Biomassa kan meer energie leveren dan overheid verwacht

In Nederland is het mogelijk om binnen 15 jaar zes tot acht procent van de energiebehoefte te verkrijgen uit biomassa en afval. Dit is meer dan de overheidsdoelstelling, die zich richt op een bijdrage van drie tot vier procent in 2020. Dit blijkt uit een promotie-onderzoek, waarop André Faaij deze week promoveerde aan de Universiteit Utrecht.

De verwerking van afval en biomassa zou tegen lagere kosten en met een hoger energetisch rendement dan nu kunnen geschieden. Dat kan dankzij het verbeteren van bestaande technieken, zoals afvalverbranding, en door het toepassen van nieuwe technologieën, zoals vergassing en pyrolyse. Vergassing brengt het materiaal vóór de verbranding in de gasfase. Daardoor is het geschikt om in een gasturbine te verbranden, iets waarbij minder energie verloren gaat dan bij een stoomturbine. Bij pyrolyse vindt een thermochemische omzetting van het materiaal plaats bij hoge temperatuur in een zuurstofvrije omgeving. Dit proces kan dienen om gemengd plastic afval om te zetten tot een olieproduct, een brandbaar gas en een zwaar brandbaar restproduct.

Nadeel bij het toepassen van de grootschalige biomassa-energiesystemen is onder andere de seizoensgebonden productie van biomassa. Dat stelt hoge eisen aan organisatie en logistiek wat volgens Faaij weer nauwe samenwerking vraagt tussen bijvoorbeeld de landbouwwereld enerzijds en de energiewereld anderzijds.

Faaij ziet het verbouwen van energiegewassen, zoals wilgen en populieren, in Nederland als een reële optie. Weinig mensen zijn daarvan overtuigd. Zo houdt de Rijksplanologische Dienst in zijn recent verschenen toekomstbeschouwing geen rekening met het telen van gewassen voor de energievoorziening. Maar volgens Faaij komt er steeds meer landbouwgrond vrij. Het netto grondaanbod dat voor energieteelt gebruikt zou kunnen worden, bedraagt nul tot 52.000 ha in het jaar 2000, en 110.000 tot 250.000 ha in het jaar 2015.

Faaij wijst erop dat het beschikbaar komen van landbouwgrond afhangt van het Europese landbouw- en subsidiebeleid. Energieteelt zou in het jaar 2015 in Nederland naar verwachting maximaal 1 tot 1,5 procent in de totale energievoorziening kunnen bijdragen. De kosten hoeven volgens Faaij geen probleem te vormen: “Elektriciteitsproductie uit geteelde biomassa is nu nog duurder dan uit kolen. Maar de werkgelegenheid zal toenemen en de economie groeien, doordat de brandstofproductie in eigen land plaatsvindt. Als je externe kosten en indirecte economische effecten meerekent, komen de totale kosten op vrijwel gelijk niveau uit.”