Bliep... bliep...; Veertig jaar geleden verraste Spoetnik-1 de wereld

Op 4 oktober 1957 bracht de Sovjet-Unie een kunstmaan in een baan om de aarde. Met de Spoetnik-1 begon de ruimterace tussen Russen en Amerikanen.

NA DE LANCERING van de Spoetnik-1 schamperde de Amerikaanse president Eisenhower dat het niet meer was dan “een bal in de ruimte, die op geen enkele manier mijn bezorgdheid kan opwekken”. Maar de meeste Amerikanen beseften wèl wat er aan de hand was. De Russen waren op technologisch gebied plotseling gevaarlijke rivalen geworden. En een land dat een voorwerp van 83,6 kg in een baan om de aarde kon brengen, moest ook in staat worden geacht kernbommen naar elke stad in de VS te vervoeren.

In de Sovjetunie was hard gewerkt aan de realisering van het kunstmaanproject. De R-7, de uitverkoren draagraket, was in de eerste plaats een militair projectiel en pas daarna - tegen de zin van partijleider Nikita Chroesjtsjov - een kandidaat-satellietlanceerder. De eerste testvlucht van een R-7, op 15 mei 1957 vanaf de basis Bajkonoer, werd een fiasco door brand in een van de zijdelings bevestigde steunraketten. Een tweede R-7 kwam bij drie achtereenvolgende pogingen, op 9, 10 en 11 juni, niet van zijn plaats. Toen de R-7 in de assemblagehal uit elkaar was gehaald, kwam de oorzaak aan het licht: een verkeerd geïnstalleerd ventiel. Op 12 juli ging een R-7 een halve minuut na de start verloren doordat de vier steunraketten van het centrale raketlichaam werden losgescheurd door een veel te snelle rotatie van de raket om zijn lengteas.

Op 21 augustus was het wèl raak. De raket functioneerde perfect, althans als voortstuwingssysteem. Het 'doelwit' op het schiereiland Kamtsjatska kreeg een regelrechte 'voltreffer' te verwerken. Wel constateerden de militaire experts tot hun schrik dat het pseudo-kernwapen in de neuskegel van de raket zoveel wrijvingshitte te verduren had gekregen dat het deels was gesmolten. Hetzelfde euvel trad op bij de volgende proeflancering, 7 september '57. Maar de technici op Bajkonoer waren ervan overtuigd dat de raket zèlf klaar was voor de eerstvolgende missie: de lancering van een kunstmaan.

Toch maakte de drijvende kracht achter alle inspanningen, 'hoofdconstructeur' Sergej Pavlovitsj Koroljov, zich zorgen. Hij vreesde dat de Amerikanen ondanks hun interne geruzie toch nog kans zouden zien om, eerder dan de Russen, een Vanguard te lanceren. Die was na veel geruzie in Amerika verkozen boven het project van Wernher von Braun. Koroljov koos voor een eenvoudige, luchtdicht afgesloten en met stikstof gevulde bol. De slechts twee millimeter dikke huid was van glanzend gepolijst aluminium en voorzien van twee op batterijen werkende radiozendertjes en vier sprietantennes.

De bouw van de Spoetnik-1 vergde meer tijd dan verwacht en eiste veel van het improvisatievermogen van Koroljov en zijn medewerkers. Zodra een tekening van een onderdeel klaar was werd dat, om geen tijd te verliezen, alvast gebouwd. Bij de eindmontage leverde dat problemen op. Toch zag Koroljov kans de geplande lanceringsdatum twee dagen te vervroegen naar 4 oktober 1957. Die ingreep werd eveneens veroorzaakt door Koroljovs angst voor een Amerikaanse stunt-op-het-laatste-moment. Het was hem ter ore gekomen dat ter gelegenheid van het Internationaal Geofysisch Jaar in Washington op 6 oktober een Amerikaanse voordracht zou worden gepresenteerd onder de titel 'Satellite in Orbit'. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat die dag een Amerikaanse aardsatelliet zou worden gelanceerd.

GROTE SPANNING

Volgens Jevgeni Sjabarov, als ingenieur werkzaam in het team dat de eerste Spoetnik bouwde, werd de laatste dagen voor de lancering onder grote spanning gewerkt. “Je kwam Koroljov overal tegen. Hij dook, soms midden in de nacht, plotseling op in de kantoren van het ontwerpbureau, maar ook op de werkvloer en in de testruimten. Niets ontging hem. En wee degene die het niet zo nauw nam met de regels van het 'clean room'-principe of met de werkdiscipline.”

Op 4 oktober 1957, om 22 uur 28 minuten en 34 seconden (Moskouse tijd), werd Spoetnik-1 gelanceerd. Het bolletje bereikte een baan om de aarde met een hoogte variërend van 229 tot 946 kilometer. Overal ter wereld konden zijn 'bliep-bliep'-signalen worden opgevangen. Die avond hield de Sovjet-ambassade in Washington een receptie ter gelegenheid van de conferenties in het kader van het Internationaal Geofysisch Jaar. Toen de Russische professor Blagonrawov een briefje in handen gedrukt kreeg schraapte hij zijn keel en verklaarde met trillende stem dat zijn land “enkele uren geleden” een kunstmaan had gelanceerd. De Amerikaanse delegatie was verbijsterd. Intussen hadden Amerikaanse militaire luisterposten de signalen van Spoetnik-1 opgevangen, zodat een bedrieglijke Sovjet-reclamestunt kon worden uitgesloten.

