Bestendige relaties

Met de helden uit mijn kinderboeken onderhoud ik iets wat premier Kok waarschijnlijk 'een bestendige relatie' noemt. Zolang ik me kan heugen horen Winnetou en Old Shatterhand, Remi en Capi, Bolke en Winnie, Hajo, Rolf en Padde, Wim en Jet, Dik en Pietje, Sietse en Hielke bij mij en ik weet zeker dat het nooit of te nimmer uit zal gaan tussen ons.

Een van de aangename aspecten van de jaarlijkse Kinderboekenweek - ook voor wie geen kind is of heeft - is dat al die bestendige relaties weer eens komen aankloppen. Tijdens die Kinderboekenweek, afgelopen woensdag van start gegaan, plegen volwassen mensen elkaar de raarste verhalen en roddels te vertellen over de gemeenschappelijk vrienden van weleer. De een geeft Bolke de Beer de schuld van zijn drankprobleem: jonge jenever blijkt hij te associëren met Bolkes klaverlimonade, wat hem vroeger zo'n gezellig drankje leek. Een ander, de veertig al ruimschoots gepasseerd, bekent dat hij een bepaalde passage uit Dik Trom niet met droge ogen aan zijn zoons kan voorlezen. Als kind had hij - en wie niet? - moeten huilen van ontroering toen Dik tijdens het schoolreisje naar zee in een strandstoel prof. Donders van het ooglijdersinstituut ontwaarde en hem vroeg of hij zijn blinde vriendinnetje wilde genezen. Donders deed dat natuurlijk direct, want Nelly's blindheid was een simpele armeluis-kwaal, waar een geleerde als hij haar binnen een paar weken vanaf kon helpen. De teerhartige vader moet zich altijd vlak voordat dit moment aanbreekt met een smoes terugtrekken in de keuken om niet in het bijzijn van een van zijn kinderen in snikken uit te barsten.

Lijstjes met lievelingsboeken uitwisselen is ook een favoriete bezigheid tijdens de Kinderboekenweek. Winnie the Pooh staat bij de meesten bovenaan, gevolgd door Winnetou of De drie musketiers. Alleen op de wereld, achteraf bezien een soort Zola voor beginners, figureert prominent op mijn top-tien. De dood van het aapje Joli-Coeur kan ik nog altijd niet verstouwen zonder dat onaangename, dikke gevoel in mijn keel. Voorlezen gaat al helemaal niet: “Hij had zijn generaalsuniformpje aangetrokken. Nu lag hij stijf en koud boven op de dekens. Zijn hartje klopte niet meer!”

Kort daarop sterft, zoals bekend, ook Joli-Coeurs baas, de edelmoedige Vitalis, zodat Hector Malots kleine held, Remi, helemaal alleen verder moet. Wie dat drama als kind op zich heeft laten inwerken, zal nooit een dakloze kunnen passeren zonder hem wat geld toe te stoppen of anderszins hulp te bieden. Ach, hadden ze Alleen op de wereld maar gelezen daar op Bureau Warmoesstraat, dan zou Adrie van Driel niet zo hardhandig op de stoep gesmeten zijn en nu misschien nog leven.

Daarmee is niet gezegd dat kinderboeken een opvoedende strekking moeten hebben. Alsjeblieft niet. Vermoedelijk zou het weinig helpen tegen schofterig gedrag, maar bovendien ontnemen stichtelijke praatjes kinderen de lust tot lezen. Ik herinner me mijn verontwaardiging als, midden in een spannend boek over bijvoorbeeld de Engelandvaarders, onverhoeds ineens het woord God opdook. In de maling genomen, voelde ik me dan en nooit, nooit meer wilde ik een boek van K. Norel uit de bibliotheek. Zo leer je als kind wel waarom het nuttig is auteursnamen te onthouden.

Tegenwoordig, heb ik me laten vertellen, wordt er niet meer opgevoed of gepreekt in kinderboeken en ook schijnen ze niet meer zo beroerd geschreven te zijn als Dik Trom of Pietje Bel. De jeugdliteratuur zou zelfs volwassen geworden zijn. Heel goed allemaal, maar wat ik me afvraag is of de kinderen van nu, die kunnen kiezen uit een immense hoeveelheid door de kritiek hogelijk geprezen boeken, over dertig jaar over een jeugdcanon zullen beschikken waaraan ze levenslang gemeenschappelijke verhalen en helden kunnen ontlenen.

Frits van Oostrom schrijft in het nieuwste nummer van het tijdschrift Literatuur dat volgens een recent onderzoek leerlingen uit de hoogste klas van de basisschool gemiddeld nog maar vier minuten per dag lezen. Vier minuten per dag is een klein half uur per week, dat wil zeggen ruim een etmaal per jaar. Alleen op de wereld zou zo'n vier-minuten-per-dag-lezer waarschijnlijk veel meer dan een jaar kosten. De Bolke de Beer-serie van tien delen, gevolgd door vijfentwintig delen Karl May en drie boeken over de AFC'ers is met dat tempo in één jeugd niet te halen. Aan Pimpandoer, Arendsoog, De vijf of de Kameleon komen ze voor de brugklas met geen mogelijkheid meer toe. En dan heb ik het nog niet eens over Annie M. G. Schmidt, Paul Biegel, Thea Beckmann, Wim Hofman en wat er vandaag de dag allemaal nog meer te genieten valt.

Wat red je wèl, als je een paar minuten per dag uittrekt om te lezen? Een klein stukje uit de Donald Duck wellicht, of hooguit vijf bladzijden Suske en Wiske. In een bestendige relatie zullen dat soort vluggertjes niet resulteren. Zelfs een one night stand zit er niet in, wat trouwens in overeenstemming is met de strekking van de verhaaltjes. Over bestendigheid van relaties wordt daarin volstrekt niet moeilijk gedaan. Vaders en moeders bestaan eenvoudigweg niet, terwijl de sullige ooms maar wat aan rommelen. Tussen Donald en Katrien is het tot op heden nooit echt iets geworden en Willy Vandersteen heeft zelfs per testament verboden dat Lambiek en Sidonia zich ooit tot elkaar zullen bekennen.

Zou Wim Kok de verhouding van tante Sidonia met Lambiek desondanks bestendig noemen als ze hun opwachting willen maken bij de koningin? En wat doet hij met al die andere relatievormen? Hoe lang en wat precies moeten mensen met elkaar hebben om koninklijk te worden goedgekeurd? Hoe veel bestendige relaties mag iemand er trouwens tegelijkertijd of binnen een bepaald tijdsbestek op na houden, of moet je monogaam zijn? Als dat laatste de norm is, hoe wil Kok dat dan gaan controleren?