jaar die afscheid hebben genomen van hun familie om als proftennisser te leven. Zodra zij geloven dat egoïsme werkelijk noodzakelijk is voor het leveren van topprestaties werpen ze een barrière op voor de rest van hun leven. Ben je een geslaagde tennisser als je vijf auto's bezit? Ik was ooit de nummer drie van de wereld. Toen vond ik het spijtig dat ik niet de kwaliteiten bezat om nummer één te worden.

“Achteraf beschouwd was het veel erger dat ik niet wist hoe ik een relatie moest onderhouden. Op mijn onvermogen lief te hebben, is mijn eerste huwelijk gestrand. Heb ik vrienden verloren. Ik dacht vroeger dat ik gelukkig was. Dat straalde ik wellicht ook uit op de tennisbaan. Maar ik speelde slechts de rol van entertainer. Ik was een goede acteur, mijn houding was een pose. Nu heb ik controle over mijn leven. Ik ben gelukkig getrouwd, heb drie fantastische kinderen en een vierde is op komst.

“Voor het eerst kan ik ook werkelijk genieten van het spel. Nooit dacht ik na over de schoonheid van een backhand of een forehand, dat waren wapens om een tegenstander te verslaan. Nu kan ik een mooie passing als een kunstwerk beschouwen. Die positieve energie wil ik ook als coach uitstralen. Sterker nog: ik denk dat alleen ouders goede coaches zijn. Wie gewend is een kind op te voeden, wie geleerd heeft mededogen te tonen, kan zich ook ondergeschikt maken aan zijn pupillen.

“Zes jaar geleden voelde ik me nog een speler, toen ik als debuterend coach met Frankrijk voor het eerst de Davis Cup won. Ik versloeg de jongens nog op de training. Ze hadden vooral respect voor de tennisser Noah. De huidige generatie kan zich nog nauwelijks herinneren wie ik was. Ik won Roland Garros in 1983, daar kan ik jonge speelsters toch niet mee lastig vallen? Mijn charisma als speler vormt geen enkele garantie meer voor successen als coach. Daarom is mijn verhouding met de spelers nu gebaseerd op wezenlijke interesse in wat hen bezig houdt, zodat ik in elk geval nooit als mens kan verliezen.

“Ik heb niets voor mijn spelers te verbergen, ik toon mijn emoties. Ik vind het wel grappig dat Richard Krajicek ooit heeft gezegd dat hij niet zou kunnen spelen met een coach als Noah aan de kant. Maar waren zijn emoties na het winnen van Wimbledon anders dan die van mij? Krajicek beoordeelt mij op wat hij ziet, niet op wat hij weet, want Richard kent me niet.” De handen theatraal geheven: “Oordeelt niet op wat u ziet. Yannick Noah is nu eenmaal anders. Tijdens wedstrijden smelt ik samen met mijn spelers. Ik ben hun innerlijke stem en ik hoop dat ze daar naar willen luisteren.”