Voor het Spoetnik-team op Bajkonoer zat de taak er op, zo dacht men. Maar toen Sjabarov enkele dagen later met zijn vrouw aan de Zwarte Zee aan het ontspannen was, kreeg hij een telegram van Koroljov. Onmiddellijk terugkeren, was de boodschap. Toen hij zich in Moskou op Koroljovs kantoor meldde, kreeg hij te horen: “Morgenochtend vliegen we naar Bajkonoer. Er is besloten een tweede satelliet te lanceren. Ditmaal met een hond aan boord.” Spoetnik-1 had een geweldige prestigewinst opgeleverd en het succes smaakte naar meer. Koroljov had kort daarvoor een telefoontje van Chroesjtsjov gekregen waarin deze vroeg of het mogelijk was vlak voor 7 november, de veertigste verjaardag van de Russische revolutie, een nieuwe kunstmaan te lanceren. Koroljov nam meteen contact op met de overige vijf leden van de 'raad van hoofdontwerpers'. Zo werd Spoetnik-2 geboren.

Terwijl op Cape Canaveral werd gewerkt aan de voorbereidingen voor een Vanguard-lancering, lanceerden de Russen op 3 november 1957 hun Spoetnik-2 met aan boord het hondje Lajka (Blaffertje). Dat was een in Moskou van de straat geplukt teefje dat vele weken was getraind. Opnieuw reageerden de Amerikanen verbijsterd, ook door het gewicht van satelliet en lading: 508,3 kilo, ruim zes keer zo zwaar als Spoetnik-1. 's Werelds tweede kunstmaan bereikte een baanhoogte die varieerde van 226 tot 1670 km. De kleine, kortharige Lajka werd prompt een ster, 'de beroemdste hond uit de geschiedenis'. Maar het dier overleefde de reis niet. Officieel heette het dat Lajka tien dagen na de lancering bewusteloos was geraakt en een 'pijnloze dood' was gestorven toen alle zuurstof aan boord was verbruikt. Pas enkele jaren geleden onthulde de Russische ruimtevaartarts dr. Oleg Gazenko dat Lajka al enkele dagen na de lancering stierf. Vlak voor het bereiken van de omloopbaan, toen de satelliet van de draagraket moest worden gescheiden, scheurde een essentieel stuk isolatiemateriaal van de capsule los, waarna de temperatuur in Lajka's toch al benauwde verblijf opliep.

Een paar dagen na de lancering van Spoetnik-2 gaf het Amerikaanse ministerie van defensie het leger opdracht de Jupiter C-raket te gebruiken voor de lancering van een kunstmaan. Von Brauns oude plan kon worden afgestoft. De uitvoering van het Vanguardproject vond normaal doorgang, zodat Amerika twee troefkaarten in de strijd wierp. Op 6 december '57, twee maanden na de Russische Spoetnik-1, werd op Cape Canaveral de eerste Vanguard gelanceerd. De potloodslanke raket met de miniatuursatelliet kwam een paar meter los van de grond en viel toen terug op het startblok, waarna een paar explosies de rest deden. De tweede troefkaart had wel succes. Op 31 januari 1958 ging de Jupiter C-raket van start met onder zijn neuskegelkap de in Pasadena gebouwde, 13,5 kilo zware kunstmaan Explorer-1, Von Brauns droom. Amerika's eersteling in de ruimte zou de stralingsgordels om de aarde ontdekken, naderhand vernoemd naar James Van Allen. De Amerikanen kregen weer praatjes. Een woordvoerder van president Eisenhower: “Onze geleerden hebben de eerste Amerikaanse kunstmaan een hogere graad van wetenschappelijke perfectie weten te geven dan die van de Russische aardsatellieten.”

ONTHULLING

De Russen op hun beurt lanceerden op 27 april '58 een derde Spoetnik, maar die lancering ontspoorde 96 seconden na de start, en dus hield men dit geheim. Pas 35 jaar later werd de mislukking onthuld. Het vrijwel identieke toestel dat als 'reserve' fungeerde, deed het beter. Het werd op 15 mei '58 in een elliptische baan geschoten. Alleen al het gewicht, 1327 kilo, leverde Amerikaanse raketexperts opnieuw een minderwaardigheidscomplex op. Amerika's eerste drie kunstmanen, de Explorer-1 en -2 en de Vanguard-1, wogen niet meer dan 15 kilo. Bij de Spoetnik-3 werd 968 kg in beslag genomen door zonnecellen voor de elektriciteitsvoorziening en voor de wetenschappelijke apparatuur waarmee een grote verscheidenheid aan geofysische onderzoekingen kon worden gedaan. Magnetische velden in de ruimte, micrometeorieten, zonnestraling, kosmische straling en de samenstelling van de bovenste lagen van de dampkring werden onderzocht. Spoetnik-3, die tot 6 april 1960 een vloed aan wetenschappelijke en technologische informatie naar de aarde seinde, was het enige Sovjet-ruimtevaartsucces in '58: behalve met de Spoetnik van 27 april ging het in de herfst van dat jaar ook driemaal mis met lanceringen van Loena-capsules.

Maar het succes van Spoetnik-1 kon de Russen niet meer worden ontnomen. Spoetnik-1 was het startschot voor de Russisch-Amerikaanse ruimterace. De Russen hadden tijdens en kort na de start duidelijk de leiding. Maar de overwinning ging naar de Amerikanen - met de landing in 1969 van een man op de maan.